Het momentum

Bij het lezen van het nieuwe coalitieakkoord en een aantal rapporten over armoede, schoot mij de vergelijking in het hoofd tussen de vaccinatiestrategie en de aanpak van armoede in ons land. Er zijn talloze argumenten te benoemen waarop deze vergelijking mank gaat, maar ik zie ook overeenkomsten. Om een gevleugelde uitspraak te gebruiken: “met de kennis van nu…”

Niet alleen de ontdekking van een bedreiging, maar ook de impact ervan is doorgaans aanleiding om grootschalig actie te ondernemen. We bedenken oplossingen, bepalen strategieën en gaan aan de slag. Tegelijkertijd onderzoeken we de oorzaak van de bedreiging. Vaak blijkt al snel dat de onderliggende factoren dermate complex zijn dat het heel ingewikkeld wordt om de oorzaak weg te nemen en daarmee ook de dreiging voor de toekomst. Hier zie ik de parallel. Na de constatering van het COVID-19 virus volgde onderzoek naar de oplossing, de ontwikkeling van een vaccin en strategieën gericht op gedragsverandering: quarantaine, lockdowns en een diepgaand onderzoek naar de oorsprong van het ons bedreigende virus. Na de eerste vaccinatie bleek een tweede noodzakelijk en later een boosterprik om de bescherming op peil te houden. De kwetsbare groepen werden – terecht – als eerste bediend. En we weten nog niet wat er in 2022 nog nodig is om de bevolking veilig en gezond te laten leven. Ongewis is nog het aantal varianten dat in de komende periode op ons af komt, want zo’n virus is natuurlijk niet gek. Blijvend investeren is het devies.

Mij buigend over allerlei initiatieven, regelingen en dienstverlening rondom armoede en de daarbij behorende financiële problematiek, trof mij de vergelijking met de pandemie. We kennen de aantallen mensen in (dreigende) financiële problemen. En er is veel onderzoek naar en kennis van de oorzaken. We weten welke bevolkingsgroepen het meeste risico lopen op armoede en schulden. Ook zijn de gevolgen hiervan bekend: denk aan stress, gedrag, gezondheid en zo meer.

Net als bij de bestrijding van de pandemie is ook bij armoede het tijdig bereiken van de doelgroep een van de grote vraagstukken. Voorlichting en ‘outreachend werken’ zijn ook hier van belang. Het principe achter de prikbus op de markt of de aanwezigheid van financiële hulpverleners in bibliotheek of buurthuis is vergelijkbaar. Het draait bij beide vraagstukken om goede informatievoorziening, een heldere strategie voor de verschillende doelgroepen en voldoende middelen – én mensen – om de uitvoering gericht op te pakken. Tegelijkertijd zien we dat – bij beide vraagstukken – de vele wet- en regelgeving niet altijd behulpzaam is bij het aanpakken van de problematiek. Samenwerking tussen Rijk en gemeenten is dus van groot belang.

Het momentum voor het doorpakken in de armoedebestrijding lijkt aangebroken. Er ligt een ambitieus coalitieakkoord dat voortvarend is in de aanpak op het gebied van bestaanszekerheid en kansengelijkheid. Tegelijkertijd is het aantal vacatures hoger dan het aantal werkzoekenden. Dé basis om armoede en schulden te voorkomen. Er ligt nog wel een aantal uitdagingen. Zoals vereenvoudiging van de regelgeving, toeslagen, tegemoetkomingen en het taalgebruik. De praktijk wijst uit dat persoonlijke aandacht en begeleiding (maatwerk) op het juiste niveau van groot belang is bij de aanpak achter de voordeur. Net als in het bed op de IC, want die vergelijking blijft in mijn hoofd spelen. Ook de gevolgen van armoede kennen vaak een lange nasleep. Nazorg is daarom minstens even belangrijk om terugval te voorkomen. De hulpverleners, zowel in het ziekenhuis als bij financiële vraagstukken, blijven zich inzetten voor wie dat nodig hebben. Laten we meteen ook een goede slag slaan in de preventie en het voor iedereen mogelijk maken om (financieel) gezond verder te leven. Vanuit mijn rol, organisatie en netwerk zie ik meer dan genoeg kansen om hiermee aan de slag te gaan.

Meer informatie