Aardgasvrije wijken. Op weg naar integrale wijkvernieuwing?

Rutte III wil deze kabinetsperiode vijftigduizend bestaande woningen aardgasvrij maken. De burger is bezorgd over gedoe en hoge kosten. In veel gevallen stuurt de gemeente van bovenaf, maar er zijn ook wijken waar de burger het initiatief neemt. Soms draait het maar om één doel: zo snel mogelijk van het aardgas af. In andere wijken wordt breder ingezet op een meer toekomstbestendige woonomgeving.

Door Matthijs Uyterlinde (Platform31) en Anne-Jo Visser (gemeente Utrecht)

Nu we vaart gaan maken met de energietransitie keert de wijkaanpak terug op de beleidsagenda. In zeker een derde van de zevenentwintig wijken die najaar 2018 door het Rijk zijn aangewezen als proeftuin aardgasvrij, is de energietransitie niet de enige opgave. In sommige wijken kampen bewoners met sociaaleconomische achterstanden (armoede, schulden, werkloosheid) of gezondheidsproblemen (eenzaamheid, verslaving, ongezonde leefstijlen). De openbare ruimte is sleets en de woningvoorraad deels verouderd. Ook spelen soms problemen met de leefbaarheid en veiligheid.
We spraken met de trekkers in vier proeftuinenwijken die een rijksbijdrage ontvangen van het Programma Aardgasvrije Wijken. Hoe kijken zij aan tegen sturing van de aanpak en de breedte van de opgave? In drie wijken ligt het initiatief bij de gemeente en haar partners: de Utrechtse wijk Overvecht-Noord, het Groningse Selwerd en Zwanenveld in Nijmegen. Hier spelen meer vraagstukken dan enkel het aardgasvrij maken van woningen. In de Benedenbuurt in Wageningen vervullen bewoners juist een centrale rol.

Lange beleidstraditie

Nederland kent een lange beleidstraditie van wijkvernieuwing, die teruggaat tot halverwege de vorige eeuw. Na de wederopbouw werd eind jaren zestig de stadsvernieuwing ingezet om de verkrotting van de binnensteden een halt toe te roepen. Midden jaren negentig kwamen de naoorlogse wijken aan de beurt. Sociale huurwoningen werden op grote schaal vervangen door huur- en koopwoningen, met als doel meer gemengde woonmilieus te creëren. De stedelijke vernieuwing (1995-2015) was niet alleen ingegeven door de constatering dat deze wijken verloederden. Ook de bodemsaneringsopgave zorgde voor kansen om investeringen te combineren.
Van een fysiek gedreven vernieuwingsoperatie, verbreedde de stedelijke vernieuwing zich tot een integrale sociaal-fysieke aanpak van wonen, woonomgeving en bewoners. Gaandeweg groeide het besef dat investeren in mensen nodig was om kwetsbare wijken naar een hoger niveau te tillen. In 2007 selecteerde het Rijk veertig wijken die – met een integrale inzet op wonen, werken, leren en opgroeien, veiligheid en integratie – in tien jaar moesten uitgroeien tot ‘krachtwijken’.
Onder druk van de economische crisis en een andere politieke wind, is het krachtwijkenbeleid in 2012 vroegtijdig stopgezet. Toen in 2014 ook het doek viel voor het Investeringsbudget Stedelijke vernieuwing (ISV), moest de wijkaanpak zichzelf opnieuw uitvinden. Maar in veel gemeenten belandde de aandacht voor kwetsbare wijken op een zijspoor. In het merendeel van de buurten die deze eeuw benoemd zijn als kwetsbaar of problematisch, stagneert vanaf 2012 de ontwikkeling van de leefbaarheid, blijkt uit onderzoeken van Platform31 en Rigo.

Wijkaanpak terug van weggeweest?

