Een investering in het fysieke domein levert een besparing in het sociaal domein

Hoe creëer je als gemeente meer representativiteit en diversiteit in het proces van burgerparticipatie? Om een antwoord te formuleren op deze vraag heb ik een onderzoek uitgezet bij vijf Gelderse gemeenten. Veel gemeenten zijn op zoek naar de ‘gouden graal’ om de diversiteit onder betrokken burgers te vergroten. Echter, die ‘gouden graal’ bestaat niet.

Met mijn onderzoek wilde ik erachter komen waarom burgers wel of niet participeren. Specifiek heb ik gekeken naar hoe de betrokkenheid onder burgers (die te maken hebben met enige vorm van kwetsbaarheid, bijvoorbeeld lichamelijk/geestelijke beperking, lage SES) vergroot kan worden. Burgers die enige vorm van kwetsbaarheid ervaren, beschikken over veel ervaringskennis van hun fysieke leefomgeving. Deze kennis blijft tot op heden vaak onbenut.

Het betrekken van kwetsbare groepen én mensen die je anders niet hoort of ziet. Maar die, net als wij, graag prettig wonen in een fijne wijk die ons stimuleert om mee te doen in de samenleving is waardevol. Investeren in aanpassingen van de fysieke leefomgeving van kwetsbare burgers kan resulteren in besparingen voor het sociaal domein. Uit mijn onderzoek zijn diverse stimulerende en belemmerende factoren voor burgerparticipatie naar voren gekomen. Die heb ik meegenomen in een vervolg hierop.

Op dit moment ben ik bezig om de uitkomsten van mijn onderzoek te vertalen naar een meetinstrument, waarmee ik de beleving van burgers die deelnemen aan een participatietraject in beeld breng. Zo breng ik in kaart wat er goed is gegaan en waar verbeterpunten liggen. De aanleiding om tot dit instrument te komen is omdat ik het enerzijds eigenaardig vind dat veel publieke organisaties schrijven over de negatieve ervaringen met burgers. Veel gehoorde argumenten zijn dat het veel tijd, energie en geld kost en dat het niet in verhouding staat tot de baten. Anderzijds wordt weinig geschreven over het perspectief van burgers op burgerparticipatie. Onderzoek naar de verwachtingen en ervaringen van burgers zijn zeldzaam. Door dit in kaart te brengen, kunnen gemeenten, corporaties en andere publieke instellingen meer maatwerk bieden en inspelen op de behoeften van burgers.

Bij een woningcorporatie in Gelderland heb ik gekeken naar hoe burgers en de professionals die betrokken zijn bij een participatietraject in een kwetsbare wijk dit hebben ervaren. Hieruit is naar voren gekomen dat er voor burgers hele andere aspecten van belang zijn dan voor de professionals. Met name de motivatie om mee te doen, is voor burgers van belang. Daarnaast is het managen van verwachtingen en de rol die organisaties innemen een cruciaal aspect in deze case. Gebleken is dat burgers zich niet altijd gesteund voelden en dat hun input weinig resultaat opleverde. Hierdoor zag je na verloop van tijd een afname in betrokkenheid ontstaan. Positieve punten die burgers ervaarden, is dat er informeel contact ontstaat tussen burgers en professionals onderling, de mogelijkheid tot het kunnen meepraten over de eigen fysieke leefomgeving en dat burgers het prettig vinden als professionals de leiding op zich nemen.

De woningcorporatie is zich ervan bewust om bij de volgende bijeenkomst te letten om bovengenoemde aspecten. Hierdoor wordt er beter aangesloten bij participerende burgers en is er de mogelijkheid om meer burgers te laten aanhaken.