Dakloosheid is primair een woonopgave – geen zorgopgave

In gesprek met Jan de Vries, beleidsadviseur College voor de Rechten van de Mens

Het College van de Rechten van de Mens maakt zich hard voor behoorlijke huisvesting voor iedereen in Nederland. Ze ziet een toename aan mensen die van de woningmarkt afvallen of genoegen moeten nemen met illegale en ongewenste woonoplossingen. Waarom is de verwezenlijking van het recht op huisvesting steeds lastiger in Nederland? Platform31 ging voor het project ‘Souterrain van het wonen’ in gesprek met Jan de Vries van het College van de Rechten van de Mens. Hij geeft dit interview op persoonlijke titel.

Wordt de toename van dakloosheid onvoldoende onderkend?

Tot voor kort wel. Dat was ook wel enigszins begrijpelijk. Veel dakloze mensen zijn onzichtbaar doordat we in Nederland een relatief goed stelsel aan voorzieningen hebben. Ook kon de financiële crisis relatief lang als reden voor toename worden aangevoerd. Verder rust er nog steeds een stigma op dakloosheid. Vaak wordt gedacht dat dakloze mensen het aan zichzelf te danken hebben, dat ze verslaafd zijn of gewoon gek doen. Feit is dat dakloosheid al jaren stijgt, tussen 2009 en 2015 met 74 procent (CBS). Dakloosheid neemt ook na afloop van de financiële crisis alleen maar verder toe. Bovendien raakt het steeds grotere groepen, ook groepen die geen verslaving of een psychische stoornis hebben. Nu zien we dat er bij de overheid en in de media gaandeweg een koppeling wordt gemaakt tussen de wooncrisis en dakloosheid. Mensenrechtelijk gezien is dakloosheid een belangrijke indicator dat er een serieus probleem is met toegang tot huisvesting. De koppeling met de wooncrisis had dus al eerder gemaakt kunnen worden.

Kun je aangeven waarom dakloosheid en thuisloosheid weinig aandacht krijgt in het woonbeleid?

De aandacht voor dak- en thuisloosheid in het woonbeleid lijkt wel toe te nemen, maar concreet beleid blijft nog uit. Woonbeleid is formeel een taak van het ministerie van BZK, die het voor een groot deel delegeert aan gemeenten. In Nederland wordt dakloosheid nog steeds primair gezien als zorgprobleem. Daarom is dakloosheid een taak van VWS, die het vervolgens ook voor een groot deel weer delegeert aan gemeenten. Er worden nu wel wat concretere stappen gezet in de richting van een iets integraler beleid. VWS en BZK verwijzen in beleidsstukken nu meer naar elkaar, maar duidelijke doelstellingen ontbreken nog.

Lokaal zie je dat de maatschappelijke opvang vol raakt doordat er geen doorstroom is. De doorstroom stokt vanwege het gebrek aan betaalbare passende huisvesting. De maatschappelijke opvang is formeel een verantwoordelijkheid van de minister van VWS en de wethouders Zorg. De woonoplossingen liggen echter bij het ministerie van BZK en wethouders Wonen, maar die hebben deze opgave van de maatschappelijke opvang op dit moment onvoldoende op het netvlies.

Het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang (2006-2014) heeft veel goeds geleverd. Er was geld beschikbaar vanuit het ministerie van VWS – toentertijd uit de AWBZ – waardoor er veel daklozen van de straat zijn gehaald. Dat verminderde de zichtbaarheid van de problematiek en daardoor nam ook de beleidsurgentie af. Het zorgprobleem was bovendien slechts deels opgelost. Het uiteindelijke doel van zelfstandig of licht begeleid wonen is namelijk voor een belangrijk deel niet gehaald. Het opvangsysteem is voor een deel van de dakloze mensen een permanente verblijfplek geworden. Het uiteindelijke doel is niet behaald omdat – als het puntje bij paaltje komt – op zowel gemeentelijk als rijksniveau de primaire verantwoordelijkheid bij ‘zorg’ wordt gelegd en niet bij ‘wonen’.

Hoe zouden we van dakloosheid meer een woonopgave kunnen maken?

