Van foto naar film

De grote gebeurtenissen in het leven zijn de belangrijkste reden om te verhuizen: samenwonen en uit elkaar gaan, een nieuwe baan beginnen en werkloos worden, een gezin stichten en kinderen die het huis uitvliegen, een partner die overlijdt.

Het aantal life events in een mensenleven is de laatste decennia flink gestegen. We wisselen vaker van relatie en vaker van werk. Het leven is geen voorspelbaar ritje in de draaimolen meer, maar een achtbaan geworden. We zijn volgens cultuursocioloog Richard Sennett een flexibele mens geworden.

De flexibele mens is enerzijds het toonbeeld van emancipatie, die steeds meer zelf is gaan bepalen wanneer hij (en vooral zij) een liefdes- of arbeidsrelatie aangaat of verbreekt. De keerzijde is dat er ook meer onvrijwillige flexibiliteit is die haar (maar steeds meer hem) bestaansonzekerheid oplevert.

In beide gevallen zien we dat de flexibele mens botst met systemen die nog zijn ingericht op de oude instituties: de vaste baan, het huwelijk tot de dood ons scheidt. Moeten zzp’ers zich verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid? Is partneralimentatie nog van deze tijd? Mag je samenwonen met vrienden en hoe zit dat met de kostendelersnorm?

Terug naar het life event als aanleiding om te verhuizen. Want ook de volkshuisvesting is nog erg gericht op een voorspelbaar leven. Bij het verhuren van een sociale huurwoning kijken we goed of je inkomen en huishoudenssituatie passen bij de woning en de huurprijs. We wijzen de woning dus toe op basis van een foto – een momentopname – van je leven. Daar is niets mis mee, behalve dat de film van het leven natuurlijk gewoon doorloopt. Het inkomen stijgt of daalt, er komen mensen bij wonen en ze vertrekken weer.

Het gevolg is dat er scheefgroei ontstaat: mensen die te duur wonen, mensen die goedkoper wonen dan nodig, gezinnen die te krap wonen, en kleine huishoudens in een grote woning. In ontspannen woningmarkten van Nederland is dat niet zo erg. Daar kun je te krap of te duur wonen oplossen door te verhuizen naar een goedkopere of ruimere woning. In gespannen woningmarkten zitten mensen echter muurvast in hun te krappe of te dure woning, terwijl de buren letterlijk kamers en geld over hebben. Dat de volkshuisvestelijke middelen hier niet terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn, is op zijn minst vreemd.

Laten we nadenken over een systeem dat meebeweegt met de film van het leven. Dat klinkt als de zoveelste flexibilisering die de onzekerheid van het bestaan verder vergroot en verworven rechten afbreekt. De paradox is echter dat het omgekeerde het geval is. Het is juist het huidige statische arrangement dat onzekerheid biedt en mensen vast zet: wie werkloos raakt kan zijn huur niet betalen en moet eigenlijk verhuizen naar een goedkopere woning, maar heeft daarvoor in grote delen van Nederland te weinig inschrijfduur. Idem dito voor het stel in een tweekamerwoning dat kinderen krijgt en geen uitzicht heeft op een grotere woning.

Wat hebben zij aan een huurcontract dat nog steeds gebaseerd is op de foto van toen? Dat maakt de kans op een happy end van de film niet groter. En dat is toch wat we nastreven met de volkshuisvesting?