Corona en klimaat

Grote kans dat u thuis bent als u dit leest. We zitten aan het begin van de coronapandemie en de wereld om ons heen lijkt een andere te zijn dan bij de jaarwisseling het geval was. Het leed is klein en groot tegelijk. De decors waartegen wij acteren lijken voor altijd veranderd te zijn.

In mijn eerste college Bestuurskunde leerde ik ooit dat grote beleidsveranderingen bijna altijd langzaam verlopen. Bijna altijd. Alleen bij rampen kan er schoksgewijs ineens heel veel ineens veranderen. Ik denk dat u het met me eens zult zijn dat we momenteel in een rampscenario zitten waar het gaat om het coronavirus. Dat roept de vraag op: wat gaat er dan veranderen?

Na drie decennia actief te zijn op het gebied van duurzame ontwikkeling vallen mij ook de overeenkomsten op tussen het beleid ten aanzien van klimaatverandering en die van het huidige coronavirus.

  • De eerste overeenkomst is dat beiden mondiale vraagstukken zijn. Zowel klimaatverandering als een virus trekken zich niets aan van landsgrenzen. Toch blijven de landen ieder voor zich bezig met hun eigen beleid ten aanzien van klimaat of corona. Een echte gezamenlijke strategie lijkt haast onmogelijk, hoewel het Klimaatakkoord – dat in 2015 in Parijs werd gesloten – hoop geeft. Dan ben je altijd nog afhankelijk van politici. In die zin is president Trump wel consequent. Hij ontkent de problematiek, de noodzaak en de urgentie om maatregelen te nemen. Tegelijkertijd wordt er verwezen naar anderen, het buitenland, terwijl in de Verenigde Staten het coronavirus al langer rondgaat.
  • Een tweede overeenkomst is de rol van de wetenschap. Het gebruik van data en grafieken. Sommige grafieken lijken als twee druppels water op elkaar: de toename van de temperatuur op aarde en het aantal Corona-besmettingen kennen allebei een geleidelijke aanloop met een explosieve toename in korte tijd. Ook pogingen om de autoriteit van de wetenschap te ondergraven komt bekend voor. En als het onderwerp eenmaal grote bekendheid geniet, blijken we ineens allemaal expert te zijn.
  • Een derde overeenkomst is gedragsverandering. We weten allemaal wel dat we energie kunnen besparen door minder lang te douchen, de auto vaker te laten staan en door je computer uit te zetten. In de strijd tegen het Corona-virus houden we afstand en zoeken we elkaar niet op.
  • Een vierde overeenkomst betreft de kwetsbare groepen, wereldwijd. Op het gebied van energie zien we groepen mensen die niet profiteren van de energietransitie. Bij het Coronavirus zien we mensen die geen keus hebben om zich ziek te melden, mensen die geen aanspraak kunnen maken op gezondheidszorg en mensen die in een krottenwijk op elkaar gepakt wonen.
  • Een vijfde overeenkomst gaat over de kenmerken van een transitie. Op het gebied van klimaatverandering zijn de afgelopen decennia voorzichtig transities in gang gezet, beginnend met agenderende kleinschalige activiteiten in de niche. Op dit moment zien we ook heel veel kleinschalige activiteiten ontstaan als gevolg van het coronavirus, vaak gericht op zorg voor anderen. In het onderwijs lijkt zich binnen enkele weken een subtransitie te voltrekken waar anders tien jaar voor nodig zou zijn. Tegelijkertijd zijn online hulpmiddelen booming. Fysieke bijeenkomsten zijn straks mogelijk meer uitzondering dan regel.


De vraag is nu welke richting dit op gaat. Welke veranderingen zijn blijvend en systemisch van aard? Welke zijn straks niet meer dan anekdotes? En kunnen we daarin ook sturen? Kunnen we een gewenste nieuwe situatie zodanig formuleren dat we met een nieuwe herwaardering van wat we echt belangrijk vinden, dit ook versneld realiseren? Ik denk van wel. Bijvoorbeeld met het verder beprijzen van onduurzame mobiliteit. Aan mobiliteit is nu veel minder behoefte. Die vermindering kunnen we vasthouden door de fossiele brandstoffen nu van een echte prijs te voorzien. De onmiddellijke invoering van een vliegtax en kilometerheffing zorgen ervoor dat we blijven doen wat we nu ook doen: meer in of nabij huis werken en online vergaderen of lesgegeven. Met het herwaarderen van de vitale beroepen. Niet alleen met applaus maar ook met meer capaciteit en betere arbeidsvoorwaarden. Met elkaar. Dat we vooral rekening blijven houden met elkaar. Niet alleen in het dagelijkse leven maar ook in de benadering van onze beleidsvraagstukken. Minder fragmentatie en meer integraliteit. Een aardgasvrije wijk is straks als vanzelfsprekend ook circulair en inclusief, klaar voor de toekomst.