Aan de slag met gedragsbewust beleid

Tamara Madern, lector Schuldpreventie en Vroegsignalering, Hogeschool Utrecht

In de afgelopen jaren is het gedrag van mensen steeds meer centraal komen te staan in het gemeentelijke armoede- en schuldenbeleid. Duidelijk is dat het niet voldoende is om financiële kennis te hebben om schulden te voorkomen. Naast het denkvermogen moet ook rekening worden gehouden met het doenvermogen van mensen. Maar hoe doe je dat als gemeente? Daarover gaan we in gesprek met Tamara Madern, lector Schuldpreventie en Vroegsignalering aan de Hogeschool Utrecht en procesmanager van leernetwerken en onderzoek van het programma Schouders Eronder.

“Als het gaat om armoede en schulden, dan bestaat er al veel kennis over het gedrag van mensen. Dat helpt om beleid en uitvoering daarop aan te laten sluiten. Maar in de praktijk zien we dat de kennis niet goed is ontsloten. Kennis lijkt soms tegenstrijdig en wordt niet altijd vertaald in concrete acties voor de praktijk. Een klein voorbeeld daarvan is dat bij updates van een handreiking niet wordt aangegeven wat nieuw is. Dat maakt het lastig om goed gebruik te maken van de bestaande kennis. Vanuit Schouders Eronder willen we hier een slag in maken zodat de kennis die er is, beter wordt benut.”

Hoe kunnen gemeenten hun beleid en uitvoering meer gedragsbewust inrichten?

“Het hangt sterk af van wat je wilt bereiken. Er is niet één antwoord op hoe je beleid en uitvoering beter laat aansluiten op het gedrag van mensen. Je kunt aan de gang met stress-sensitief beleid maar ook met interventies. Er zijn allerlei ingangsvragen. In Almere is bijvoorbeeld gekeken naar minimapolissen. De zoektocht was naar de boodschap die ze wilden geven. Moeten de inwoners de polissen kennen om zelf een afweging te maken of wil je ze meer sturen richting het afsluiten? Het verschil in vraagstelling kan leiden tot andere aanpakken. Dat vraagt van een gemeente dat ze steeds naar het geheel kijken. Hoe ziet het proces eruit? Dan zie je knelpunten en daar kun je mee aan de slag. Denken vanuit het doenvermogen van mensen is echt wezenlijk anders dan het perspectief van de rationele mens. Dat wordt al steeds meer gedaan. Nu zit de omslag in denken vaak in kleine dingen, zoals brieven veranderen, vaak met gebruik van nudges. Dat zijn eigenlijk kleine duwtjes in de juiste richting die het makkelijker maken om het gewenste gedrag te kunnen uitvoeren. Dat soort nudging is nuttig maar niet de oplossing van alles. Dan wordt nudging straks een stoflap op alles. En wat als beleid verandert? Dan moet je alle nudges weer gaan aanpassen. We moeten er wel veel meer gebruik van gaan maken, maar gedragsbewust beleid vraagt echt meer dan nudges alleen.”

De Hogeschool Utrecht heeft een nieuwe opzet voor budgetcursussen ontwikkeld. Hoe zijn deze cursussen meer gedragsbewust gemaakt?

“We hebben inderdaad gewerkt aan een nieuwe opzet voor budgetcursussen. Deze cursussen worden veel ingezet, maar we weten eigenlijk niet of het bijdraagt aan het voorkomen of verminderen van problematische schulden. Aan de hand van gedragswetenschappelijke inzichten hebben we gekeken welke aanpassingen kunnen bijdragen aan de effectiviteit van de cursussen. De belangrijkste aanpassing is dat de budgetcursus niet is opgebouwd uit vaststaande modules. De cursisten mogen de onderwerpen zelf aandragen. Daarnaast is er meer aandacht voor het oefenen van vaardigheden en bespreken van valkuilen van mensen, omdat financiële kennis niet voldoende is om gezond financieel gedrag te vertonen. Door de nieuwe opzet is de cursus veel persoonlijker geworden; mensen komen ook meer met hun eigen verhaal. Voor trainers is deze opzet veel intensiever: ze moeten meer kennis hebben van schuldhulpverlening én van gedragswetenschappelijke inzichten. Wageningen Universiteit heeft de aangepaste budgetcursus geëvalueerd en er is een handreiking opgesteld. De ervaringen van de deelnemers zijn zeer positief.”

Hoe kunnen gemeenten hun inwoners met financiële zorgen beter bereiken?