In theorie biedt de transitie naar aardgasvrij grote kansen om – net als pakweg twintig jaar geleden – integraal aan de slag te gaan. Om van het aardgas los te komen gaan gemeenten en samenwerkende partijen immers in gesprek met bewoners. En ze gaan gebiedsgericht investeren in infrastructuur, in de gebouwde omgeving en in de openbare ruimte. Koppelkansen liggen voor het grijpen, zodat wijken niet alleen duurzamer, maar ook leefbaarder en veiliger worden. Alleen vraagt dit van alle partijen om verder te kijken dan hun eigen sectorale doelstellingen.
Dat ziet ook Jos van Dalen, kwartiermaker en aanjager van het interbestuurlijk programma aardgasvrije wijken: “Gemeenten hebben jarenlang een infrastructuur opgebouwd voor de wijkaanpak. Maar kennelijk is het toch complex wanneer ook andere thema’s, zoals groen of de veiligheid om aandacht vragen. Het sectorale doel van het Rijk is aardgasvrij, maar gemeenten kunnen dat wel volgens de stedelijke vernieuwingsmethode aanpakken. Dus werk met werk maken. Het Rijk wil dit graag samen met gemeenten ontdekken.”

Integraal is ingewikkeld

Een integrale benadering is al snel duurder, ingewikkelder en tijdrovender dan een technische operatie, legt Martin Klooster, projecteider wijkgerichte energie-aanpak in het Groningse Selwerd uit: “Het koppelen van de energietransitie aan andere opgaven is natuurlijk een kans voor open doel. Als je de straat openmaakt voor de aanleg van een warmtenet, kun je gelijk maatregelen nemen voor klimaatadaptatie, betere verkeersroutes en een mooiere openbare ruimte. Zodat bewoners elkaar makkelijker ontmoeten, meer bewegen en kinderen fijner kunnen spelen. Dat pakken we in Selwerd samen met bewoners op. Het gevaar is alleen dat je zoveel gaat koppelen en stapelen dat niemand het meer snapt.”

Niet alleen bij gemeenten sloeg na de stedelijke vernieuwing de verkokering toe. Ook bij het Rijk is er geen integrale blik meer op de wijk. Van Dalen: “De kunst is, ook bij het Rijk, schotten weg te krijgen en per wijk te kijken wat de totale opgave is. Ook voor wethouders onderwijs, werk & inkomen en werkgelegenheid biedt deze transitie grote kansen. Dit is de tijd om van elkaar te leren en uit te vinden wat werkt. Want – zoals de Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk het formuleerde tijdens de onderhandelingen voor het Klimaatakkoord – op een gegeven moment moeten we opschalen. We kunnen niet bij alle 8 miljoen woningen aanbellen.”

zwanenveld-nijmegen-foto-matthijs-Uyterlinde
Nijmegen, buurt Zwanenveld

Waarom wij?

Juist in wijken waar veel bewoners rond het bestaansminimum leven, en waar de leefbaarheid en veiligheid te wensen overlaten, kan het investeren in het leefklimaat helpen om draagvlak te winnen onder bewoners. Dat bewoners argwanend kunnen staan tegenover de transitie naar aardgasvrij, ondervond de gemeente Utrecht. Eind 2017 ging men aan de slag in één van de meest kwetsbare wijken. Wethouder Van Hooijdonk: “Wij zijn gestart in Overvecht-Noord. De corporaties hebben daar een groot renovatieprogramma, we waren al bezig met een sociaal en veiligheidsprogramma en de aardgasleidingen zijn aan vervanging toe. Bewoners snappen best dat we van het gas af moeten, daarover is eigenlijk nooit discussie. De vraag die ze ons wel stellen is: waarom wij? En waarom hier? Daarom hebben we als gemeente afgesproken dat de transitie naar duurzame energie alleen kan slagen als het haalbaar en betaalbaar is voor alle Utrechters.”

