'Actieagenda Vakantieparken vraagt nu uitvoeringskracht'

Eind 2018 werd de Nationale Actieagenda Vakantieparken ondertekend door een brede coalitie. Een nieuwe actieagenda voor revitalisering en transformatie van vakantieparken is in de maak en begin 2021 moet daar een klap op gegeven worden. Het bewustzijn dat alleen samen dit veelvormige vraagstuk opgepakt kan worden, is in de tussenliggende jaren gegroeid. Een beslissende stap naar meer gezamenlijke uitvoeringskracht ligt in het verschiet.

Verbinding

Twee jaar geleden verzamelden bestuurders en ambtelijke professionals zich in het zendgebouw van Radio Kootwijk. De plek waar ooit de telegrafische verbinding met ‘de Oost’ werd gemaakt, stond toen symbool voor het verbinden van een groot aantal partijen rond de aanpak van de brede problematiek die speelt op de vakantieparken. De ondertekenaars van de Nationale actieagenda Vakantieparken: de minister van BZK, gedeputeerden van de provincies Gelderland, Drenthe en Noord-Brabant, de VNG en vertegenwoordigers van o.a. de RECRON, de GGD/GHOR, Leger des Heils, LIEC/RIEC spraken toen af dat zij gezamenlijk aan de slag zouden gaan met de lang verborgen gebleven problematiek van toenemende verloedering van en sociale en problemen op vakantieparken.

Probleemwijken in het groen

De ervaringen die zijn opgedaan in meerdere regio’s – en zeker op de Veluwe – hebben laten zien dat de problematiek op de parken erg veelzijdig en complex is en dus ook de inzet van veel partijen noodzakelijk maakt op meerdere schaalniveaus. Vakantieparken, staan vanwege hun aard, maar ook hun juridische status als privégebied, op afstand van de gebruikelijke omgeving waar de overheid zicht op heeft en tot ingrijpen komt. Zo stapelde de problematiek zich op in een beperkt deel van de parken: ondermijning, vraagstukken van openbare orde; grote groepen mensen in kwetsbare positie voor wie alleen op vakantieparken nog een plek leek te zijn door het niet beschikbaar zijn van plekken elders. Een concentratie van problemen vergelijkbaar met die in de bekende oudere wijken van de grote steden te vinden is, minstens zulke complexe situaties rondom eigendom en gebruik, maar wel (vaak) gesitueerd in een mooie groene omgeving.

Naast de aanpak van de problematiek in het park, is ook de context, het vakantiepark en het daarbij horende ondernemerschap onderwerp van aandacht. In meerdere regio’s draagt recreatie en toerisme substantieel bij aan de economische kracht en het voorzieningenniveau van de regio. Bij de aanpak van vakantieparken is dus ook aandacht voor innovatie en versterken van ondernemerschap, herverkaveling en waar mogelijk transformeren naar andere bestemmingen.

Nieuwe nationale actieagenda

De landelijke coalitie die de eerste actieagenda ondertekende heeft in de afgelopen twee jaar nieuwe partners laten aanschuiven bij de gesprekstafel. Het is de bedoeling dat begin 2021 handtekeningen gezet gaan worden onder een nieuwe actieagenda.

Het programma Vitale Vakantieparken op de Veluwe, één van de ‘founding fathers’ van de eerste agenda, werkt ook nu weer actief mee. Henk Lambooij, burgemeester van de gemeente Putten en voorzitter van de driekoppige stuurgroep Vitale Vakantieparken: "Wij zijn eind 2013 als eerste regio in Nederland gestart met een integrale aanpak van de vraagstukken. We hebben al veel bereikt en door het partnerschap met de provincie Gelderland staat er nu een robuuste samenwerking. De gemeenten staan aan de lat om het echte werk te verrichten, maar we gaan dat alleen zeker niet redden. We hebben de hulp van het Rijk hard nodig evenals de inzet van veel andere partijen. Vanuit het adagium ‘één overheid’ moet de bestuurlijke samenwerking achter de nationale agenda de lokale aanpak sterker gaan ondersteunen om gezamenlijk uitvoeringskracht te ontwikkelen!”

Eén overheid, vele handen maken….

