Pak je verantwoordelijkheid! Economische dakloosheid is een woonopgave

Een groeiende groep mensen zonder grote zorgvragen raakt dak- of thuisloos in Nederland. Het gaat om spoedzoekers die door een levensgebeurtenis en druk op de woningmarkt onvoldoende zelfredzaam zijn in het vinden van een eigen woonplek. Ze leunen onevenredig op het eigen netwerk, vinden een illegale woonoplossing of belanden op straat. Steeds vaker duiden we deze mensen aan als ‘economisch dakloos’. Een benaming die niet helemaal past. De beste aanduiding vind ik eigenlijk gewoon ‘dakloos’. Maar dat label is helaas al bezet (inclusief ‘onhandige’ connotaties). Wat deze mensen namelijk met elkaar gemeen hebben is het ontbreken van een eigen dak boven het hoofd. Met name het zorgdomein probeert daarom het onderscheid tussen ’klassieke’ daklozen en deze nieuwe daklozengroep scherper neer te zetten en vindt het onterecht om ze over een kam te scheren. En dat is terecht vind ik.

In het praktijkonderzoek Huisvesting en ondersteuning economische dak- en thuislozen heeft Platform31 het afgelopen jaar in drie gemeente (Amsterdam, Groningen, Rotterdam) en een regio (Noord-Veluwe) onderzocht hoe deze ‘nieuwe’ daklozen ondersteuning krijgen. Wat opvalt is dat alle geïnterviewden wonen zien als de kernopgave, ook sociale huisvesters. Geef de economische dakloze een eigen woning en zijn problemen verdwijnen vermoedelijk als sneeuw voor de zon. Toch krijgt de doelgroep in de praktijk alleen ondersteuning door zorg en welzijn. De gemeentelijke afdeling wonen en sociale huisvesters staan duidelijk nog op afstand. En dit is raar te noemen, want nagenoeg alle economische daklozen behoren tot de doelgroep van de woningcorporaties. Bovendien laten deze daklozen vaak een corporatiewoning achter.

Deze mismatch heeft diverse oorzaken. De doelgroep klopt letterlijk aan bij zorg- en welzijnspartijen, voornamelijk bij de maatschappelijke opvang en de wijkteams. Dit betekent niet dat de economische daklozen opgenomen wordt in een zorgvoorziening, meestal niet. Het zorgt er wel voor dat deze organisaties zich verantwoordelijk voelen voor deze mensen. Wat daarbij opvalt is dat deze zorg- en welzijnspartijen ook woonoplossingen ritselen en regelen, min of meer noodgedwongen in ‘de markt’. Denk hierbij aan particuliere huiseigenaren, hotels en ook grotere commerciële verhuurders. Zorgbudgetten vanuit de gemeenten worden ingezet om contacten met deze partijen te onderhouden en ondersteuning te bieden bij onder andere sociaal beheer en woonbegeleiding. In een aantal gevallen ontwikkelen zorgpartijen zelf actief woonoplossingen voor deze doelgroep, nogmaals dus voor mensen die nauwelijks zorg- en ondersteuning nodig hebben. Mooi dat ze dit doen, maar veel gekker moet het niet worden.

Gelukkig zitten ambtenaren wonen en woningcorporaties steeds vaker aan tafel om mee te denken en (voorzichtig) mee te doen. Zo komen ze in Amsterdam en Rotterdam al tot de eerste resultaten, met name in de ontwikkeling van tijdelijke woonvormen voor deze doelgroep en meer oog voor spoedzoekers in woonbeleid. De eerste stappen zijn dus gezet en dat is ook hard nodig. De weg van economisch naar klassiek dakloos is korter dan we vaak denken, met alle persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van dien. Woondomein pak je verantwoordelijkheid! ‘Economische dakloosheid’ is een woonopgave.

Huisvesting en ondersteuning economische dak- en thuislozen – Praktijkonderzoek in drie gemeenten en één regio

In gesprekken met medewerkers van gemeenten, woningcorporaties en zorg- en welzijnspartijen in Amsterdam, Rotterdam, Groningen en regio Noord-Veluwe is onderzocht welke eigenschappen aan de economische dakloze worden toegekend, welk beleid, aanpak en samenwerking er momenteel voor de doelgroep is en op welke vragen de geïnterviewde partijen nog antwoorden zoeken. Hiermee is beoogd om gemeenten, woningcorporaties en zorgpartijen die zoekende zijn naar hun rol bij de ondersteuning van economische dak- en thuislozen, handvatten te bieden voor het lokale huisvestingsbeleid.
Lees de publicatie