Help: ik sta op straat, maar ben niet verslaafd – wie bekommert zich om de economisch daklozen?

Op de krappe woningmarkt komen steeds meer groepen in de knel. Starters, middengroepen, spoedzoekers, nieuwkomers uit den vreemde. We moeten meer bouwen, wordt dan doorgaans geopperd. Maar kunnen we daar wel op wachten?

Wat gebeurt er als je plotseling geen huis meer hebt? Steeds meer mensen zijn dakloos of thuisloos. Waar kun je heen als je niet lang ingeschreven staat bij een woningcorporatie, de particuliere huursector te duur en kopen geen optie is? Je kunt misschien voor even onderdak vinden in je eigen netwerk, maar daarna?

In veel gemeenten bestaan opvangvoorzieningen en urgentieregelingen voor notoire spoedgevallen. Maar ook hier is het dringen. De opvang zit meestal vol en urgentieregelingen worden steeds strikter. De algehele krapte op de woningmarkt slaat neer bij de groep met de minste alternatieven. Zelfs voor de soberste flatjes die eerst niemand wilde, is tegenwoordig een wachtlijst. Zelfs de illegale en ongewenste onderdakmogelijkheden – denk aan onderhuur, huisjesmelkers en louche pensionnetjes – die er tot voor kort in onze steden ruim aanwezig waren, zijn geen optie meer voor de thuislozen. Dit ‘segment’ is door het goede werk van de wetgever en gemeentelijk woningtoezicht voor een groot deel uitgeroeid.

Het woonaanbod voor dak- en thuislozen daalt, terwijl de vraag toeneemt. Het aantal dak- en thuislozen verdubbelde in zeven jaar tijd tot 31.000 mensen. Vermoedelijk zijn het er veel meer, want het CBS telt alleen registraties in opvanglocaties. Een deel is verslaafd, of anderszins sterk zorggerelateerd. Instituties richten zich op deze schrijnende gevallen. Wie niet schrijnend is, heeft dubbel pech. Dat zijn de economisch daklozen, de ‘pechvaders’, de ‘bankslapers’, maar ook arbeidsmigranten en illegalen. Zij hebben èn geen huis, èn weinigen bekommeren zich om hen.

Platform31 werkt samen met zes gemeenten aan het project ‘Souterrain van het wonen’. We zoeken oplossingen voor de mensen aan de onderkant van de woningmarkt, mensen die dak- of thuisloos zijn of op ongewenste of illegale woonruimte zijn aangewezen. Bij vrienden op de bank, in de nachtopvang, op een vakantiepark, of in de auto. Er is behoefte aan méér onderdak. Die zal in de bestaande voorraad gezocht moeten worden, maar vooral in een flexibele huisvestingsschil buiten de reguliere woningmarkt. Er is een nieuwe woningnood die we alleen kunnen aanpakken met onorthodoxe maatregelen. Denkt u mee?