Stenen kun je tellen, mensen ook: De Rotterdammars

Op 17 oktober ondersteunde ik de Woonopstand, een demonstratie in Rotterdam, georganiseerd door een brede alliantie van organiserende en ondersteunende civiele organisaties – waaronder de Woonbond, de FNV en Recht op de Stad – en betrokken burgers uit heel Nederland. Ik was een van de vele vrijwilligers in de ordedienst van deze demonstratie. Een belangrijke les is dat een demonstratie slaagt bij een goede sfeer, goede opkomst, goede organisatie, voldoende ruimte én een goede samenwerking met de gemeente, media en politie. En dat wonen én demonstreren belangrijke en waardevolle grondrechten zijn en met name ook mensenrechten.

De Woonopstand is een collectieve burgeractie en onderdeel van een groeiende sociale beweging. In combinatie met het democratisch grondrecht om te demonstreren is het in mijn ogen een exemplarische uiting van de ‘participatieve democratie’. Het bestrijden van onrecht -noem het onrechtvaardig woonbeleid; noem het de wooncrisis; noem het hervorming van de woningmarkt – is in de basis waar de demonstratie en beweging voor staat. Huizen voor mensen, niet voor winst! De nostalgische roep naar de volkshuisvesting klinkt door in de vele verhalen van de mensen die demonstreerden tijdens het woonprotest.

Hoofddoelen van de vrijwilligers van de ordedienst zoals ik – zijn het bevorderen van de naleving van de huisregels, de groep bij elkaar en op de juiste route houden. Zorgen dat er geen grote gaten tussen groepen vallen. Dit allemaal in goede samenwerking en overleg met de gemeente en politie. Een praatje en een grapje maken hier en daar, zeker ook met dienstdoende agenten, is een goede werkwijze. De ruimte met grote groepen mensen managen is een complexe en soms spannende opgave, en tegelijkertijd bepalend voor de sfeer. Meer ruimte, is meer overzicht en minder ophoping. Meer ruimte is ook meer vrijheid om te bewegen en gecombineerd met muziek, betekent dat meer dans, vreugde en plezier. En meer plezier leidt tenslotte weer tot een goede sfeer.

De goede, feestelijke sfeer sloeg om bij het naderen van ‘de brug’. De lange stoet van mensen (300-400 meter) die eerst ruim baan had, werd bij het benaderen van de brug steeds smaller en zorgde voor een opstopping. Op aanwijzing van de politie werd de stoet bij de overgang van de brug naar een smalle autobaan en het voetgangerspad geleid. ‘De brug’ die symbool staat voor verbinding tussen ‘continenten’, gebieden en wijken, is in dit geval symbool geworden voor conflict, verdriet en meer onrecht onderweg op de route van de Rotterdammars. Hoewel de exacte aantallen onbekend zijn, begon de demonstratie in de aanloop met 10.000 deelnemers, en is uiteindelijk ingekrompen tot 500-1000 mensen die de eindstreep hebben gehaald.

Ik heb veel gezien op deze zondag. Ik heb betrokken burgers, goede inhoudelijke speeches en gepassioneerde sprekers gezien. Ik heb blije gezichten gezien en lachende mensen. Tot ongeveer halverwege de mars…
Ik heb tranende ogen van agenten gezien achter hun beschermingsmasker. Ik heb vuisten, trappen en stokslagen gezien op jong en oud, man en vrouw. Ik heb chaos gezien. Ik heb geprobeerd de vrede te bewaren.

Alles van waarde is weerloos. Een ironische situatie om deze met neonregels te zien op een hoog kantoorgebouw rondom de Markthal, de meest bekende quote van de dichter Lucebert uit het gedicht ‘De zeer oude zingt’. Hoewel weerloos, toch enorm waardevol, bleek het burgerlijk demonstratierecht. ‘Het herinnert zich heilloos’.