De coronacrisis als springplank naar een duurzamere leefstijl?

Door de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus hebben we ons moeten aanpassen, met een ander en hiervoor bijna ondenkbaar leefstijlpatroon als resultaat. Wat kunnen we leren van het improvisatievermogen dat mensen en bedrijven de afgelopen weken hebben laten zien? Hoe nieuwsgierig zijn we als mensen en ondernemers geworden naar andere mogelijke oplossingen? En wat is de moraal van het verhaal als de situatie zorgt voor het kiezen van eerder ondenkbare oplossingen? Ik heb het Juiste Antwoord zelf nog niet gevonden; wie het wel heeft mag zijn hand opsteken. Deze crisis maakt veel mogelijk, of zorgt ervoor dat de meeste mensen tijdelijk bereid zijn om veel mogelijk te maken.

Geschiedenis van steden

De impact van productie en vooral van consumptiepatronen op de stad heeft me altijd gefascineerd. De wijze waarop we consumeren geeft deels vorm aan de stad: van fysieke aspecten tot logistiek en relatienetwerk. Productie en consumptie zijn daarom al decennialang nauw verbonden met de geschiedenis van steden. Dit geldt ook voor de geschiedenis van pandemieën, en hoe steden daarop telkens hebben gereageerd. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot meer hygiëne, en pest- en leprozenhuizen hebben daarna andere bestemmingen gekregen. Omdat er naar deze onderwerpen al veel onderzoek is gedaan en boeken over zijn gepubliceerd, beperk ik me tot de kern van ons thema Circulaire maatschappij. Wij bekijken de stad vanuit het circulair denken, met focus op de life cycle thinking als springplank naar een duurzamere leefstijl.

Een huis vol spullen

Ik werk al jarenlang met het UNEP-programma Sustainable Consumption and Production, en ben er stellig van overtuigd dat de tijdsduur van verschillende consumptie-cycli aanknopingspunten biedt om een duurzaamheidslaag tot stand te brengen in onze leefstijl. De huidige patronen van consumenten en producenten zijn door de coronacrisis tijdelijk ontregeld. Misschien kunnen we deze “ongewenste” situatie gebruiken om andere productie- en inkoopgewoontes te testen. Van voedsel naar gebouwen, en van apparaten naar infrastructuur – iedere cyclus beïnvloedt de andere, en alle cycli staan zo met elkaar in verbinding. Alles wat je koopt, komt op een bepaald moment ergens terecht. Denk hier bijvoorbeeld aan de vier wetten van ecologie zoals omschreven door Barry Commoner in zijn boek The Closing Circle uit 1971. Later, in 1990, wees hij de aanpassing van het productiesysteem aan als oplossing voor de milieucrisis (Making Peace with the Planet). Juist deze productie kan enorm beïnvloed worden door ons eigen consumptiegedrag. Dit weten we, maar ons gedrag veranderen blijft een abstracte optie. Tot de huidige situatie. Nu worden we, eerder dan ooit, geconfronteerd met ons consumptiegedrag. Thuis zien we stapels met spullen nadat er flink is opgeruimd. Lentekriebels in coronatijd. Je komt tijdens het opruimen vast ook dingen tegen waarvan je niet meer weet dat je ze ooit hebt gekocht. Vorige week stond ik zelf gebiologeerd naar iets te kijken, terwijl ik in mijn geheugen groef. “Heb ik dit gekocht?” Samen hebben we zoveel spullen dat een tochtje naar het grofvuil wordt afgeraden. Het is er te druk!

Nee, de coronacrisis is niet de springplank naar een duurzamer leefstijl. De pandemie heeft ons tijdelijk gedwongen om onze consumptiepatronen aan te passen: niet vliegen, minder rijden, niet fysiek winkelen, geen culturele belevenissen en veel sectoren waarin de productie grotendeels is stilgelegd. Wereldwijd zien we dat de lucht en het rivierwater schoner worden. De CO₂-uitstoot daalt. Dat is milieutechnische winst, maar niet hoe de wereld in elkaar zit. Binnen het thema Circulaire maatschappij werken wij daarom aan manieren om, binnen de (nog) bestaande kaders, cycli van consumptiepatronen systematisch te organiseren voor waardebehoud van grondstoffen.

lange-korte-cyclus