Retail na Covid-19

Covid-19 beheerst ons leven in Nederland al bijna een jaar. De impact van het virus heeft zijn weerslag op de samenleving en de maatregelen beperken ons in onze levenswijze.

Een sector die het op onderdelen zwaar te verduren heeft is de retail. Het is geen geheim dat er al langere tijd verschuivingen merkbaar zijn en meerdere branches binnen de fysieke retail zich in onrustig vaarwater bevinden. Het aantal winkelvestigingen daalt en het marktaandeel onlinebestedingen stijgt. Deze ontwikkelingen zullen worden versneld door Covid-19. Retailjaar 2020 is in meerdere opzichten bijzonder.

Verschillen per branche

De omzet in de detailhandel kent in 2020 een recordgroei van 5,9 procent ten opzichte van 2019. Per branche zijn de verschillen echter bijzonder groot. Winkels in doe-het-zelf-artikelen, keukens en vloeren verkochten bijna 20 procent meer. Ook consumentenelektronica, woninginrichting en food zijn branches die een succesvolle periode kenden. De grootste omzetdaling van ongeveer 20 procent zien we terug in de kleding- en schoenenbranche. Tot slot werd via onlineverkopen 43,5 procent meer omgezet.

Deze extremen zullen afnemen wanneer het virus onder bedwang is en de consumenten weer meer vrijheid hebben. Woning gerelateerde bestedingen vlakken af wanneer mensen weer meer geld aan vakanties of uit eten spenderen en de kledingverkoop trekt weer aan wanneer de drukte in de winkelstraat terugkeert. Daarentegen zal ook een deel van de consumenten gebruik blijven maken van het online aankopen doen.

Binnen de hiƫrarchie van de Nederlandse detailhandelsstructuur lopen de effecten van Covid ook uiteen. Buurt- en wijkwinkelcentra behouden vanwege het dagelijkse karakter en de nabijheid binnen het verzorgingsgebied een groot vertrouwen. De aanwezigheid van een of meerdere supermarkten maakt hierin het verschil. Het succes van de supermarkt zal voortduren, maar de groei van 2020 zal afnemen als de horeca weer geopend is.

De Nederlandse binnensteden

De horeca krijgt zware klappen tijdens Covid. Een groot aantal faillissementen dreigt. Om de schade zoveel mogelijk te beperken moet het als een gezamenlijke opgave worden gezien om deze waardevolle groeibranche overeind te houden. Ondernemers, verhuurders, financiers en overheden moeten zich samen inspannen en ieder een deel van de pijn pakken.

De horeca maakt, net als kleding- en schoenenwinkels, een substantieel deel uit van onze binnensteden. Voor deze binnensteden geldt de zorg dat na Covid-19 de leegstand toeneemt. Zowel voor middelgrote, maar ook voor de grote steden. De wethouders Economische Zaken van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen doen via het ministerie een dringend beroep op het kabinet om deze problematiek op te pakken.

Een gezamenlijke inspanning is van groot belang om onze binnensteden krachtig en vitaal te houden. Naast de spreiding van het dragen van de lasten is het noodzakelijk dat overheden bereid zijn te investeren in de binnensteden. Het op waarde schatten van de binnenstad is hierbij essentieel. De juiste functie hoort op de juiste plaats. Aandachtsgebieden in binnensteden zijn vaak aanloopstraten en B- of C-locaties. Hier zijn functiewijzigingen nodig om het gebied krachtiger te maken. Bestaande functies zouden met soepele bestemmingsplanprocedures moeten veranderen in bijvoorbeeld woningen, flexibele kantoorconcepten, cultuur of dienstverlening.

Een gezonde toekomst

Nederland heeft met ruim dertig miljoen m2 een relatief omvangrijk winkelvloeroppervlak. Door de actuele situatie is het raadzaam winkelgebieden nu goed tegen het licht te houden en waar nodig actie te ondernemen en in te krimpen of te transformeren. Denk bijvoorbeeld aan het transformeren van winkels naar woningen, dit kan volop bijdragen aan het verminderen van het bestaande woningtekort.

Op initiatief van het ministerie van Economische Zaken gebeurt dit overigens al vanuit de Retailagenda. Dit alles betekent niet dat er nergens meer ruimte is voor nieuwe winkelgebieden. Nieuwe ontwikkelingen kunnen uitsluitend plaatsvinden als deze sterk onderscheidend zijn ten aanzien van het reeds beschikbare aanbod.

Ondanks Covid is de winkelleegstand gestabiliseerd en bedraagt 7,6 procent. Dit is te danken aan de overheidssteun en een goed derde kwartaal. De verwachting is dat wanneer de steunmaatregelen worden gestopt het aantal faillissementen en ook de leegstand flink toeneemt.

Daarmee wordt de noodzaak om deze opgave grondig beet te pakken alleen maar groter. De NVM Business-makelaar kan hierbij een belangrijke rol spelen, kent de lokale markt, kent zowel vastgoedeigenaren als gebruikers en is op de hoogte van de marktbehoefte. Met deze kennis kan de makelaar ook de overheden optimaal adviseren. NVM Business onderzoekt op dit ogenblik de mogelijkheden van transformatie van winkels naar woningen. In deze publicatie die in het voorjaar verschijnt, wordt structurele winkelleegstand gelinkt aan krappe woningmarkten.

We kunnen concluderen dat de kracht van succesvolle winkelgebieden ligt in de collectieve afstemming. Bij deelname van alle betrokken partijen; vastgoedeigenaren, ondernemers, makelaars, financiers en overheden is de kans op een succesvol winkelgebied het grootst.