Beschermd wonen en opvang in tijden van corona

De coronapandemie heeft veel impact op het alledaagse leven, ook op mensen die beschermd wonen of in de maatschappelijke opvang verblijven. Om het aantal coronagevallen zo beperkt mogelijk te houden, hebben gemeenten en aanbieders tal van maatregelen getroffen. Platform31 interviewde enkele gemeenten die deelnemen aan het Experiment Weer Thuis om hier een beeld van te krijgen. Dit artikel schetst eerst de impact op de maatschappelijke opvang en vervolgens beschermd wonen.

Beperkte toename dak- en thuislozen

Zoveel mogelijk thuis blijven gaat lastig wanneer je geen dak boven je hoofd hebt. In de afgelopen tien jaar is het aantal dak- en thuislozen in Nederland volgens het CBS verdubbeld. Met de komst van corona werd een nieuwe piek verwacht. Bij sommige gemeenten is er inderdaad sprake van een toename, bij de geïnterviewde gemeenten (vooralsnog) niet. In lijn met de landelijke afspraken komen bij de geïnterviewde centrumgemeenten huisuitzettingen niet of nauwelijks voor. Belangrijk hierbij is dat een deel van de corporaties een coulanceregeling heeft voor betalingsachterstanden en de jaarlijkse huurverhoging uitstellen.

Ondanks een ogenschijnlijk beperkte stijging van het aantal dak- en thuislozen, is wel uitbreiding van de opvang nodig. Omwille van de volksgezondheid zijn zogenoemde buitenslapers door opvangorganisaties gestimuleerd om bij mensen in hun netwerk een slaapplek te zoeken óf in de opvang te slapen. En ook aan mensen, die volgens de Wmo2015 geen recht hebben op nachtopvang, zoals dakloze arbeidsmigranten, werd een bed geboden. Tot 1 juli mochten ook deze groepen in de opvang verblijven.

Mogelijk kan onder deze groepen in de komende periode alsnog dakloosheid ontstaan: als een bankslaper hoest is deze minder snel bij iemand welkom. En voor arbeidsmigranten geldt dat er nu minder banen zijn maar dat zij ook moeilijk naar eigen land kunnen terugkeren.

Verdunning maatschappelijke opvang

Naast uitbreiding vindt er in de meeste regio’s ‘verdunning’ plaats: door toepassing van de 1,5 meter norm kunnen gedeelde kamers en slaapzalen immers niet volledig worden benut. De regio’s ontwikkelen hiervoor verschillende oplossingen: de ene regio richt een sportzaal of kantoor in tot slaapzaal, de ander plaatst tijdelijke units of maakt gebruik van een (luxe) hotel dat door corona geen gasten kan ontvangen. Mensen die in een eigen kamer verblijven, blijken meer rust te vinden dan dat zij hadden op een slaapzaal. Ook wordt zichtbaar dat een deel van de mensen goed kan functioneren zonder zorg in nabijheid.

De ‘verdunning’ sluit aan op het advies Herstel begint met een huis van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) geen slaapzalen meer te gebruiken maar – in het kader van herstel – kleinschalige woonunits. De 1,5 meter norm, die naar verwachting nog langere tijd zal gelden, lijkt te werken als breekijzer om in plaats van slaapzalen 1 of 2 persoonskamers in de opvang tot gemeengoed te maken.

De ‘verdunning’ van de opvang stelt regio’s voor de uitdaging hoe deze ontwikkeling vast te houden, zowel qua vastgoed als financieel. Het Rijk adviseert in haar Richtlijn voor afbouw en ombouw maatschappelijke opvang de ruimte voor maatwerk binnen de Participatiewet (o.a. bij de kostendelersnorm) te benutten en in te zetten op woningdelen, transformatie van leegstaand vastgoed, publiek private samenwerking en het realiseren van flexwoningen.

Eigen woning bij beschermd wonen

Voor beschermd wonen geldt dat veel cliënten al in een eigen wooneenheid woonden. De 1,5 meter norm was daardoor makkelijker door te voeren. Dat geldt niet voor locaties met gedeelde voorzieningen. Hier moesten aanpassingen worden gedaan en in een enkel geval moest iemand verhuizen naar een andere beschermd wonen-locatie. Er zijn binnen het beschermd wonen volgens de geïnterviewde gemeenten weinig gevallen van (mogelijke) corona geweest. En wanneer hier sprake van was, konden zij in hun eigen woning in quarantaine of werden ondergebracht in een speciale unit voor mensen die ziek zijn maar niet naar het ziekenhuis hoefden. Hiervoor werden bedden gereserveerd in behandelklinieken, locaties voor beschermd wonen en specifieke afdelingen van ziekenhuizen.

