Verklein regionale verschillen door de kracht van gemeenschappen te benutten
Denken vanuit brede welvaart kan overheden op alle schaalniveaus helpen bij het werken aan regionale ontwikkelstrategieën.
Als het gaat om behoud van leefbaarheid, hebben veel plattelandsregio’s hoge verwachtingen van de rol van jongeren. Als een regio aantrekkelijk blijft voor jongeren, dan biedt dat een oplossing voor veel problemen, is de gedachte. Jongeren behouden is inderdaad belangrijk vanwege demografische krimp en zorgt voor draagvlak voor voorzieningen. Ook is het een voorwaarde voor een vitale arbeidsmarkt en maakt het regio’s toekomstbestendiger. Maar die groep jongeren is niet homogeen. Om die hoge verwachtingen waar te maken is het daarom belangrijk om in te zoomen op de verschillende groepen vertrekkers, terugkeerders en blijvers. Zo kan het beleid beter aansluiten bij hun behoeften.
Uit het onderzoeksproject Kom terug! Kom terug! Hoe plattelandsgebieden jongvolwassen vertrekkers kunnen verleiden om terug te keren 1 van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat het verhuisgedrag van jongeren heel divers is: “Het beeld dat jongeren altijd vertrekken is niet waar”, stelt promovenda Tineke Reitsma. Het onderzoek laat zien dat 33,2 procent van de jongeren tussen de 17 en 35 jaar in hun eigen gemeente blijft wonen. “Als ze wel verhuizen, blijft een deel in de eigen provincie.”
Wie zijn die jongeren die vertrekken, wat drijft hen, en wat kunnen gemeenten en regio’s kunnen doen om ze aan zich te binden? We delen de inzichten en concrete stappen uit het project Kom terug!.
Reitsma laat zien dat de vertrekkers zich op verschillende manieren bewegen: “Het is een interessante groep omdat hun vertrek vaak de start is van een migratiepatroon van meerdere verhuizingen. Zij gaan bijvoorbeeld studeren of op zoek naar werkervaring.” De mate van honkvastheid hangt dan ook samen met opleidingsniveau, ziet Reitsma. “Jongeren met een mbo-opleiding zijn erg honkvast, hbo’ers wat minder en universitair geschoolden vertrekken het vaakst.” Ook partners spelen een belangrijke rol hierin. Blijvers en terugkeerders zijn opvallend vaak – respectievelijk 65 en 63 procent– samen met een partner uit dezelfde of een naburige gemeente binnen 40 kilometer.
Ook laat het onderzoek zien dat een vertrek lang niet altijd definitief is. “Na de studie of als ze kinderen krijgen, kan het platteland weer een interessante plek zijn voor jongeren en jonge gezinnen”, stelt Reitsma. Van de vertrekkers woont 53 procent op hun 35ste weer in een plattelandsgemeente en ongeveer 20 procent% weer in de gemeente waar zij opgroeiden.
Plattelandsgemeenten willen de vertrekkers natuurlijk graag aanspreken en verleiden om terug te keren. En dat vraagstuk speelt zeker niet alleen in Nederland. Het onderzoeksproject Kom terug! houdt een overzicht Overzicht van alle initiatieven 2 bij van Europese initiatieven die zich richten op het aantrekken of behouden van bewoners.
Een Deense regio heeft bijvoorbeeld een informatie- en contactpunt voor terugkeerders en nieuwe bewoners, en zet ‘settlement consultants’ in. Een plattelandsgemeenschap in Zwitserland geeft zelfs een geldbonus aan nieuwe jongeren en gezinnen. Andere voorbeelden van initiatieven zijn loopbaanevenementen en sociale netwerken, gericht op de arbeidsmarkt en vrije tijd. Dichter bij huis organiseerde Groningen een ‘terugroepactie’. De marketingcampagne riep young professionals op om terug te komen uit bijvoorbeeld de Randstad en liet zien dat de provincie veel carrièrekansen biedt. Op vergelijkbare wijze richt Twente zich op de zogenoemde ‘hunkertukkers’ Hé hunkertukker – gun jezelf Twente 3 : Twentenaren die nu elders wonen, maar onbewust weer hunkeren naar de regio.
De terugkeerinitiatieven zijn succesvoller als ze passen binnen een breder verhaal over de regio. “Dat gaat om imago”, stelt Reitsma. “De regio moet ergens voor staan waarvoor mensen terug willen komen.” Elementen van dat verhaal zijn bijvoorbeeld de economische sectoren waarop een regio inzet. Daarnaast gaat het om zaken als cultuur, inclusie en een gedeelde identiteit.
Om als regio aantrekkelijk te zijn voor jongeren is dus een aanpak op vele fronten nodig. Zij willen bijvoorbeeld culturele voorzieningen en betaalbare woningen, die op een plek moeten staan met goede bereikbaarheid, voldoende werkgelegenheid en onderwijsmogelijkheden. Dat vraagt afstemming tussen publieke en private partijen en verschillende overheidslagen. Bijvoorbeeld over het clusteren van voorzieningen, deelmobiliteit en verschillende soorten woningbouw en specifieke woningbouwlocaties.
In de praktijk van het Rijksbeleid blijft het behouden van jongeren in landelijke gebieden grotendeels een verweesd onderwerp, ziet Tara Fiorito. Zij werkt voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Regio Deals in diverse landelijke regio’s. Hierin trekken de Rijksoverheid en regio’s samen op om de kwaliteit van leven, wonen en werken te verhogen. “Iedereen vindt het behouden van jongeren een belangrijk onderwerp, maar tegelijkertijd is het onderwerp van niemand”, constateert Fiorito.
Maar we zien dat beeld nu kantelen. In navolging van het rapport Elke regio telt! zijn er initiatieven die het perspectief van plattelandsregio’s beter willen borgen in het landelijke beleid, waar jongeren van kunnen profiteren. Voorbeelden zijn het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) en de verkenningen voor een plattelandstoets (Rural Proofing Rural Proofing 4 ). Die toets moet het gangbaar maken om nieuw landelijk beleid beter te laten aansluiten op het platteland, door de maatschappelijke gevolgen ervan te onderzoeken. Ook is jongerenparticipatie nadrukkelijk onderdeel van de zesde en laatste ronde van de Regio Deals en de NPVR-plannen. Dit gebeurde nadat de Tweede Kamer opriep om jongeren structureel beter te betrekken bij beleidsvorming, ontwikkelingen en investeringen in hun regio.
Uiteindelijk kunnen initiatieven om jongeren te behouden alleen slagen als deze aansluiten bij hun behoeften. Daarbij is het essentieel om oog te hebben voor de grote verschillen tussen jongeren, zoals ook bleek uit het onderzoeksproject Kom terug!. Dé jongere bestaat niet, want er zijn belangrijke verschillen op het gebied van opleidingsniveau en levensfase. Een student heeft andere wensen dan iemand die begint aan de eerste baan. Door beleid te maken met input van jongeren zelf, en met oog voor de diversiteit binnen de groep, kunnen regio’s sturen op hun bevolkingssamenstelling. Zo verleid je jongeren om terug te komen, of zelfs helemaal niet weg te gaan.
Dit artikel komt voort uit een expertbijeenkomst over jongeren aantrekken en behouden in de regio. Deze bijeenkomst vond plaats op dinsdag 10 maart 2026 en werd georganiseerd in samenwerking tussen Platform31 en de afdeling Regio & Stad van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.