Tom Beek, projectleider warmtetransitie voor de Nijmeegse wijk Zwanenveld, vertelt dat er recent veel negatieve media-aandacht was over de aanleg van het bestaande warmtenet. Aanleiding is een rapport waarin de Nijmeegse rekenkamer kritische kanttekeningen plaatst bij de besluitvorming in 2012. Omdat in Zwanenveld het vertrouwen in de overheid toch al laag is, vindt Beek het belangrijk om te investeren in vertrouwen. “Vanuit het programma Leefbaar Zwanenveld is al veel contact met actieve bewoners. Wij willen daar zoveel mogelijk bij aansluiten, zodat we samen een plan voor de buurt kunnen maken.” Koppelkansen in Zwanenveld liggen volgens Beek onder meer in een gezamenlijke aanpak van de openbare ruimte, want ook de riolering is aan vervanging toe en veel bewoners hebben last van zwerfvuil. Een kwart van de bewoners vindt de buurt achteruitgaan.

Reis door de wijk

Tegelijkertijd beseft Beek dat zich misschien geen grote groep bewoners meldt om actief mee te denken. “Dan is het nodig dat we bewoners straks een duidelijk, aantrekkelijk aanbod kunnen doen. We moeten vooral laten zien in welk opzicht mensen erop vooruitgaan. Aardgasvrij moet niet als een hindernis worden ervaren, maar als kans op verbetering.” Dit onderschrijft wethouder Van Hooijdonk: “In veel deelbuurten van Overvecht-Noord zien we dat bewoners graag ontzorgd willen worden. Zij wachten op een aanbod. Maar er speelt in deze wijk veel meer. Daarom verkennen wij als gemeente of we de aanpak voor de bewoners integraal kunnen doen in een nieuw programma Samen Overvecht. Gericht op veiligheid, sociale vraagstukken, meer werkgelegenheid, meer menging van woningen, maar ook aardgasvrije woningen.”
Ook Jos van Dalen benadrukt dat gemeenten een gedegen analyse van wijken moeten maken en bewoners goed moeten betrekken bij de aanpak. “Je moet een reis door de wijk maken. Wie wonen er, wat is het inkomen, hoe is de sociale cohesie, de kwaliteit van het groen en de woningvoorraad? Welke andere issues spelen er? Vervolgens kun je bepalen wat voor aanpak nodig is.”

overvecht-utrecht
Overvecht Utrecht

Zeggenschap

In de Wageningse Benedenbuurt was de transitie naar duurzame warmte een drijfveer voor bewoners om samen aan de slag te gaan. Initiatiefnemer Wanka Lelieveld kwam in 2016 in de Benedenbuurt wonen en raakte meteen betrokken bij het Klimaatstraatfeest. Binnen zes weken leerde hij iedereen in zijn straat kennen. Toen hij ontdekte dat de gemeente het riool moet gaan vervangen, bedacht hij dat dit misschien te combineren is met een duurzame warmtevoorziening. Na een aantal buurtavonden volgde een haalbaarheidsonderzoek. In 2018 is de coöperatie Warmtenet Oost Wageningen opgericht, waarmee bewoners hun eigen warmtenet willen organiseren en exploiteren. Lelieveld, die inmiddels door de gemeente is aangesteld projectleider: “Wij willen graag zeggenschap en keuze over welke duurzame bron onze woningen straks gaat verwarmen. Ook omdat het goed is voor de waardeontwikkeling van onze woningen.”
Voor het indienen van de proeftuinaanvraag gingen bewoners langs de deuren met een intentieverklaring. Maar liefst vierenveertig procent tekende het document. Toch maakt ook Lelieveld zich zorgen over draagvlak: “Met nieuwsbrieven en buurtavonden bereik je ongeveer de helft van de mensen.” De bewoners zetten onder meer in op storytelling: “Een kind uit de wijk gaat bijvoorbeeld de oudste bewoner interviewen over hoe zij in 1948 in de wijk kwam wonen toen men nog op steenkool stookte. Hoe zij toen de transitie van kolen naar gas meemaakte en nu naar duurzame bronnen. En we gaan workshops zonnekoken houden. Mensen moeten het kunnen zien en voelen.” In de Benedenbuurt spelen geen andere grote knelpunten. “Ik denk dat hondenpoep ons grootste probleem is” zegt Lelieveld lachend.

