West Side Stories

OMI presenteert t/m 22 december de manifestatie over de roemruchte stadsvernieuwing in het Oude Westen van Rotterdam. Met een tentoonstelling, stadsroutes, lezingen en filmavonden laten ontwerpers, kunstenaars en fotografen een nieuwe kijk op de wijk zien.
Meer informatie

Stadsvernieuwing in Rotterdam

Vijftig jaar bouwen in de buurt

Door Wim Vierling

De publicatie Stadsvernieuwing in Rotterdam blikt terug op vijftig jaar ‘bouwen voor de buurt’. De prettig leesbare publicatie, vooral door de vele interviews met de direct betrokkenen en de vele met zorg gekozen foto’s, geeft een mooi tijdsbeeld van een unieke periode in de stedelijk vernieuwing van de stad waarbij bewoners ongekend veel invloed kregen en waar je vandaag de dag lessen van kan leren.

De auteur Ben Maandag nam de vraag “welke invloed de stadsvernieuwing heeft gehad op het tegenwoordige Rotterdam en hoe de methodiek van toen waardevol kan zijn voor de transitie in de stad van nu” als uitgangspunt bij het schrijven. Alhoewel de auteur zegt geen wetenschappelijke pretenties te hebben, heeft hij op basis van archief- en literatuuronderzoek en 46 interviews met betrokkenen een indringende geschiedenis beschreven van een roerige periode van de stad Rotterdam. Hij maakt daarbij een selectie van 5 uit een totaal van 11 stadsvernieuwingswijken – de Afrikaanderwijk, het Oude Noorden, het Oude Westen, Feijenoord, Noorder Eiland en Crooswijk – die beschreven worden. Stuk voor stuk wijken die in de jaren 1880-1920 zijn ontstaan, een periode waarin de stad explosief groeide van 150.000 naar 500.000 inwoners. Deze ‘revolutiebouw’, woningen die zonder al te hoge kwaliteitseisen werden gebouwd op particulier initiatief en vaak met een matige stedenbouwkundige kwaliteit, zorgden zo’n 50 jaar later voor een dilemma bij het stadsbestuur: slopen of vernieuwen? Hoewel in het begin van de 70’er jaren de voorkeur bij saneren lag, groeide onder druk van actiegroepen in de oude wijken het besef bij bestuurders dat het vernieuwen van de bestaande stad de gewenste richting was. Dat was een ongekende, complexe opgave. Door het versnipperde verwaarloosde particulier bezit, voelde de gemeente zich genoodzaakt 33.800 woningen aan te kopen (tot 1983). Uitgangspunt was om voor een zo laag mogelijke prijs zo groot mogelijke woningen te leveren. Architectuur en stedebouw stonden op de tweede plan. De wethouders Jan van der Ploeg (1974-1982), Pim Vermeulen (1982-1994) en Herman Meijer (1994-2002) waren de trekkers van de operatie. Ondanks talrijke conflicten en meningsverschillen wisten zij het proces van vernieuwen gaande te houden. De basis lag in de projectorganisatie op wijkniveau, waardoor burgers konden direct invloed uitoefenen op de besluitvorming en ambtenaren mandaat kregen. Dat zorgde voor een slagvaardige organisatie.

In de periode 1974-1996 werden 71.299 woningen aangepakt, waarvan 32.604 nieuw en 30.244 met een hoogniveau renovatie. In deze periode lag het accent eenzijdig op sociale huur. De vernieuwing van de wijken is nog steeds gaande. En na 50 jaar stadsvernieuwing zijn veel wijken alweer aan een opknapbeurt toe. De kijk op deze wijken is inmiddels gewijzigd. Bijna iedereen is het er wel over eens dat een gemengd woningaanbod voor lage, midden en hoge inkomens gewenst is. De correctie op het eenzijdige woonaanbod levert soms conflicten op. Zoals bijvoorbeeld de door Vestia voorgenomen sloop van 599 woningen in de Tweebosbuurt in de Afrikaanderwijk. De bewoners hebben zorgen over de betaalbaarheid van de 374 terug te bouwen koop- en huurwoningen, maar ook de vrees voor gentrification waardoor bestaande sociale banden onder druk komen te staan. De markt en corporaties bepalen in deze tijd samen met de overheid het woonbeleid, zonder al te veel inspraak van de bevolking. De opgave is enorm, met name in Rotterdam Zuid alleen al moeten 35.000 woningen worden verbeterd (waarvan 23.000 in particulier bezit). De auteur wijst terecht op de lessen die we kunnen leren van de succesvolle wijkgebonden werkwijze met hoge betrokkenheid van de buurtbewoners die zo typerend was voor de stadsvernieuwing uit de jaren 70 en 80. Ook andere opgaven, zoals de energietransitie en klimaatverandering, kunnen hier baat bij hebben. De auteur draagt kansrijke richtingen aan, zoals bijvoorbeeld de wooncoöperaties (aangejaagd door het Rotterdams Woongenootschap) waarbij bewoners zelf een direct belang hebben. Of door jongeren met een niet-westers achtergrond (zeventig procent in Rotterdam) te betrekken, waarvan bekend is dat een groeiende voorhoede uit die groep graag een bijdrage willen leveren aan de toekomst van de stad.

Bestel