Als je overal kan zijn, waar ben je dan?

In een smart society maakt digitale technologie het mogelijk om altijd en overal met iedereen in contact te staan. Je zou zeggen dat het dan ook niet meer uitmaakt waar je bent; je bent immers daar waar je inlogt. Toch kiezen wij iedere week, iedere dag en ieder uur een plek uit om te verblijven. Maar waarom kiezen we juist deze plek? Want als je overal kan zijn, waar ben je dan?

Toen het idee van een smart society nog vooral een utopie was, werd verondersteld dat technologie ervoor zou zorgen dat wij ons niet langer hoefden te verplaatsen. Aan dat beeld is deels voldaan. We zijn immers steeds beter, sneller en makkelijker met elkaar verbonden in de digitale samenleving. Hoewel het niet voor iedereen geldt, wordt afstand daarmee heel relatief. Het is steeds minder belangrijk, of verdwijnt zelfs helemaal. Ondanks dat een digitale samenleving het mogelijk maakt om efficiënter, goedkoper en sneller met elkaar in contact te staan, kiezen we er nog steeds voor om een fysieke afstand te overbruggen. Waarom doen we dat? De keuze voor een specifieke plek lijkt nu, misschien wel meer dan ooit, groot.

Dit brengt ons in een paradoxale situatie. Aan de ene kant maakt de smart society het mogelijk om digitaal met elkaar verbonden te zijn. En creëert daarmee een zekere plekloosheid: je activiteit is niet meer afhankelijk van een specifieke plek. Het maakt immers niet uit waar je bent als je overal kan doen wat je wilt doen. Tegelijkertijd betekent het ook dat als je altijd en overal kan zijn, je eigenlijk nergens echt meer bent. Aan de andere kant heb je als individu wel behoefte aan een plek binnen die plekloosheid: je wilt de mogelijkheid en vrijheid hebben om te kiezen waar je wilt zijn.

Maar als je ongelimiteerd kan kiezen uit iedere plek op aarde, waarom kies je dan een specifieke plek? Hiervoor zijn een aantal belangrijke overwegingen. 1. Je kunt op deze plek doen wat je wilt doen. Je kunt er bijvoorbeeld werken, sporten of een boek lezen. 2. De plek voldoet aan je fysieke eisen. Deze is bijvoorbeeld makkelijk bereikbaar, heeft een leuke sfeer of er is lekkere koffie. 3. Op deze plek zijn mensen waarmee je graag samen bent, je vrienden, familie of collega’s. Wij mensen vinden real life contact nou eenmaal belangrijk. Ook, of misschien juist wel, in een smart society waar een grote rol voor technologie is weggelegd.

Dat brengt ons het volgende dilemma: we willen dus én digitaal verbonden zijn en daarmee een zekere plekloosheid creëren. Tegelijkertijd vinden we fysieke ontmoetingen en de keuzevrijheid voor een specifieke plek belangrijk. Sluit het een het ander uit? Nee, er zijn voldoende ontwikkelingen gaande die ons het beste geven van beide. Zo kunnen de trein van de toekomst en zelfrijdende auto’s dienen als kantoor-, lounge-, studeer- of ontmoetingsplek. Je vervoersmiddel kan dus tegelijkertijd een plek vormen waar je graag wilt zijn, met de mensen waarmee je dat wilt én het middel zijn om te bewegen tussen twee andere plekken waar je graag wilt zijn.

Maar deze smart society utopie is lang niet voor iedereen weggelegd. Voor sommigen is de digitale wereld slecht toegankelijk of zelfs onbereikbaar, denk bijvoorbeeld aan ouderen en laaggeletterden. Voor anderen is een digitale wereld misschien wel wenselijk, maar niet haalbaar gezien hun werkzaamheden. Je kunt nou eenmaal niet digitaal haar knippen, straten leggen of mensen verzorgen.

We stevenen dus af op een samenleving waarin je altijd en overal op een plek kan zijn waar je wilt zijn. Door slimme technologie kun je namelijk ten alle tijden verbonden zijn met alles en iedereen. Op die manier kan je zelfs je reistijd optimaal en effectief besteden. Klinkt goed toch? Zeker, maar is er dan nog wel plek en tijd voor toevallige ontmoetingen, gebeurtenissen of ontdekkingen? En laten we er vooral ook voor zorgen dat iedereen mee kan doen in deze smart society!