"Als je als gemeente zegt dat je voor sociaal ondernemerschap gaat, doe het dan ook.”

Interview met Willemien Vreugdenhil, wethouder van de gemeente Ede en voorzitter van de pijler Economie & Werk van het G40 Stedennetwerk

De omvang van sociaal ondernemerschap als sector is sterk in opkomst. Maatschappelijke opgaven aanpakken op een ondernemende wijze; dat is wat sociaal ondernemers doen. Het aantal sociaal ondernemers groeit, en daarmee ook hun impact en de economische bedrijvigheid. In veel gevallen streven sociaal ondernemers en gemeenten dezelfde doelstellingen na. Toch is er veel onbenut potentieel en weten gemeenten en ondernemers elkaar nog onvoldoende te vinden, concludeert het onderzoeksrapport Prille kansen: Samenwerking tussen sociale ondernemingen en gemeenten in Nederland van PWC. Het rapport werd gisteren uitgereikt aan Willemien Vreugdenhil, wethouder in Ede. Vreugdenhil is sinds 2015 tevens voorzitter van de economische pijler van het G40 Stedennetwerk, waar ze een belangrijke stempel drukte op het agenderen van het onderwerp sociaal ondernemerschap. Platform31 sprak haar na de uitreiking en kreeg te horen waarom (sociaal) ondernemen zo belangrijk is voor gemeenten en waar volgens Vreugdenhil kansen voor de toekomst liggen.

Sociaal ondernemen speerpunt G40

Als G40 voorzitter heeft u duidelijk stelling genomen daar waar het gaat om de bijdrage van ondernemers aan maatschappelijke opgaves. Waarom vindt u dit zo belangrijk? “Als G40 hebben we het onderwerp sociaal ondernemerschap als het ware geadopteerd. Ik heb het voortouw genomen in het opstellen van een strategische agenda; met als speerpunten ruimte voor ondernemen en sociaal ondernemerschap.”

Impact voorop

Vreugdenhil licht toe: “Het begrip sociaal ondernemen is multi-interpretabel en politiek gezien is het helemaal gevoelig. Ik zeg altijd: Je kunt spreken van twee soorten maatschappelijke uitdagingen: moon problems en ghetto problems. De eerste categorie refereert naar uitdagingen die met een slimme technologie kunnen worden aangepakt. Denk bijvoorbeeld aan een ondernemer als Dopper die de plastic soep wil tegengaan. De tweede, de ghetto problems, omvat een complex palet aan uitdagingen in de wijk, zoals gezondheid en veiligheid. Dit vraagt van ondernemers maatwerk en een ander business model. Deze laatste groep ondernemers heeft over het algemeen meer moeite om zwarte cijfers te behalen en heeft het lastig om positie in te nemen bij gemeenten. Toch is dit type ondernemers van grote waarde voor gemeenten omdat ze hetzelfde doel nastreven als wij, namelijk maatschappelijke impact creëren.”

Verbinden

In de praktijk krijgen deze ondernemers te maken met verschillende budgetten en domeinen zoals economie, ruimtelijke ordening, financiën, werk, participatie, sociale werkvoorziening, re-integratie, inkomen en zorg. Daardoor raken ze vaak verstrikt in het gemeentelijke apparaat. Hoe zorg je er als gemeente dan voor dat impact voorop blijft staan? Vreugdenhil is van mening dat je als gemeente bereid moet zijn om ook intern samen te werken. “In Ede hebben we nu een accountmanager die sociaal ondernemers verder helpt. We hadden al accountmanagers die zaken voor bedrijven regelen wat betreft grondaankoop en ruimtelijke ordening, maar voor sociaal ondernemers is het belangrijk ook verbindingen te leggen naar het sociaal domein.”

Koplopers

Integraal werken binnen de gemeente is een stap die veel gemeenten nog moeten zetten. Sterker nog, het onderzoek van PWC wijst uit dat veel gemeenten nog niet goed weten wat sociale ondernemingen zijn. “De G40 steden lopen juist voorop in het bevorderen van sociaal ondernemerschap”, zegt Vreugdenhil. “Ik ben heel blij dat het is gelukt een tiental steden actief te krijgen op dit gebied. Het G40 Stedennetwerk is bij uitstek een netwerk waarin leren van elkaar mogelijk is. Veel steden lopen tegen vergelijkbare barrières aan. Via de G40 worden ze geagendeerd en oplossingen uitgewisseld. Op het gebied van sociaal ondernemen werkt een consortium van gemeenten op dit moment aan een Social Impact Bond om jongeren met een meervoudige problematiek integraal en duurzaam te ondersteunen. Als G40 organiseren we bijeenkomsten om geleerde lessen te delen en om gemeenten in de praktijk op weg te helpen.” Daarnaast is er op initiatief van Vreugdenhil een Roadmap sociaal ondernemerschap opgesteld; deze handreiking biedt concrete handvatten voor de invulling van sociaal ondernemerschap voor gemeenten.

Anders leren kijken

“Kijk, ook in Ede was het stimuleren van sociaal ondernemerschap een zoektocht. We zijn begonnen met een Routekaart en werken nu met een aantal pilots rond recycling van bouw- en sloopafval, voedselverspilling, sociale innovatie en passend werk. Ik voorzie dat afval verminderen een belangrijk vraagstuk voor de toekomst wordt. Het gaat mij erom dat er fundamenteel anders wordt gekeken naar de bijdrage die ondernemers leveren aan zo’n maatschappelijk vraagstuk. Die bewustwording is een eerste stap. Daarna kijk je bijvoorbeeld naar de criteria waarop je je inkoop selecteert.”

Doen wat je zegt

Jaarlijks kopen alle Nederlandse gemeenten samen voor 41 miljard euro in. Vreugdenhil pleit er voor om marktaandeel beschikbaar te houden voor sociaal ondernemers: “Het is als overheid belangrijk om je echt te committeren, ga niet inbesteden bij de eigen organisatie, maar zorg dat je de aanbesteding in de markt wegzet. Als je als gemeente zegt dat je voor sociaal ondernemerschap gaat, doe het dan ook.”

AJV 5930
Roos-Sophie Kluft, Mouna Cheppih en Marloes Tap (PwC) overhandigen het rapport aan Willemien Vreugdenhil (foto: gemeente Ede)