Goede woonzorg thuis: geen gezeik allemaal vindingrijk

Hij vond haar ’s avonds laat in de hal. Bibberend vertelde zij hoe ze was gestruikeld en het haar niet meer lukte om tussen de trap en het schoenenkastje geklemd overeind te komen. Hij had er genoeg van. Wat als zij van de trap zou vallen… Bovendien wilde hij dichterbij de winkels wonen om sneller het huishouden te bestieren. In het dorpscentrum werd volop gebouwd, dus dat moest lukken met hun woonduur van 40 jaar in de eengezinswoning uit eind jaren 50. Helaas: niet mogelijk vanwege de toewijzingsregels en een te laag inkomen. Er was een alternatief: ze verhuisden naar een gelijkvloerse ‘bejaarden’woning, wel wat verder van de winkels en het nieuwe ontmoetingscentrum. De verhuizing deed haar geen goed, ze miste de oude buurt en vertrouwde contacten, ze werd steeds vergeetachtiger, durfde geen rondje in de buurt te lopen uit angst te verdwalen en het gezamenlijke loopje naar de bieb, de winkels of ‘De Martha’ waar je kon koffiedrinken, waren te ver vanuit het nieuwe, gelijkvloerse huis.

Langer thuis, een te simpele term waar een complexe werkelijkheid achter schuilgaat. Als mensen beperkingen (gaan) ervaren dan start vaak het gepuzzel hoe je je zelfstandigheid kan bewaren. Mensen zijn heel vindingrijk, ze compenseren door bijvoorbeeld de strijk in 20 partjes op te delen, bleek ook uit onderzoek van George de Kam naar de kwaliteit van leven in woonservicegebieden. Kijken we naar de groep kwetsbare ouderen dan valt op dat we daar steeds vaker alleenstaanden, mensen met een migratie-achtergrond of een lage sociaaleconomische status zien. Zij ervaren weinig mogelijkheden tot regie waardoor voorbereiden op een volgende levensfase lastig is. Het helpt, zo concludeerde het SCP, om een goede, aangepaste woning te hebben, winkels in de buurt en een goed sociaal netwerk.

Hoe moeilijk kan het zijn om dat voor elkaar te krijgen? Best moeilijk dus, blijkt uit de ervaring van het oudere echtpaar. ‘The system in the room’, maakt een inclusieve wijk met een passend aanbod niet vanzelfsprekend mogelijk of toegankelijk. Ouderen zelf sorteren niet bewust voor op ‘later’. Mooie voorbeelden zijn al wel zichtbaar, als je kijkt naar de honderden burgerinitiatieven die onderling ondersteuning bieden of naar de zorgondernemers en woningcorporaties die woongebieden transformeren voor mensen die intensieve zorg nodig hebben. Mondjesmaat ontstaan steeds meer wooninitiatieven van en door senioren en andere groepen en matchen wooncoaches in buurten geschikte woningen met de juiste bewoner.

Hoe bereiken we een goede aanpak overal? Gemeenten concluderen dat een goede aanpak tussen wonen, ruimte en Wmo in de eigen organisatie, maar ook met partners en wijkbewoners, niet zomaar tot stand komt. Verandering is geen kwestie van gewoon een aanpak of product voorschrijven. Het uitsluitend van bovenaf opleggen van koers, beleid en implementatie sorteert maar zelden veel effect, weten we zo langzamerhand wel. Acceptatie, begrip en eigenaarschap werken veel beter.

Wooninnovatie versnellen

Hoe stimuleer en versnel je? Wat kan je doen als gemeente met wijkbewoners en samenwerkingspartners om goed wonen in de wijk voor groepen met beperkingen verder te brengen, in plaats van de problematiek steeds te herhalen? Door meer van elkaar te leren, elkaars fouten en goede voorbeelden uit te wisselen en samen uit te zoeken hoe je wooninnovatie in de wijk versnelt. In samenwerking met het G40-stedennetwerk zet Platform31 de schijnwerper op 24 woongebieden in het land met het innovatieprogramma Langer thuis – In de inclusieve wijk.

Twee jaar ondersteunt Platform31 de 24 coalities die aan de slag zijn met praktijkgericht onderzoek, inzet van design thinking en innovatie te versnellen met behulp van experts. In een landelijke leergemeenschap gevormd door de programmaleiders van iedere coalitie worden elkaars leerervaringen uitgewisseld en best practices besproken. Doet u mee?

Lees hier hoe u uw coalitie kunt aanmelden en wordt vindingrijk met uw wijkbewoners.