“Het in kaart brengen van klantreizen kan gemeenten veel belangrijke informatie opleveren over hoe mensen omgaan met hun financiële vragen. Buurtteams zijn heel mooi maar voor een specifieke doelgroep. Als je alle financiële vragen bij een buurtteam moet stellen, dan gaat niet iedereen daarnaartoe. Ik kom bijvoorbeeld langs het stadskantoor van de gemeente waar ik woon, dus dan wil ik liever daar mijn vraag stellen. Ook zijn openingstijden vaak een probleem, vaak alleen onder werktijd en soms maar een paar uur in de ochtend. Dan wordt er niet op de leefwereld van mensen aangesloten, voor mensen met werk is het dan heel lastig langs te komen. Een oplossing zou kunnen zijn om ook om 19.00 uur nog een keer open te zijn. Datzelfde geldt voor goed preventiebeleid, dat zou een breed scala aan interventies moeten omvatten. Er is vaak vroegsignalering en budgetcursussen maar die zijn er niet op gericht dat je langs kunt komen bij één of twee vragen of een individueel langduriger adviestraject voor mensen zonder problematische schulden.

Het helpt om meer te denken vanuit social marketing. Inwoners zijn klanten die je van een dienst voorziet. Je spreekt mensen dan op een andere manier aan. Je reikt naar hen uit. Bij inloopspreekuren zie je bijvoorbeeld dat medewerkers zich op één vraag richten en niet doorvragen. Dat is een gemiste kans vanuit preventie gezien. Schulden zijn een taboe. We moeten het bespreekbaar maken. Zet het in de nieuwsbrief van je werkgeversbladje. Benader niet alleen het individu maar spreek de groep aan. En zeg dan niet dat het geen probleem is om schulden te hebben, maar wel en dat het heel goed is om hulp te vragen en dat dat niet iets is om je voor te schamen. Een mooi voorbeeld van een kosteneffectieve manier om op grote schaal een financiële boodschap af te geven, is een soapserie. In Zuid-Afrika is twee maanden lang het thema schulden behandeld in een goedlopende serie Scandal. Eén van de karakters leent ontzettend veel geld en zoekt dan hulp om uit de schulden te komen. Uit onderzoek van de Wereldbank blijkt dat veel kijkers meer kennis hadden over het aangaan van leningen.”

Hoe kunnen gemeenten het gedragsbewust beleid in hun gemeenten versterken?

“Je ziet dat gemeenten op grotere schaal met gedragsbewust beleid aan de gang zijn, maar het is nog geen doorleving van het geheel. De nieuwe ideeën blijven vaak beperkt bij afdelingen of personen. Een goed voorbeeld is Stadsring51. Die stapelen goede projecten op elkaar. Andere goede voorbeelden zijn Drechtsteden, Alphen aan den Rijn en Amsterdam. We doen vaak ‘of, of’. Eigenlijk moeten we meer ‘en, en’ doen. Dan zeggen ze dat het hele schuldhulpverleningssysteem weg moet, maar waarom? Op onderdelen kunnen beleid en interventies worden aangescherpt. Daar moet je het gesprek over aangaan, ook met de uitvoering. Er vindt weinig uitwisseling plaats tussen beleid en uitvoering, terwijl daar ook veel kennis is.

Gedragsbewust beleid vraagt ook om een ander personeelsbeleid bij gemeenten. Je moet als gemeente nadenken over waar je naartoe wil gaan. Is er een kennispersoon die ervoor zorgt dat iedereen zijn kennis bijblijft? Worden trainingen goed geïmplementeerd en zijn er mogelijkheden tot intervisie? Uitvoerders hebben vaak ook concrete handvaten nodig. Vanuit Schouders Eronder kijken we hoe we praktijk en wetenschap beter kunnen verbinden. Er is een kennisbundel waar we kennis verzamelen en concreet doorvertalen, zodat beleidsmedewerkers en uitvoerders er direct mee aan de slag kunnen.”

Meer weten?

Platform31 wil, in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedragsbewust beleid in het sociaal domein stimuleren. Dat doen we door kennis te delen in praktische handvatten. Bekijk bijvoorbeeld de publicatie Gedragsbewust beleid in het sociaal domein. Daarin bundelen we de wetenschappelijke inzichten over (financieel) keuzegedrag van mensen en laat zien wat deze kennis betekent voor de ondersteuning van mensen in armoede of met schulden.

Meer informatie staat hier.