Grote impact op begeleiding en dagbesteding

Op de begeleiding en dagbesteding is de impact van corona veel groter, dat geldt zowel voor beschermd wonen als de maatschappelijke opvang. Veel begeleiders hebben in plaats van persoonlijk contact telefonisch of via beeldbellen contact gehouden met ambulant wonende cliënten. Uit onderzoek onder het Panel Psychisch Gezien van Trimbos blijkt dat drie op de vier panelleden eind april geen face-to-face contact had en dat het percentage mensen dat thuis wordt bezocht is gedaald van 38% naar 9%. Ook geven de panelleden aan dat zij gemiddeld minder hulp dan voorheen krijgen (38% vindt: te weinig hulp) en dat de contacten (bij 56%) gemiddeld korter duren. 

Door de corona-maatregelen moesten locaties voor dagbesteding en inloop worden gesloten. Aan de aanbieders is gevraagd om tot een alternatieve voorziening te komen. Zij kregen daarbij de ruimte om het budget voor collectieve voorzieningen in te zetten voor individueel contact. Soms ook met de verplichting minimaal eenmaal per week met elke cliënt persoonlijk contact te hebben. Met de versoepeling van de maatregelen is persoonlijk contact weer mogelijk en kunnen ook de collectieve voorzieningen, zij het soms met minder mensen, in gang gezet worden.

Hygiënemaatregelen

Zowel in de opvang als binnen beschermd wonen worden – conform de richtlijnen van het RIVM – extra hygiënemaatregelen getroffen: er wordt vaker schoongemaakt, er gelden restricties op fysiek contact en er is extra zeep, desinfecterende gel en papieren handdoekjes. Niet overal loopt dat even soepel: zeker in de eerste periode is er een tekort aan materialen.

Samenspel

Het implementeren van de corona-maatregelen vraagt om snelle actie, ‘doen wat nodig is’ en een goed samenspel tussen gemeenten en zorgorganisaties. Dit is het meest zichtbaar binnen de maatschappelijke opvang, waarbij gemeenten zich samen met de organisaties hebben ingezet voor het uitbreiden van het aantal voorzieningen. Binnen beschermd wonen hebben de zorgorganisaties veel werk verzet en boden gemeenten de ruimte om te doen wat nodig was. Gemeenten hielden vinger aan de pols om zorgorganisaties waar nodig te faciliteren. De contacten varieerden van incidenteel contact tot wekelijkse bijeenkomsten. Eén van de centrumgemeenten verzocht aanbieders om elke week een update te sturen, terwijl een andere na elke wijziging van de maatregelen een update verstuurde met veel gestelde vragen. In één regio zijn extra klantonderzoeken ingezet om te achterhalen hoe het met de zelfstandig wonende cliënten gaat.

Uitdagingen voor de toekomst

De rondgang laat zien dat gemeenten en aanbieders hebben ingezet op ‘doen wat nodig is’ en dat zij daarbij grote vindingrijkheid hebben getoond. De vraag is of deze positieve beweging kan worden vastgehouden. Er zijn extra financiële middelen voor het sociaal domein vrijgemaakt, maar deze zijn niet voldoende voor de gedane bestedingen. Ook in de komende tijd blijft creativiteit, lef en inzet nodig om de onlangs gecreëerde éénpersoonskamers in de opvang zoveel mogelijk te behouden, beeldbellen te gebruiken voor wie dat waardevol is en te onderzoeken hoe dagbesteding volgens de 1,5 meter norm kan worden vormgegeven, zonder verlies van kwaliteit.

Weer Thuis

Dit artikel is geschreven in het kader van het Experiment Weer Thuis. Naast een verkenning op internet hebben we een interviewronde gehouden onder experimentdeelnemers. Ook hebben we gesproken met enkele gemeenten die hebben deelgenomen aan het vorige Experiment Weer Thuis.