Juist op het vraagstuk van vakantieparken bewijzen de provincies haar rol als bestuurlijke schakel tussen het lokale en het nationale niveau. En daarnaast het stimuleren en ondersteunen van regionale samenwerking tussen gemeenten. De provincie Gelderland gaat daarin nog verder. De Gelderse gedeputeerde Peter van ‘t Hoog, ook lid van de stuurgroep VVP: “Wij zijn een volwaardig partner in de regionale samenwerking en investeren hier ook in. Een mooi, innovatief voorbeeld hiervan is de Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken – waarvan de provincie en de gemeenten aandeelhouder zijn – die parken kan verwerven en zo een actieve rol speelt bij de herstructurering. Een ander voorbeeld is het project Ariadne dat gemeenten kan ondersteunen bij de controle en handhaving op de parken.” De provincie ziet mogelijkheden om via het programma Vitale Vakantieparken bij te dragen aan het realiseren van haar doelen met betrekking tot natuur en milieu. Bijvoorbeeld door met het verduurzamen van recreatieobjecten bij te dragen aan de stikstofproblematiek op de Veluwe. Van ’t Hoog: “Wij zijn positief over wat we hebben bereikt. Maar we zijn ons ervan bewust dat we nog niet zijn waar we zouden willen zijn. We delen graag onze ervaringen, maar leren ook graag van anderen. De nationale agenda moet dat platform gaan bieden.”

Samenwerking is één, gezamenlijke uitvoeringskracht is alles…

“Het daadwerkelijk uitvoeren van de werkzaamheden op lokaal niveau is een enorme klus”, zegt René Groen, gemeentesecretaris van Ede. Groen, die vanuit zijn functie ook lid van de stuurgroep is, weet welke inzet het vraagt. “Alleen al op de Veluwe, met meer dan 500 vakantieparken, zijn er honderden mensen betrokken bij werkzaamheden die voortkomen uit het programma Vitale Vakantieparken.” Groen somt op: “Extra inzet op handhaving, meerjarige inzet op transformatie van voormalige vakantieparken en het organiseren van nieuwe huisvesting. Daarnaast de ondersteuning voor mensen in een kwetsbare positie. Dat is individueel maatwerk en vraagt veel begeleiding en ruime aandacht in de lokale begrotingen.”

René Groen: “Een programma als Vitale Vakantieparken doe je er niet maar even bij. Zeker voor gemeenten met een groot aantal parken, en dat zijn de meesten op de Veluwe, betekent dit dat je meerjarig ambtelijke capaciteit moet gaan inzetten, en vaak ook specialisten. Dat proberen we met elkaar, de 11 gemeenten en provincie, zo goed mogelijk te regelen. Kleinere gemeenten met een relatief kleine bezetting kunnen rekenen op grotere gemeenten. De sterkste schouders dragen de zwaarste last.”

Op de Veluwe vinden ze de nationale agenda heel belangrijk voor de urgentie van het vraagstuk, voor een sterkere bestuurlijke samenwerking, voor het met elkaar leren en actief kennis delen. Groen sluit af met wat volgens hen prioriteit verdient: “Essentieel is dat de nationale agenda de lokale uitvoering centraal blijft stellen. Daar moet het uiteindelijk gebeuren!”

Fort Oranje, aanjager of blokkeerder?

Fort Oranje in het Brabantse Zundert is, met de nodige media-aandacht, het icoon geworden van het vraagstuk van verloederende vakantieparken. Alleen met een enorm inzet van menskracht en middelen kunnen daar oplossingen bereikt worden voor de schrijnende situaties waarin mensen verkeerden.
Het gaat hier echter ‘maar’ om één park. In andere regio’s zijn er (in potentie) vergelijkbare situaties op een veelheid aan parken. En daar moet nog heel veel werk verzet worden. De casus Fort Oranje kan dan soms ook als een blokkade werken. Veel gemeenten hebben niet de mogelijkheden om de benodigde menskracht en middelen vrij te maken om dit effectief aan te pakken.
Leren van elkaars ervaringen kan de effectiviteit vergroten en voorkomt dat gemeenten en provincies het wiel opnieuw moeten uitvinden. Het ontwikkelen, delen en borgen van kennis en ervaring is dan ook een van de fundamenten van de nationale samenwerking

Aanpak vakantieparken

Platform31 heeft met de aanpak van vakantieparken – daarin ondersteund door onder andere ministerie van BZK en de VNG – op meerdere manieren bijgedragen aan een leeromgeving voor ambtelijke professionals, met regionale leerkringen, onderzoek en meerdere handreikingen met in het beleid en in de uitvoeringspraktijk toepasbare handvatten.

Meer informatie