Wooncoöperaties, komen we samen verder?

Wooncoöperatieve initiatieven waren en zijn nog altijd in opkomst. Steeds meer burgers zoeken manieren om hun eigen woonruimte en woonomgeving vorm te geven waarbij ‘mijn en dijn’ wordt vervangen door ‘voor en van ons’. Een mooie beweging die op veel maatschappelijke vraagstukken een oplossing biedt, denk bijvoorbeeld aan ruimtegebruik, tijdelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid naast vereenzaming, verdunning en doorstroming.

Deze beweging schreeuwt om ondersteuning. Burgerinitiatief kan tot veel leiden maar heeft soms een zetje nodig om daadwerkelijk van de grond te kunnen komen. In de afgelopen jaren is door velen gewerkt aan dergelijke ‘zetjes’. Denk bijvoorbeeld aan het ministerie van VWS dat RVO heeft belast met de uitvoering van de stimuleringsregeling wonen en zorg (Stimuleringsregeling Wonen en Zorg SWZ – Klantportaal-Site | mijn.rvo.nl). En denk aan de gemeente Amsterdam die SVN belast heeft met een gemeentelijke regeling voor woon coöperatieve nieuwbouw initiatieven in Amsterdam (Wooncoöperatie – gemeente Amsterdam). Hierdoor kan onder voorwaarden op veel daarvoor aangewezen locaties in de drukke metropoolregio gebouwd worden. En denk tenslotte ook aan de vele initiatieven die buiten het bereik van deze regelingen ontstaan zijn en zoeken naar zetjes voor de realisatie van dromen en idealen. Ondanks alle hindernissen, weerstanden en systeembeperkingen zoekt het ideaal een weg en worden dromen werkelijkheid.

Mijn streven, mijn doel en ideaal is dat we als financiële sector een gereedschapskist samenstellen om hindernissen op te ruimen en oplossingen aan te bieden. Echter, ook met gereedschap blijft het gezamenlijk vormgeven van de woon- en leefwens een complexe weg. De systeemwereld waarin banken en vele andere marktpartijen moeten opereren heeft te maken met regels en toezichtkaders, vaak ontstaan om voorgaande crises op te lossen en om nieuwe crises te voorkomen. Dat voorkomen is natuurlijk niet zeker en in nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken, zoals rond coöperatief wonen, is het ook sterk de vraag of deze systemen hiervoor bedoeld zijn. Mijns inziens is het antwoord hierop nee. De systeemwereld beperkt de mogelijkheden om een zetje te geven, maar de gereedschapskist van de banken is zeker niet leeg.

Het begint bij de banken met de bereidheid om buiten de kaders te denken, oplossingsgericht te zoeken naar combinaties van mogelijkheden, maar ook zo nodig en mogelijk gezamenlijk op zoek te gaan naar nieuwe kansen. Denk hierbij aan de eerder genoemde regelingen van het ministerie van VWS en van de gemeente Amsterdam. Dit kost tijd en energie maar levert maatschappelijk veel op. Binnen de Rabobank noemen we dat ‘Bankieren voor Nederland’.

De bank kan helpen bij het beschikbaar stellen van een betaalrekening waaraan een proces van beoordelen van het initiatief en beoordeling van de betrokkenen en de ingebrachte gelden vooraf gaat. Zij kan meedenken met het initiatief en/of met de vakinhoudelijke deskundige adviseurs van het initiatief voor afwegingen in investeringen en exploitatie, zowel inkomsten als ook uitgaven waaronder aflossingen. En tenslotte kan de bank een belangrijke rol spelen bij het uitwerken van een financieringsplan met stapelfinanciering van verschillende kapitaalbronnen. Alles met het doel: realisatie van dromen en idealen binnen de verantwoorde kaders van goed bankiersschap.

Eenvoudig is het niet, maar één ding weet ik zeker: samen komen we er wel!

Aart Cooiman, senior sectorspecialist bij de Rabobank

Meer over wooncoöperaties

Kennisdossier Wooncoöperaties