Een eerste stap is als de Meerjarenagenda Maatschappelijke Opvang van VWS aansluit op de Woonagenda van BZK. Een tweede stap is dat het beleid zich richt op een bredere doelgroep. De zogenaamde zelfredzame dakloze mensen (ook wel stropdasdaklozen genoemd), zonder verslaving en/of psychische stoornis, passen niet onder het zorgkopje. Zij komen klem te zitten. Een betere aansluiting tussen Woonagenda en Meerjarenagenda (gericht op mensen met een zorgbehoefte) biedt voor hen niet direct een oplossing. Er moet beter zicht komen op de totale groep mensen die dak- of thuisloos is of hier een verhoogd risico op heeft. Je wilt uiteindelijk naar een beleid dat ook gericht is op het voorkomen van dakloosheid. Dat vereist zicht op welke mensen onveilige of ontoereikende huisvesting hebben. Denk bijvoorbeeld aan mensen die risico lopen op huisuitzetting in de sociale en particuliere sector, die betaalproblemen hebben, die in problematische afhankelijkheidsrelaties verkeren, die illegaal op vakantieparken of in kraakpanden verblijven en die illegale onderhuurcontracten hebben. Natuurlijk zijn daar mensen tussen die zelf de keuze maken in de betreffende situatie te verkeren. Doorgaans zijn het echter mensen die veel liever zelfstandig wonen in betaalbare huisvesting, maar daar geen toegang tot hebben. Op hen zou het preventieve beleid zich dan ook moeten richten.

Wat kan het mensenrecht op huisvesting bijdragen aan het tegengaan van dakloosheid?

Het College voor de Rechten van de Mens pleit ervoor om het mensenrecht op huisvesting centraal te stellen in de woonstrategie. De mensenrechtelijke verplichtingen op beschikbaarheid, aanvaardbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid gelden dan als uitgangspunten voor de strategie en als leidraad voor concrete doelstellingen. Daarbij moet aandacht zijn voor kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen en mensen die onbehoorlijk of onveilig gehuisvest zijn. De strategie dient in eerste instantie gericht te zijn op de groep waarvan het recht op huisvesting het meest onder druk staat. Dat zijn dus de mensen waarover ik het hiervoor had.

Vanuit mensenrechtenperspectief maakt het niet uit of het Rijk of de gemeenten beleid formuleren. Het maakt ook niet uit of sociale huisvesting in handen is van overheden, corporaties of commerciële partijen. De staat is er uiteindelijk verantwoordelijk voor te zorgen voor voldoende betaalbare en passende huisvesting. Hoe ze dat doet, daar is geen blauwdruk voor. Het Rijk heeft de plicht goed te monitoren of het recht op huisvesting wel wordt verwezenlijkt. Als bijvoorbeeld de dak- en thuisloosheid toeneemt of de betaalbaarheid en beschikbaarheid van passende huisvesting een probleem wordt, dient het Rijk hierop maatregelen te nemen. Dat is nu niet, of onvoldoende, het geval. Wat we nu zien is dat verantwoordelijkheid sterk bij gemeenten wordt gelegd. Dat kan natuurlijk, maar dat ontslaat het Rijk niet van de eigen mensenrechtelijke verantwoordelijkheid te zorgen voor voldoende betaalbare passende huisvesting.

Er wordt nu al een tijd gesproken over een wooncrisis. Daarmee is ook meer aandacht gekomen voor de onderkant van de woningmarkt en zij die eruit zijn gevallen. De cijfers zijn alarmerend. Duidelijk is dat de crisis niet direct voorbij zal zijn. Juist voor de daklozen en zij die dreigen dakloos te raken is de impact van deze crisis het grootst. Daarmee is de urgentie van maatregelen die voor hen op korte termijn daadwerkelijk effect hebben ook groot. Het klinkt als jargon, maar er moet echt integraal beleid komen. Veel van de belemmeringen en oplossingen liggen bij verschillende ministeries en verschillende wethouders. Op dit moment zien we te weinig effectieve afstemming en samenwerking. Het zou erg wrang zijn als het probleem eerst weer zo zichtbaar moet worden als vijftien jaar geleden. Die kant lijkt het wel op te gaan. Laten we dat met elkaar proberen te voorkomen!

Lees ook

Het volledige interview met Jan de Vries kunt u vinden in het magazine Souterrain van het wonen. In dit magazine verkent Platform31 de onderkant van het wonen in Nederland door analyse van literatuur, media-publicaties en beleidsstukken én door experts en ervaringsdeskundigen aan het woord te laten. Daarnaast zijn uiteenlopende oplossingen verzameld die een bijdrage leveren aan het verkleinen van het souterrain. Het doel van dit magazine is om gemeenten, woningcorporaties en andere partijen te ondersteunen in het erkennen, herkennen en verkleinen van het lokale souterrain.

En verder de publicaties:

en de blog