Aanbesteding van kleinschalige zorg is complex voor zorgboeren

Interview met Maarten Fischer, Federatie Landbouw en Zorg, en Maurice van Valkenburg, Samenwerkende Zorgboeren Zuid

Steeds vaker ontvangen gemeenten, vooral in landelijk gebied, verzoeken tot vergunningverlening of zorginkoop van boerderijen die zich ontwikkelen tot zorgboerderij. Multifunctionele landbouw kan een brug zijn tussen stad en platteland, en voorziet in de behoefte aan kleinschalig aanbod in de zorg. Maar hoe scheid je als gemeente het kaf van het koren bij al deze aanvragen? En aan welke eisen moeten zorgboeren voldoen?

In totaal zijn er ongeveer 1.300 zorgboerderijen in Nederland. “Grofweg zien we drie varianten”, vertelt Maurice van Valkenburg, directeur van Samenwerkende Zorgboeren Zuid. “Elke categorie is ongeveer even groot in omvang. De eerste groep heeft een agrarische kernactiviteit. Vaak regelt de man het boerenbedrijf en organiseert de vrouw de zorgactiviteiten. Soms zijn het zelfs twee verschillende bedrijven. De tweede groep bestaat uit voormalig boerenbedrijven, waar de zorg langzaamaan de kernactiviteit van het bedrijf is geworden. En tot slot is er een groep zorgondernemers die een voormalig boerenbedrijf opkoopt om daar dagbesteding in het groen te bieden.”

Maarten Fischer, directeur bij de Federatie Landbouw en Zorg: “Er zijn veel boeren die hun bedrijf een nieuwe invulling willen geven. Wij zien dat één op de vijf boeren die bij ons aanklopt, daadwerkelijk als zorgboer start. Het is niet makkelijk om een zorgboerderij te zijn of te worden. Vaak ontvangen zorgboeren verschillende groepen gasten. Op maandag en donderdag bieden ze dan dagbesteding aan ouderen en op woensdag ontvangen ze jongeren. We zien dat de groei van het aantal zorgboerderijen afneemt, maar dat de omvang van deze bedrijven toeneemt. Niet omdat de zorgboeren willen groeien, maar omdat ze niet keer op keer ‘nee’ willen verkopen en daarom liever een dag extra open zijn om mensen met een zorgvraag te kunnen ontvangen. Het zijn vooral de zorgboerderijen die van maatschappelijke betekenis willen zijn, die het redden.” Voor het geld kun je beter wat anders doen. Dat de zorglandbouw geen winstjager is, bleek ook al uit het artikel Hoe boeren de zorgboeren? van Jan Popping op accountant.nl.

Vooral dagbesteding

Zorgboerderijen bieden vooral dagbesteding en ambulante begeleiding aan. Slechts ongeveer een kwart van de zorgboerderijen heeft ook een verblijfsfunctie. Fischer: “De meningen verschillen over hoe groot het bedrijf minimaal moet zijn om ook ‘verblijf’ te kunnen aanbieden. Reguliere zorg gaat uit van 32-48 plekken. Dat is voor een zorgboerderij niet te doen. Wij zien dat er om een woonfunctie te vervullen voor jeugd minimaal 16 plekken nodig zijn om een economisch gezond bedrijf te kunnen starten. Bij ouderen iets meer als je kijkt naar de tarieven en wat ervoor nodig is om 24-uurszorg te kunnen bieden”, aldus Fischer. “Vooral in het noorden van het land zijn er door provinciale regelgeving zorgboerderijen met een woonfunctie.”

Verschillende doelgroepen, regels en financiële stromen

Doordat zorgboeren verschillende doelgroepen ontvangen, krijgen ze te maken met wet- en regelgeving vanuit de Jeugdzorg, Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning. En dus ook met de daarmee samenhangende financiering, procedures en regels. Fischer: “Gemeenten zien de waarde van zorgboerderijen en kopen dagbesteding, ambulante begeleiding en eventueel verblijf bij hen in. We zien daarbij dat steeds meer gemeenten de aanbesteding regionaal oppakken. Dat zijn juridisch zware trajecten, met checklists die worden afgevinkt. Zo moeten zorgboeren in een aantal gemeenten een ISO- of HKZ-keurmerk hebben, terwijl dat duurder is dan ons keurmerk en niet leidt tot betere kwaliteit. En mist er een diploma van een van de medewerkers, dan lig je uit de aanbesteding. Zes van de zestien regio’s van de Federatie doen nu collectief aan de aanbestedingen mee: zij verzorgen de contractering met gemeenten namens gemiddeld 120 zorgboerderijen per regio. Ook regelen zij de contracten met zorgkantoren.” Van Valkenburg vult aan: “De complexiteit van aanbestedingen doet geen recht aan de aangeboden zorg. Om te kunnen deelnemen aan een aanbesteding moeten zorgboeren samenwerken en investeren in juridische ondersteuning. In de provincie Zeeland vindt daarbij een verplichte samenwerking plaats: daar zijn nu 8 aanbieders in plaats van de oorspronkelijke 186. Zo legt men de overhead van de aanbesteding en de administratiedruk bij ‘het veld’.”

Kwaliteitskader biedt ook inspiratie voor reguliere zorg

Voor de zorglandbouw bestaat sinds 2002 het keurmerk Kwaliteit laat je zien. De Federatie Landbouw en Zorg werkt – in aansluiting op het keurmerk – aan een kwaliteitskader voor zorglandbouw. Concreet gaat het daarbij om een serie afspraken over de wijze waarop je zorg wilt leveren en hoe je de kwaliteit daarvan borgt. Fischer: “Het kwaliteitskader geeft zorgboeren houvast om zorg te verlenen die past binnen alle verschillende regels, zonder dat het te ingewikkeld wordt of te ver af komt te staan van het leven op de boerderij. Het kader moet geen keurslijf zijn, maar aansluiten op wat we als sector doen en op hoe we ons verder willen ontwikkelen. De focus ligt op luisteren naar deelnemers, op intervisie tussen zorgboerderijen en op scholing en onderwijs via een landelijke academie. We hopen zo ook de reguliere zorg te inspireren om de beste kwaliteit te leveren.”

Kernwaarden zorglandbouw

Het project Kracht van de zorglandbouw ging op zoek naar de bijzondere kracht van de zorglandbouw. Uit gesprekken met gasten, mantelzorgers, begeleiders en zorgboeren kwamen de volgende waarden naar voren:

  • Ik word gezien en gehoord
  • Ik hoor erbij en ik doe mee
  • Het is op de boerderij net als in het gewone leven
  • Ik krijg de kans om te leren
  • Ik kan kiezen uit nuttig werk
  • Ik beweeg veel op de boerderij
  • Er is ruimte en ik kan veel buiten zijn
  • Het ritme op de boerderij geeft mij houvast
  • We eten samen gezond

Het project ‘Kracht van de Zorglandbouw’ wordt uitgevoerd onder begeleiding van een stuurgroep. Organisaties zoals het ministerie van VWS, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Zorgverzekeraars Nederland en het Zorginstituut zijn hier als stakeholder ook bij betrokken.

Dit artikel is geschreven voor het Kennis- en leertraject Woonzorgvisie. Daarin begeleidt Platform31 deelnemende gemeenten bij het opstellen van een woonzorgvisie. Zij krijgen via vergunningsaanvragen en bij de zorginkoop te maken met zorgboerderijen. Eerder schreef Platform31 over het onderzoek van Hilde Verbeek van de Universiteit Maastricht naar woonzorgconcepten voor ouderen. Dit leverde het artikel Zorgboederijen als innovatief woonzorgconcept voor ouderen op.