Concurrentie op urgentie

Het kan niemand ontgaan zijn dat ons land zich in een woningcrisis bevindt. De NOS kopte onlangs dat het vinden van een woning sinds de Tweede Wereldoorlog niet zo moeilijk is geweest als nu. Een betaalbare huurwoning vinden is al helemaal een lot uit de loterij. Aandachtsgroepen zoals arbeidsmigranten, vergunninghouders of dak- en thuislozen concurreren niet alleen onderling maar ook met anderen voor deze betaalbare huurwoningen.

De woonvraag van aandachtsgroepen blijkt een complexe, maar vooral ook een integrale opgave omdat het niet alleen gaat om de juiste woning, maar ook een lage huurprijs, ondersteuning in de buurt, (mantel) zorg in de nabijheid, bestaanszekerheid en meedoen in de maatschappij. Het vermindert de kans op maatschappelijk afglijden. Om deze opgave effectief aan te pakken is inspanning en samenwerking van meerdere overheidslagen en maatschappelijke partijen nodig. In de afgelopen maanden boog een brede coalitie van vijf departementen, de VNG, G4, het G40-stedennetwerk en Aedes zich over dit vraagstuk en kwam in het rapport Een thuis voor iedereen tot de conclusie dat juist deze coherente en integrale aanpak rond huisvesting van aandachtsgroepen ontbreekt.

Naast voldoende en snel beschikbare woningen met een lage huurprijs, blijkt uit het rapport dat een deel van de aandachtsgroepen nog onvoldoende in beeld is. Sturing op de woningmarkt vraagt echter inzicht in structurele cijfers. Ook blijken de aandachtsgroepen ongelijk verdeeld te zijn. Omdat de hoeveelheid sociale huurvoorraad sterk verschilt per gemeente en maatschappelijk opvang- en beschermd wonen voorzieningen vaak gevestigd zijn in de centrumgemeentes. En dan is er natuurlijk ook altijd de kwestie financiën: op lokaal niveau lopen gemeenten aan tegen ontoereikende middelen voor kwetsbare groepen, waardoor zij het gevoel hebben financieel gestraft te worden als zij aandachtsgroepen huisvesten. Ook de corporatiesector loopt aan tegen onvoldoende investeringskracht om voldoende sociale woningbouw mogelijk te maken, die door de lage huurprijs vaak niet rendabel is. Omdat zowel gemeenten als woningcorporaties krap bij kas zitten, is het extra ingewikkeld om betaalbare bouwlocaties te vinden.

Als het om wonen gaat wordt vaak de al in 1994 overleden illustere Amsterdamse wethouder en staatssecretaris Jan Schaefer aangehaald met zijn uitspraken ‘In geouwehoer kun je niet wonen’ en ‘Is het beleid of heb je erover nagedacht’. In woorden van gelijke strekking is door alle betrokkenen bij het rapport ‘Een thuis voor iedereen’ de urgentie om aan de slag te gaan met de behoeften van de verschillende aandachtsgroepen met klem benadrukt en gepleit voor een integrale en ontkokerde aanpak. In de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 oktober blijken deze woorden niet tegen dovemansoren gezegd te zijn. De minister geeft daarin aan dat de bewindslieden van de betrokken departementen, VNG, AEDES en IPO aan de slag gaan met de maatregelen uit het rapport die in een spoedpakket en nationale samenwerkingsagenda zijn verwoord. Nog dit jaar komt er 50 miljoen euro beschikbaar voor huisvesting voor aandachtsgroepen (Regeling huisvesting aandachtsgroepen) en 20 miljoen euro voor ontmoetingsruimten voor ouderen (Regeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting). Vanaf volgend jaar is er voor de komende 10 jaar jaarlijks 10 miljoen euro beschikbaar voor de huisvesting van aandachtsgroepen.

Dit is echter pas het begin, dus niet meer langer studeren en discussiëren maar met elkaar aan de slag! Metropoolregio Amsterdam en Parkstad Limburg hebben de handschoen al opgepakt. Wie volgt?