Gemeenten, sla nu je slag met de wooncoöperatie

Het stof van de gemeenteraadsverkiezingen is inmiddels neergedaald, overal zijn partijen druk doende hun plannen en visies uit te onderhandelen. De situatie op de woningmarkt was in veel gemeenten een belangrijk thema in de verkiezingsstrijd. Burgers roepen massaal om beleid dat de bouwproductie aanjaagt, maar ook de toegankelijkheid vergroot. Heet hangijzer is het zogenaamde middensegment dat gemangeld wordt tussen enerzijds de verdienmodellen van beleggers en anderzijds de gereguleerde volkshuisvesting. De typische Nederlandse oplossingen die worden aangedragen, draaien dan ook om het aan banden leggen van de markt en toch weer iets vergroten van de taak van woningcorporaties.

In landen om ons heen doen ze dat iets anders. In Kopenhagen, München, Antwerpen en Zurich zijn collectieven van burgers een serieuze partij in stedelijke ontwikkeling. Als niet-commerciële projectontwikkelaar laten ze woningen bouwen, knappen ze bestaande panden op en transformeren ze zelfs gebouwen. Allemaal met het doel betaalbare huisvesting te creëren en te behouden. Dergelijke wooncoöperaties zijn dus ook een uitstekend instrument om het middensegment te bevorderen.

Geïntroduceerd in de nieuwe Woningwet, heeft de wooncoöperatie in Nederland vooral bekendheid gekregen als vehikel om sociale huurders vergaand zeggenschap en zelfbeheer over hun woningen te geven. Maar initiatieven zijn niet enkel en alleen verbonden aan de corporatiessector. Vaak gaat het om burgers die hun behoefte aan woonruimte niet gerealiseerd zien in het bestaande aanbod en besluiten samen het heft in handen nemen. Gemeenten zijn een cruciale partij om hen daarin te faciliteren, want tussen de grote spelers op de woningmarkt komen wooninitiatieven al snel in het gedrang. Dit begint bij het vastleggen van meer ruimte voor burgercollectieven in het collegeakkoord. Den Haag was vier jaar geleden de eerste gemeente die dit deed en kon zo een belangrijke bijdrage leveren aan het slagen van de wooncoöperatie in de Roggeveenstraat. Het expliciet maken van de visie en ambitie door het college, kan vervolgens verder worden verankerd in prestatieafspraken, de woonvisie en concreet beleid. Zo heeft Amsterdam de wooncoöperatie bij wijze van pilot in haar zelfbouwprogramma opgenomen. In Duitse en Zwitserse steden gaan ze nog veel verder, daar worden grond, panden en ook financiële middelen vanuit de gemeenten gericht ingezet voor wooncollectieven. Door deze gunstige voedingsbodem zijn bijzondere projecten ontstaan die niet alleen voorraad maar ook kwaliteit toevoegen. Een mooie inspiratiebron voor alle nieuwe wethouders wonen.