Boodschap voor de NOVI: begraaf het dualisme platteland en stad

Stad en platteland kunnen van grote waarde voor elkaar zijn. Toch krijgt de wisselwerking tussen deze twee gebieden nog weinig aandacht in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Platform31 organiseerde daarom op 11 juni 2018 bij de gemeente Ede een bijeenkomst met twee hoofdvragen: hoe versterken we de band tussen platteland en stad? En wat levert dit op voor de nationale opgaven? Te vaak wordt het platteland gezien als dienend aan de stad, blijkt uit de bijeenkomst. Daarom de oproep aan de ontwikkelaars van de omgevingsvisie om niet langer te denken in termen van dualiteit: stad en het platteland zijn complementair en hebben elkaar nodig voor hun opgaven.

Het Rijk werkt momenteel aan de Nationale Omgevingsvisie. De NOVI moet de Nederlandse langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving worden. Daarvoor zijn vier prioriteiten opgesteld: een duurzame en concurrerende economie, een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving, een toekomstbestendige en bereikbare woon­- en werkomgeving en een waardevolle leefomgeving. Daarvoor worden nu oplossingsrichtingen verkend, een gezamenlijke richting bepaald en een meer integrale aanpak georganiseerd, waarbij verschillende ministeries, maatschappelijke organisaties, belangenvertegenwoordigers, ondernemers, bewoners, overheden, onderzoekers en kennisinstellingen, universiteiten en hogescholen zijn betrokken. Uiteindelijk worden keuzes gemaakt en uitgewerkt in een Nationale Omgevingsvisie, die klaar moet zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Prioriteit 1: Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

Om het economische groeipotentieel van Nederland duurzaam te benutten, denken de opstellers van de NOVI over het versterken van de agglomeratiekracht en aantrekkelijkheid van stedelijke regio’s. De vraag is echter of stedelijke regio’s de juiste term is. Juist de complementariteit tussen stad en platteland zorgt voor een duurzaam groeipotentieel. Bovendien verschilt het onderscheidend vermogen van regio tot regio en dat moeten de visiemakers dan ook erkennen; stimuleer niet alle gebieden hetzelfde te doen. Het woord ‘regio’ wekt daarnaast soms verwarring. Op welk niveau een samenwerking slim is, is ook afhankelijk van het vraagstuk. Een afvalstroom uit Rotterdam circulair maken, kan wellicht beter met een partij die niet direct uit de Rotterdamse regio komt. Het gebeurt meer in een ‘netwerk’ dan in een ‘regio’. Omdat innovatie vaak ontstaat op plaatsen waar schaarste is, biedt ‘het platteland’ veel innovatie die we op landelijk niveau kunnen omarmen. De opschaling van innovaties loopt nu vaak spaak. Het platteland kan hierin een rol spelen.

Prioriteit 2: Ruimte voor klimaat- en energietransitie

Voor de vormgeving van de energietransitie wordt nu voor de NOVI gedacht aan een voorkeursvolgorde in het stedelijk gebied: eerst op de daken, dan de restgronden en daarna de zonnevelden in de nabijheid van de woonomgeving. Die opgave is echter zo groot, dat het niet gaat over óf in de stad óf op het platteland – op beide plekken moet het nodige gebeuren waarvan ook beiden kunnen profiteren. Boeren, waarvan de verdienmodellen onder druk staan, kunnen daarbij ook profiteren van de energietransitie. Zij kunnen soms meer verdienen met zonneakkers dan met boeren, waarbij projectontwikkelaars hen deals aanbieden. Daarbij is het onduidelijk wat er na de levensduur van de zonnepanelen gebeurt en of de grond hier niet teveel onder lijdt. Ook het aanwijzen van specifieke energielandschappen is een goed idee om zo grootschaliger energie op te wekken. Voorzichtigheid is hierbij wel geboden; dit bepaalt in feite ook waar het niet mag. Daarnaast is meer ruimte nodig voor kleinschaligere nieuwkomers in de energiemarkt, zoals energiecoöperaties.

Voor de klimaat- en energietransitie leveren nieuwe interactiemogelijkheden tussen het platteland en de stad kansen. In Ede draait bijvoorbeeld een biomassacentrale op restmateriaal uit het buitengebied. Zo wordt verduurzaming met een uitwisseling van reststromen gekoppeld aan een nieuwe verbinding tussen platteland en stad. Wel moeten we zuinig zijn op het platteland; voordat we het land bedekken met zonnepanelen, moeten we eerst kijken naar energiebronnen met minder landschappelijke impact, zoals mogelijkheden met waterstof, biomassa of getijdenenergie. Het zou mooi zijn als in de NOVI een expliciet onderdeel wordt opgenomen over experimenteerruimte en het zoeken naar alternatieve energieverbindingen tussen platteland en stad.

Prioriteit 3: Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s

Verdichting en verstedelijking rondom bestaande en reeds geplande knooppunten zijn belangrijke vraagstukken waarbij het goed is als de NOVI-ontwikkelaars deze benaderen vanuit een ruimtelijke, economische, maar ook menselijke invalshoek. Kiezen voor verdichting doe je niet alleen vanuit het perspectief van agglomeratiekracht. Om de stad leefbaar te houden voor mens en natuur, moet je grenzen durven stellen aan verdichting. De verdichting moet dan ook altijd gekoppeld zijn aan het behouden of verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Dat gaat over fysieke kwaliteit (groen, schone lucht), maar ook over participatie en betrokkenheid bij de leefomgeving.

Op sommige plekken is ‘ontdichting’ noodzakelijk om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Daarbij is het slim om nationale afstemming te organiseren tussen randstedelijke nieuwbouw en sloop in randgebieden. Platteland en stad kunnen bovendien meer verweven worden met meer groen in de stad; de stad is immers niet alleen ‘steen’ en het platteland niet alleen ‘groen’. Groei en ontwikkeling buiten de stad zijn bijvoorbeeld alleen mogelijk als dit bijdraagt aan opgaven als biodiversiteit, circulaire economie of ecologie. Voor mobiliteit is het belangrijk voorbij het huidige vervoersregime te kijken naar toekomstige mogelijkheden als zelfrijdende auto’s en ‘mobility as a service’. Mobiliteit verandert bovendien de verbinding tussen platteland en stad. Misschien kan de NOVI bijvoorbeeld het voornemen aannemen dat elke krimpregio in 2030 in dertig minuten bereikbaar is vanuit Amsterdam.

Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Landbouw speelt een belangrijke rol in de verbinding tussen platteland en stad door de directe link tussen de productie en consumptie van voedsel. Deze verbinding kan versterkt worden als landbouw een grotere rol krijgt en bijvoorbeeld ook gaat over het opwekken van energie, aanpassen aan klimaatverandering of voorlichting geven over duurzaam voedsel. Wat de rol van landbouw kan zijn, verschilt bovendien ook per regio. Daarbij liggen er verbindingskansen voor stad en platteland als we het eigenaarschap van het voedselvraagstuk uitbreiden naar andere groepen dan boeren. Bijvoorbeeld door stadsbewoners meer in contact te brengen met de voedselproductie op specifieke ontmoetingsplaatsen.

Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden zijn mogelijk als het platteland en de stad dichter tot elkaar komen. Tegelijkertijd kunnen de onderlinge verschillen juist aantrekkelijk zijn; het platteland dat écht platteland is met bijbehorende landschappelijke kwaliteit en een aantal aangewezen gebieden voor landbouw. Daarvoor kunnen de NOVI-ontwikkelaars leefbaarheid en een waardevolle leefomgeving benoemen als belangrijke waarden, die gemeenten zelf mogen invullen.