De onlogica van de Nederlandse woontoeslag

Tijd voor een inkomensafhankelijke en eigendomsneutrale woonbijdrage?

Het wonen is een grondrecht in Nederland. Iedere Nederlander moet passend en betaalbaar kunnen wonen. De toeslagen rondom het wonen (huurtoeslag en hypotheekrenteaftrek) kennen beide een sterke inkomenscomponent maar ook een objectgebonden component.
Maar is deze subsidie wel zo logisch opgebouwd? Wordt het niet tijd om dit stelsel te herzien? Laten we eens kijken welke geldstromen er vanuit het Rijk naar verschillende typen huishoudens gaan ter ondersteuning van het wonen. En andersom. Andersom?!! Ja, u leest het goed.

We nemen 4 huishoudens – voor de vergelijkbaarheid allen gezinnen – onder de loep.

Marie-Louise Minimum
Marie-Louise Minimum leeft met haar man en 2 kinderen van een inkomen van jaarlijks € 18.500. Het gezin komt aanmerking voor een corporatiewoning met een huur van € 590,- en ontvangt een huurtoeslag van € 304 per maand. Indirect – via de VPB, Atad en heffing die de corporatie betaalt, gaat er echter een geldstroom terug naar het Rijk. Gemiddeld gaat het om 2 maandhuren per jaar (bron Aedes, Huishoudboekje van woningcorporaties), en in het geval van Marie-Louise dus € 1160.

Huishouden: gezin, 2 kinderen, 1-verdiener
Inkomen: € 18.500
Woonbijdrage Rijk aan Marie-Louise: (€ 304 x12) – € 1160 = € 2468

Jan Modaal
Jan Modaal verdient in 2018 € 36.500. Jan woont met zijn vrouw en 2 kinderen in Friesland. Gelukkig kan Jan op basis van zijn inkomen een kleine hypotheek krijgen van € 160.000. Hij koopt een mooie eengezinswoning in Drachten, zijn netto maandlast van € 513 is goed betaalbaar en hij bouwt via de aflossing nog vermogen op ook. Jan krijgt in 2018 een woonsubsidie van het Rijk van € 54 × 12 = € 648 euro in de vorm van de hypotheekrenteaftrek.

Huishouden: gezin, 2 kinderen, 1-verdiener
Inkomen: € 36.500
Woonbijdrage Rijk aan Jan: € 648

Janny Modaal
Janny Modaal woont met haar man en 2 kinderen in Leiden. Janny is eveneens kostwinnaar en verdient net als Jan € 36.500 en kan een maximale hypotheek krijgen van € 163.000. Aangezien het wonen in de Randstad wat duurder is en Janny dus meer kwijt is voor de kosten van het wonen, ligt het voor de hand dat Janny iets meer woonsubsidie ontvangt. Maar niets is minder waar. Janny draagt zelf maandelijks bij aan het Rijk. Laten we kijken hoe dat kan.
Janny en haar gezin kunnen in de omgeving van Leiden geen passende woning kopen. Een passende koopwoning (>90m2) kost in Leiden en straal van 5 km daaromheen minimaal 180.000,-. Dat kan ze niet betalen. Gelukkig komt het gezin in aanmerking voor een woning in de sociale huursector waarvoor een inkomensgrens geldt van € 36.798. De huur van de woning bedraagt € 708. Zij krijgen helaas geen huurtoeslag. Wel gaat er – net als bij Marie-Louise – via de corporatie een indirecte geldstroom naar de schatkist. We rekenen hier ook met het gemiddelde van 2 maandhuren.

Huishouden: gezin, 2 kinderen, 1-verdiener
Inkomen: € 36.500,-
Woonbijdrage Janny aan Rijk: € 708 × 2= €1416

Kenny Op
Kenny woont met zijn vrouw en 2 kinderen in Blaricum. Kenny en zijn vrouw verdienen € 140.000,- per jaar. Hij heeft een villa gekocht met een hypotheek van € 700.000,- en vraagt hypotheekrenteaftrek aan. Zijn bruto maandlast bedraagt in 2018 € 2483,- en zijn netto maandlast € 2195,-. Kenny ontvangt daarmee een jaarlijkse woonbijdrage van 12 x (€2483 – € 2195) = € 3456,-

Huishouden: gezin, 2 kinderen, 2-verdieners
Inkomen: € 140.000,-
Woonbijdrage Rijk aan Kenny: € 3456,-

Hoogste inkomen krijgt meeste woonbijdrage, Janny Modaal draagt netto bij aan Rijk

Ironisch genoeg ontvangt het huishouden met de meeste bestedingsruimte voor het wonen – en dus helemaal geen woonbijdrage nodig heeft van het Rijk- , juist de hoogste toeslag. Er is zelfs een verschil van bijna 5.000,- euro jaarlijks met Janny Modaal in de sociale huursector.

Uiteraard is het niet zo dat Janny zonder de geldstromen vanuit de corporaties naar het Rijk 2 maandhuren per jaar minder zou betalen. Het is echter wel degelijk zo dat de huren als gevolg van deze financieringsstromen fors zijn gestegen en corporaties minder kunnen investeren in verduurzaming (wat weer lagere woonlasten oplevert) en nieuwbouw (waardoor meer mensen sociaal kunnen wonen).
Je kan daarnaast stellen dat de hypotheekrenteaftrek geen woonbijdrage is maar een belastingmaatregel om hogere inkomensgroepen te compenseren voor de hoge belastingdruk. Dit gaat echter niet op. Hoewel de hypotheekrenteaftrek een andere herkomst heeft, stimuleert deze al jarenlang het eigen woningbezit. Deze koopsubsidie verstoort zowel de koopwoningmarkt als het evenwicht tussen de huur- en de koopmarkt onderling.

Tijd voor een inkomensafhankelijke en eigendomsneutrale woonbijdrage?