Met kogelvrij vest door de wijk

“Als we die straat niet op slot doen, dan moet ik over enkele jaren met een kogelvrij vest door de wijk,” aldus een complexbeheerder in een van de grote steden. Het roept een beeld op van de banlieus in Parijs en de getto’s in de VS. Zo’n vaart zal het in Nederland niet lopen, maar dat corporaties zich zorgen maken over de ontwikkelingen in sommige wijken is helder en terecht.

Door de inkomensgrens en het passend toewijzen lijkt de problematiek zich in bepaalde wijken op te hopen. Sako Musterd, hoogleraar sociale geografie van de Universiteit van Amsterdam, waarschuwt hier al langer voor. Hij wijst erop dat de inkomensgrens van zo’n 34.000 euro per jaar bijdraagt aan de segregatie tussen arm en rijk. Tel daarbij op dat er meer kwetsbare mensen in het vastgoed van corporaties wonen als gevolg van het streven mensen met een zorgvraag thuis te laten wonen, en dat hun problematiek zwaarder van aard is.

Incidenten in de media, vaak door personen met verward gedrag, dragen er aan bij dat overlast in wijken en buurten weer een hot issue is. Over het omgaan met (woon)overlast zijn diverse handboeken geschreven en trainingen ontwikkeld. En het Schakelteam personen met verward gedrag stimuleert gemeenten om te komen tot een ‘sluitende aanpak’. Maar hadden veel gemeenten dat niet al? Waren zij niet al actief waar het gaat om (het organiseren van) signalering, melding en hulpverlening aan mensen in nood? Wellicht is de belangrijkste wijziging dat niet langer de politie op pad wordt gestuurd, maar zo snel mogelijk de hulpverlening wordt ingeschakeld wanneer er geen sprake is van een overtreding maar van psychische nood of verwarring.

Daarmee is het verhaal niet afgedaan. De decentralisaties in het sociaal domein en de nieuwe Woningwet hebben het lokale speelveld opgeschud. De gemeente heeft nieuwe taken en verantwoordelijkheden gekregen, corporaties beraden zich op hun rol als gevolg van de Woningwet, ggz-instellingen ontwikkelen nieuwe vormen van ambulante begeleiding en richten zich meer op herstel van de patiënt in zijn eigen omgeving. Dergelijke wijzigingen leiden tot kansen. Denk aan zorg in nabijheid, meer preventie en een versterking van de sociale cohesie in de buurt. Maar plaatst organisaties ook voor een uitdaging. Want hoe benut je de kansen die er zijn? Wat is nodig om de vitaliteit van wijken weer in de lift te krijgen?

Het realiseren van de kansen vraagt om een heroriëntatie, op een bezinning, van ieders rol en verantwoordelijkheid in de wijk. Tal van goede voorbeelden duiken op: het aantal complexen voor gemengd wonen neemt toe, corporaties experimenteren met de beheerintensiteit per complex, kwetsbare huurders worden met elkaar verbonden via buurtcirkels, het wijkopbouwwerk keert via een achterdeur terug. Zo zoeken partijen, gezamenlijk en afzonderlijk, naar mogelijkheden om de negatieve spiraal in sommige buurten en complexen ten goede te keren. Alles om te voorkomen dat we onze eigen Nederlandse getto’s en banlieus krijgen. De kunst lijkt de afzonderlijke acties tot een brede coalitie te smeden. Is de tijd rijp voor een wijkaanpak 2.0?