Interbestuurlijk Programma – Tijd voor rust

Het Interbestuurlijk Programma (IBP) is sinds 27 juni ook op de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) goedgekeurd. Daarmee lijkt de weg vrijgemaakt voor de volgende stap in de samenwerking tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. Maar de gemeenten zijn niet met alle voorwaarden akkoord gegaan. Vooral onenigheid over de tekorten van het sociaal domein en onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden in de samenwerking zorgde voor onrust. In plaats van door te stomen is er nu behoefte aan een pas op de plaats. Gemeenten en Rijk, neem nu de tijd om de onrust weg te nemen en de ambities op één lijn te brengen.

In de programmastart van het IBP staat te lezen dat met het IBP ‘de discussie over het door gemeenten ervaren financiële problematiek in het sociaal domein is afgerond’. Wie de afgelopen week op Binnenlands Bestuur heeft gekeken weet echter dat de discussie over onder andere de stijging van de jeugdzorg en verdeling van de BUIG-budgetten nog verre van over is. Het G40-stedennetwerk eist ‘boter bij de vis’, de Raad voor het Openbaar Bestuur stelt in een advies dat de berekening van de BUIG door het Rijk niet klopte en verschillende gemeenten wilden door de tekorten tegen het IBP stemmen. De toename van het accres, waardoor gemeenten meer geld krijgen van het Rijk, is volgens hen niet voldoende. Accres is er niet om tekorten op te vullen maar om eigen beleid uit te stippelen.

Uiteindelijk stemden de gemeenten in met het IBP maar werd een motie aangenomen dat de discussie over de tekorten in het sociaal domein doorgezet wordt. Dit betekent dat alle werkgroepen die bezig zijn met de tien opgaven uit het IBP in principe verder kunnen met de uitwerking van de ambities. Daar zit echter een tweede spanning. In veel gemeenten zijn pas net nieuwe colleges gevormd. Hoe kunnen en willen zij op lokaal niveau aan de ambities van het IBP bijdragen? Daarvoor moeten zij kijken naar de eigen stad. Laat de nieuwe bestuurders eerst hun eigen richting kiezen voordat zij zich moeten committeren aan de verdere uitwerking van het IBP.

Een pas op de plaats is daarom nodig zodat het Rijk en gemeenten de onrust weg kunnen nemen. Voordat het IBP verder uitgewerkt wordt, moet er duidelijkheid geschept worden over de tekorten in het sociaal domein én de wijze waarop gemeenten individueel invulling willen geven aan de ambities uit het IBP. De zomer lijkt me daar het perfecte moment voor.