Heldhaftig samenwerken in organisatienetwerken

Dit kan niet waar zijn?! Verontwaardiging is een krachtige motor voor actie. Wanneer ondanks alle goede bedoelingen een huurder niet de juiste ondersteuning krijgt, vraagt menig professional en bestuurder zich af of dat niet anders kan. Als beperkingen in de weg staan moet er een oplossing worden gevonden die buiten het standaard aanbod valt. Om het systeem beter te laten aansluiten bij de behoefte, wil je voorbij de verontwaardiging en improvisatie rond die ene verontrustende situatie. En dan blijkt: dat lukt alleen samen, in een organisatienetwerk. Een spannende samenwerking, zo laat de praktijk zien.

Organisatienetwerken vergen heldenmoed

In de studie Organisatienetwerken van Waarde bekeken we vijf organisatienetwerken. Een aantal netwerken levert rechtstreeks waarde op voor de inwoner en huurder: hij/zij krijgt op maat gesneden hulp of krijgt de juiste ondersteuning bij het weer zelfstandig wonen na een verblijf in een instelling. Sommige netwerken leveren indirecte waarde: professionals leren van elkaar, analyseren welke organisatieprocedures zij kunnen verbeteren of ontwikkelen innovatieve werkwijzen. Bewoners en samenleving ervaren de waarde van een organisatienetwerk dan indirect.

Samenwerking in een organisatienetwerk vereist een krachtige gezamenlijke ambitie, maar minstens zoveel heldenmoed. De paradigma’s als ‘baas beslist’, ‘wie betaalt bepaalt’ of ‘klant is koning’ laat je achter je, en je trekt een onbekend veld in waarin jouw resultaat en succes mede afhankelijk wordt van de inzet van andere organisaties, van elkaar. Hier zijn helden gezocht.

Puber in huis, niet altijd gezellig

Want samenwerking levert altijd spanning op. Bijvoorbeeld omdat het participeren in een organisatienetwerk lijkt op het in huis halen van een puber: het netwerk wil alles anders. Het zet zich af tegen de reguliere werkwijzen van professionals en organisaties. Het ontwikkelt een eigen identiteit, is veranderlijk, kleurt buiten de lijntjes. Netwerken laten zien dat maatschappelijke waarde op een andere, betere manier geproduceerd kan worden. Ze houden de spiegel voor en laten zien wat er mis gaat en waarin jouw organisatie mogelijk tekortschiet. Daarmee ontstaat de paradoxale situatie dat een netwerk, waar een organisatie aan bouwt en aan bijdraagt, krachten losmaakt die dezelfde organisatie ter discussie stelt. Dat is niet altijd gezellig.

Autonomie afstaan, altijd spannend

Als organisatie zoek je samenwerking om de opgave op te pakken: samen kan het beter, kom je verder en bereik je meer. En in die grond zit al snel een tweede spanning; zeker wanneer het netwerk zelf directe waarde aan bewoners en huurders gaat leveren. Het netwerk kan dan beslissen wie in jouw woningen woont, waar jouw medewerkers werken en hoe het wijkbeheer eruit moet zien. Dat is ongemakkelijk als je altijd zelf hebt kunnen beslissen en als je dat op dezelfde manier wilt organiseren in je hele organisatie; daar hadden we toch (ons) beleid voor of (eigen) werkwijze in…?

Deelnemen in een netwerk betekent afstaan van autonomie. Dat is gemakkelijker voor mensen die dicht op of in de organisatienetwerken zitten. Zij zien de waarde: de ondersteuning van bewoners wordt beter, professionals hebben het beter naar hun zin, de wijk gaat vooruit. Maar die winst is niet voor iedereen in de organisatie even zichtbaar, of wordt anders gewaardeerd. Spannend!

Legitimatie: van wie is de opgave, wie is van de opgave?

De derde spanning zien we bij de ‘netwerklegitimatie’. Dat is eigenlijk een ‘systeemspanning’. Organisatienetwerken werken aan een ‘maatschappelijke opgave’, met ‘maatschappelijk geld’ en zijn van invloed op het leven van bewoners. Dat kan niet zonder legitimatie, formeel én moreel. Elke organisatie zal ongetwijfeld zorgen dat haar deel van de bijdrage aan het netwerk gelegitimeerd wordt. Maar samenwerking gaat juist om het ‘meer van de som der delen’. En wie vraagt naar een verantwoording op die gehele opgave, en op de inzet van het totaal van de middelen? Daar zit nog een uitdaging, want van heuse ‘netwerklegitimatie’ is maar beperkt sprake.

In de praktijk van de vijf netwerkcasussen zagen we heel verschillende vormen van legitimatie, maar vaak op onderdelen en vaak via de deelnemende partijen zelf. Er blijkt lokaal veel steun voor de onderzochte organisatienetwerken. Toch blijft hun legitimatie kwetsbaar, wat het werken in organisatienetwerken ook kwetsbaar maakt. Wat gebeurt er als netwerk doorgroeit naar steeds meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid? Of juist als het wat tegenzit?

Samen werken aan netwerken vereist netwerkkunde

Zijn organisatienetwerken de toekomst? De vertegenwoordigers van de netwerken die wij spraken denken duidelijk van wel. Netwerken van organisaties blijken een goed werkbaar antwoord op de complexiteit van opgaven en het onvermogen van individuele organisaties om daar mee om te gaan. Dat laten ze soms al jaren zien. Wel verschillen de visies op die toekomst, zo bleek bij doorvragen. Sommigen zien het organisatienetwerk als een tussenfase: een (tijdelijke) hulpconstructie voor en tussen reguliere organisaties. De indirecte waarde moet aanzetten tot het veranderen van de organisaties zelf. Anderen zien het netwerk als een opmaat naar of meer definitieve vorm voor de toekomst, bijvoorbeeld gekoppeld aan geografisch werkgebied (wijk/dorp) of voor een doelgroep.

Organisatienetwerken zijn een vorm van samenwerking waar je niet luchthartig in wilt stappen. De extra maatschappelijke waarde is niet altijd snel merkbaar. De kosten gaan voor de baat. En het blijkt nog niet zo simpel om met ‘netwerkspanningen’ om te gaan. Dat vraagt, naast een gedeelde ambitie en flinke dosis heldenmoed, netwerkbewustzijn en -bekwaamheid van professionals en bestuurders. En dat moet al doende en al reflecterend groeien.

Netwerkkunde is misschien wel de belangrijkste competentie voor de toekomst, willen we onze maatschappelijke opgaven goed oppakken. Wij zijn benieuwd naar die toekomst en organiseren vanaf begin 2021 een ‘leergemeenschap’ voor professionals die de netwerken organiseren. Belangstelling? Volg de nieuwbrief van Platform31, in december verschijnt meer info.

Netty van Triest (Platform31), Paul Doevendans (Atrivé) en Jochum Deuten