Normaal omgaan met bijzondere dingen

Toen ik werd uitgenodigd om een blog te schrijven over woonwagenbeleid dacht ik direct aan wat me vorige week overkwam. Mijn dochter had een schoolopdracht voor maatschappijleer en vroeg me bijna uit het niets: ‘’Pa, wat doe je eigenlijk voor werk? Van mama weet ik het wel, maar wat doe jij nu eigenlijk bij de gemeente Eindhoven?’’ Over de juiste formulering van het antwoord moest ik echt nadenken. Irritant, want een slimme manager leerde mij ooit: “Als je niet in een paar woorden kunt uitleggen wat je doet, moet je jezelf afvragen of wat je doet er wel toe doet!”

Bij mijn vorige functies in de zorg, het onderwijs en bij woningcorporaties kon ik in een paar woorden uitleggen wat ik deed. Maar ik merk dat de uitleg van mijn huidige functie ‘senior specialist woonwagens’ al snel wollig en ongrijpbaar wordt. Of dat ik terugval op cynische oneliners als ‘’ik leer mensen met mensen te praten en zo zonder vooroordelen op pad te gaan als ze met woonwagenbewoners te maken hebben’’. 

Vergis je niet. Ik twijfel niet aan het nut van mijn werk en mijn rol bij de gemeente Eindhoven op dit moment. Maar dit werk bestaat, omdat we woonwagenbewoners, hun manier van wonen en hun cultuur systematisch van ons vervreemd hebben. Stel je nu eens voor dat we dat niet gedaan hadden. Stel je eens voor dat we de mensen hadden geaccepteerd en geholpen, zoals we dat bij veel andere groepen wel deden. Dan is het maar de vraag of het specialisme, de bemiddelingsbureaus en ingewikkelde beheerconstructies, zoals we die vaak zien tussen bewoners en overheden of woningcorporaties, ooit zouden zijn ontstaan.

Want zeg nu zelf: erg ingewikkeld is het allemaal niet. Het antwoord op vragen van woonwagenbewoners ligt vaak voor de hand. Heel veel bijzondere bepalingen of wetten zijn er niet. Het respecteren van de cultuur is in mijn optiek een normale en gezonde basis voor de omgang met alle burgers.

Ik wil daarmee niet suggereren dat het op orde brengen van woonwagenlocaties of het zoeken naar oplossingen voor de achterstanden die zijn ontstaan eenvoudig is. Wij lopen er tegenaan dat er in het verleden bijzondere keuzes zijn gemaakt – of beter: niet zijn gemaakt – voor de inrichting en plaats van woonwagenlocaties. Daarnaast ontbreekt het aan een toewijzingsbeleid en koop en commerciële huur van standplaatsen komen sporadisch voor. En het vinden van ruimte voor nieuwe standplaatsen is ingewikkeld maar zeker niet onmogelijk.

Complexe zaken die mijns inziens eerder om realisme, dan om specialisme draaien. In Eindhoven proberen we dat met bewoners, woningcorporaties, stedenbouwkundigen en beleidsmedewerkers wonen op te lossen. Dat levert maatwerk in uitbreiding op met respect voor de cultuur, maar wel anders dan voorheen. Passend bij bestaande beleidskeuzes voor inbreiding binnen het stedelijk gebied in plaats van uitbreiding in het buitengebied. Meer duurzaam, flexibel en passend bouwen voor de doelgroep. Daarbij is de belangrijkste opdracht voor de Nederlandse gemeenten om te leren normaal om te gaan met bijzondere dingen.

Lees ook