Drie typen wijken

De rondgang langs vier wijken laat zien dat er geen uniforme procesregie is. In sommige wijken zeggen bewoners: wij kunnen het niet betalen en wij willen het ook niet. Dat vraagt iets anders van gemeenten, dan in wijken waar bewoners meer te besteden hebben en positiever tegenover aardgasvrij staan. Grofweg zien wij drie typen wijken, die elk om een andere benadering vragen.

  • Ten eerste wijken die we kennen uit ‘oude lijstjes’ van Krachtwijken, GSB-wijken of ISV-wijken. Wijken waar vaak meer dan vijf grote maatschappelijke vraagstukken spelen en waar de energietransitie onderdeel is van een bredere aanpak. Doorgaans is het merendeel van de woningen corporatiebezit. Bij bewoners van deze wijken staat het aardgasvrij maken van hun woning niet in de top drie van urgente vraagstukken. De kans dat bewoners van deze wijken zelf initiatief nemen is minder groot. Daarom is gemeentelijke sturing nodig. Essentieel is wel dat de gemeente in interactie met bewoners tot een aanpak komt. Door met hen in gesprek te gaan en hun dromen en wensen op te halen, wordt duidelijk op welke fronten winst te behalen is, wat bewoners belangrijk vinden en waarvoor ze zich willen inzetten. Met een brede aanpak van wijkverbetering kan meerwaarde worden gecreëerd voor bewoners, en kunnen in de toekomst hopelijk maatschappelijke kosten worden bespaard.
  • Ten tweede zijn er wijken waar minder pregnante vraagstukken spelen. Ook hier komt het aan op een goede en brede analyse van de wijk en de bewoners, zodat bepaald kan worden een verbinding kan worden gelegd met andere opgaven. En of de nadelen van integraal werken opwegen tegen de voordelen, zoals meer draagvlak en het beter aansluiten bij de logica en urgentie van bewoners omdat ook de woonomgeving wordt opgeknapt.
  • In het derde type wijken staat een groter deel van de bewoners positief tegenover de energietransitie en beschikken veel bewoners ook over de nodige hulpbronnen. Hier liggen vooral kansen in het slim koppelen van technische uitvoeringsvraagstukken, zoals ingrepen in riool, water en warmte-infrastructuur.

Vooral in de laatste twee typen wijken ligt het voor de hand dat bewonersgroepen een trekkende rol spelen, zoals in de Benedenbuurt in Wageningen. Daar zijn best persons zoals Wanka Lelieveld in staat om samen met buurtgenoten een zorgvuldig proces op te tuigen. Gemeenten staan dan voor de taak om deze initiatieven te ondersteunen en waar nodig te professionaliseren. Afhankelijk van de lokale situatie, moeten gemeenten bepalen welke regierol nodig is. Uiteindelijk moeten partijen toewerken naar een betere wijk: dat komt het draagvlak en de acceptatie van aardgasvrij ten goede.

Neem je tijd

De trekkers in deze vier proeftuinen waarschuwen voor te hoge verwachtingen. De transitie is razend ingewikkeld, ook omdat nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan die nog op elkaar ingespeeld moeten raken. Martin Klooster is blij met de steun van het Rijk voor de aanpak in Selwerd, maar hij benadrukt dat veel knelpunten nog vragen om een oplossing: “Als gemeente willen wij heel graag, maar goede wil en subsidies voor de onrendabele top zijn niet genoeg. De techniek moet goedkoper worden, en faciliterende wet- en regelgeving én geld van bovenaf zijn hard nodig.” Vooral over de particuliere voorraad maakt Klooster zich zorgen. Jos van Dalen, die als kwartiermaker de transitie moet aanjagen, vindt dat gemeenten niet overhaast te werk moeten gaan: “Vooral bij steden met relatief groene colleges zie ik veel haast. Gaan we niet te snel? Het hoeft niet morgen af. Het gaat ook nog even duren voordat alles randvoorwaardelijk is geregeld. We moeten de energietransitie in wijken stap voor stap aanpakken. Dus gemeenten, neem je tijd.”

Ruimte + Wonen

Dit artikel is verschenen in het nieuwste nummer van Ruimte + Wonen.