Op beeld, maar ook in beeld? Cameratoezicht bij woningcorporaties

“Ja, ze staan erop! Vannacht om half 1. Ze komen binnen, lopen de trap op, vijf minuten later gaan ze weer weg, maar trappen dan wel de ruit van de entreedeur in.” Handige informatie, maar ‘op beeld’ is niet hetzelfde als ‘in beeld’… Wie zijn “ze”? Waar gingen ze naartoe? Welke voordeur gingen ze in? Waarom trappen ze gefrustreerd die ruit in?

Een veilig gevoel?

Als corporatie mogen wij cameratoezicht inzetten om eigendommen van ons en van onze bewoners te beschermen. Camera’s kunnen een preventieve werking hebben om overlast, vernielingen, vandalisme en criminaliteit te voorkomen. Camera’s geven veelal een veilig gevoel, al zet het mensen ook aan het denken: “Waarom is die camera nodig? Is het hier dan toch niet veilig?” Bovendien kan cameratoezicht helpen in het aanspreken, aansprakelijk stellen, of vervolgen van daders.

Kostbaar

Maar voordat camera’s worden geplaatst, moet je goed weten waarom je cameratoezicht in wilt zetten. Camera’s moeten altijd onderdeel uitmaken van een bredere aanpak van leefbaarheidsproblematiek en zijn een ondersteunend hulpmiddel. Cameratoezicht gaat gepaard met strenge regels bijvoorbeeld met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van bewoners. De benodigdheden: een beleidskader en protocol, de aanschaf, het onderhoud, de benodigde ict-ondersteuning, de capaciteit voor het controleren. Het uitlezen en veiligstellen van beelden is kostbaar in tijd en geld.

Tijdens een digitale bijeenkomst van het programma Werken aan Leefbare Wijken van Platform31 deelden wij vanuit Havensteder onze kennis en ervaringen met wijkprofessionals van collega-corporaties. We stonden met Razia Ghauharali (Platform31) stil bij de effectiviteit van cameratoezicht op de leefbaarheid in wijken, terwijl Rodney Haan (Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid) ons informeerde over wat op basis van wet- en regelgeving wel en niet mag, want dat luistert nauw vanwege privacy.

In beeld?

Camerabeelden kunnen zinvol zijn, maar als de wijkbeheerder ‘ze’ op die camerabeelden niet kent, of herkent, hoe effectief is cameratoezicht dan? Om te weten wie ‘ze’ zijn, heb je netwerkpartners nodig, zoals de wijkagent of de handhaver vanuit de gemeente. Zij weten waarschijnlijk wie ‘ze’ zijn, van een paar blokken verderop, uit het naastgelegen parkje waar ze chillen, of omdat ze zijn opgegroeid in de wijk.

Wanneer de wijkbeheerder ’s ochtends de gebroken ruit aantreft en ‘ze’ op de camerabeelden dit ziet doen, kunnen we gaan puzzelen. Al snel wordt de link gelegd met de drugsdealer die we in samenwerking met de wijkagent traceerden. Door de aanloop ’s nachts in beeld te brengen met een tijdelijke mobiele camera kon er gericht gesurveilleerd en gehandeld worden. ‘Ze’ konden nu dus niet meer terecht bij hun dealer, wat voor de nodige frustratie en wanhoop zorgde, met een gesneuvelde ruit als resultaat. De wijkagent herkent ‘ze’. Naweeën van aangepakte criminaliteit houden camera’s niet tegen. Wel kunnen wij bewoners nu geruststellen dat we de problematiek aanpakken en onder controle hebben. Nu hebben we het niet alleen op beeld, maar ook in beeld.