Klaar voor circulaire overheidsopdrachten?

Jaarlijks verstrekken Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen gezamenlijk voor ongeveer 10 miljard euro aan utilitaire bouwopdrachten. De grond-, weg- en waterbouw in opdracht van de overheid vertegenwoordigt een jaarlijkse waarde van zo’n 15 miljard euro. Het gaat om bijvoorbeeld de renovatie van het Binnenhof, om provinciehuizen, brandweerkazernes, gevangenissen, de openbare ruimte en wegen en bruggen. Vanaf 2023 zullen overheden dergelijke projecten nog uitsluitend circulair aanbesteden. Dat betekent onder meer dat projecten uit herbruikbare materialen en/of uit eerder gebruikte materialen moeten bestaan. Van de overheidsprojecten – en overigens ook die van niet-overheden – zijn nu nog nauwelijks circulaire versies te vinden. Circulaire bouwwerken halen nog het nieuws, wat wel iets zegt over de uitzonderlijkheid ervan, dus hoe gaan al die opdrachten binnenkort uitgevoerd worden?

Het is de vraag of bouwbedrijven al volledig op de beleidswijziging zijn voorbereid. Dat gevoel bekruipt me als ik de jaarverslagen van ’s lands grootste bouwers doorlees. Daarin staat weliswaar dat zij circulair bouwen belangrijk vinden en de omslag naar circulair bouwen als een onomkeerbaar proces zien, maar in hun productie komt het nog maar sporadisch tot uiting. Enkele bedrijven melden dat zij circulair bouwen tot pijler van hun bedrijfsstrategie hebben verklaard. Maar die strategie gaat ook over circulaire bedrijfskleding, een elektrisch wagenpark en het verbannen van plastic verpakkingen. Hier en daar is sprake van interne circulaire bedrijfsvoering, participatie in kenniscentra en deelname aan CB’23 en andere overleggroepen. Sommige bedrijven hebben een eigen taskforce ingesteld. In 2030 denken ze 50 procent circulair te kunnen bouwen en dat is waar zij zich op richten (bedoeld wordt mogelijk 50 procent minder primaire grondstoffen, conform het rijksbrede programma Circulaire Economie).

De circulaire projecten waar wel aan wordt gewerkt hebben veelal nog een pilotstatus. Het aantal waarvan de jaarverslagen melding maken, is sowieso te verwaarlozen, zelfs met inbegrip van projecten die ze in het buitenland opleveren. “Eén project per divisie per jaar” is bijvoorbeeld het tempo van een van de bouwers. Ervaring met circulair bouwen van grondgebonden woningen, voornamelijk houtbouwprojecten en projecten met circulair beton, is er inmiddels wel. Enkele bedrijven hebben nu pilots opgezet voor circulaire appartementsgebouwen. Ook circulair asfalt wordt veel genoemd. Dat lijkt traditioneel asfalt bijna verdrongen te hebben.

Circulair bouwen lijkt voor sommige bedrijven eerder een verkoopargument dan dat het bedrijfsbeleid is. Het is dat onze klanten erom vragen, lijken sommige bedrijven te willen zeggen. Andere geven de indruk helemaal op eigen initiatief te werken: “Met onze circulaire visie maken wij de juiste keuzes voor een wereld waarin onze kinderen en kleinkinderen dynamisch en gezond kunnen blijven leven en werken.” Ik weet het: jaarverslagen zijn bestemd voor aandeelhouders en moeten vertrouwen en optimisme uitstralen; complete overzichten van bouwprojecten vind je er niet en informatie over circulair bouwen die je er wel in tegenkomt, is sterk versnipperd.

Al met al lijkt er nog weinig sprake van een bedrijfstak waarin al in 2023 alle overheidsopdrachten circulair ontworpen en uitgevoerd kunnen worden, hoewel de omslag naar circulair bouwen een enorme impact zal hebben op de werkwijze en verdienmodellen van bouwers. Vanaf 2023 moeten zij gebouwen en wegen immers ook op een nieuwe wijze ontmantelen, de materialen documenteren, controleren op geschiktheid voor hergebruik en opslaan. En daarom durf ik mijn bezorgdheid hier wel te uiten.