Foto: Alex Schröder
Verdieping Lokaal en regionaal samenwerken Domeinoverstijgend samenwerken

Tussen data en verbeelding: regionale ontwikkeling vraagt meer dan modellen

15 april 2026
Data en modellen spelen een steeds dominantere rol in beleid en wetenschap. Ze helpen om keuzes te onderbouwen, risico’s te verkleinen en investeringen te verantwoorden. Tegelijkertijd groeit het ongemak over wat uit beeld raakt, als regionale ontwikkeling vooral wordt beoordeeld op gemiddelden, kengetallen en doorrekeningen. Het pleidooi van Sierdjan Koster, hoogleraar regionale economie en geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG): combineer data met een krachtig regionaal verhaal. En durf dat verhaal ook écht richtinggevend te laten zijn.

Auteur(s)

Tim Rolandus en Sierdjan Koster (Rijksuniversiteit Groningen)

Ook interessant:

Voorbij de Rekensom: Verhalen voor Regionale Ontwikkeling – de research portal van de Rijksuniversiteit Groningen.

De opkomst van het modeldenken

Volgens Koster is de verschuiving richting kwantitatieve benaderingen goed verklaarbaar. In zowel de academische wereld als het beleid zijn de mogelijkheden de afgelopen jaren enorm gegroeid. Er is meer data beschikbaar, modellen zijn verfijnder en rekenkracht is geen beperking meer. Dat maakt het verleidelijk – en vaak ook efficiënt – om complexe vraagstukken terug te brengen tot meetbare variabelen.

Maar daar schuilt ook een risico. “De vraag wáár iets eigenlijk toe dient, raakt gemakkelijk ondergesneeuwd,” stelt Koster. “Modellen krijgen snel een aura van objectiviteit, terwijl ze altijd gebaseerd zijn op aannames en gemiddelden. Juist geografen weten hoe problematisch dat kan zijn: regionale context doet ertoe, en die laat zich niet altijd vangen in uniforme rekenregels.”

Die ontwikkeling wordt volgens Koster bovendien versterkt door maatschappelijke druk op bestuurders. “In een tijd van sociale media en publieke afrekencultuur is de neiging groot om beslissingen maximaal te ‘borgen’ met cijfers. Modellen fungeren dan als een beschermlaag: niet de bestuurder beslist, maar de uitkomst van de berekening. Dat voelt veilig, maar het beperkt ook het debat over wat maatschappelijk wenselijk is.”

Gemiddelden zijn geen regio’s

Een concreet voorbeeld noemt Koster de toepassing van maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s) bij investeringen in infrastructuur of voorzieningen. “Deze analyses zijn nuttig, maar werken vrijwel altijd met gemiddelden. Daardoor pakken dezelfde afwegingskaders heel verschillend uit voor verschillende regio’s.

Investeringen in een stedelijke regio als Amsterdam leveren, puur kwantitatief bekeken, vaak sneller ‘rendement’ op dan vergelijkbare investeringen in Groningen of Zeeland. Als cijfers vervolgens leidend worden zonder aanvullend verhaal of visie, bestaat het risico dat bepaalde regio’s structureel minder in beeld komen. Niet omdat ze onbelangrijk zijn, maar omdat hun waarde niet goed meetbaar is binnen de dominante modellen.” Het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) ziet Koster daarom als een hoopvolle ontwikkeling: “Juist omdat het ruimte biedt voor een bredere afweging dan alleen financiële opbrengsten. Tegelijkertijd vraagt de uitvoering nog veel aandacht: de vertaalslag van intentie naar praktijk is complex.”

Wat modellen niet kunnen zien

Een tweede beperking van sterke kwantificering is dat alleen wordt beoordeeld wat meetbaar is. “Zaken als identiteit, sociale samenhang, lokaal vertrouwen of toekomstgevoel verdwijnen snel naar de achtergrond”, zegt Koster. “Terwijl juist die ‘zachtere’ factoren vaak bepalend zijn voor duurzame ontwikkeling. Door cijfers een status van waarheid te geven, ontstaat bovendien een versmald beeld van wat ontwikkeling ís. Groei wordt dan vooral economisch geïnterpreteerd, terwijl bredere vragen over leefkwaliteit, perspectief en regionale eigenheid buiten beeld blijven.”

De kracht van een regionaal toekomstverhaal

Als tegenwicht pleit Koster daarom voor het ontwikkelen van krachtige regionale toekomstverhalen. Niet als los document, maar als richtinggevend kader voor beleid en investeringen. “Zo’n verhaal gaat nadrukkelijk over de lange termijn: niet vijf jaar, maar twintig jaar of langer. De vraag is dan niet wat morgen uitvoerbaar is, maar hoe een regio er in 2040 of 2050 uit wil zien.”

Cruciaal is dat dit verhaal niet uitsluitend van beleidsmakers is: “Een regionaal toekomstbeeld ontstaat idealiter samen met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dat kan via participatie, maar ook via creatievere vormen: verhalen, beelden, onderwijsprojecten of kunst. Juist die benaderingen helpen om toekomstbeelden te verkennen die voorbij het bestaande beleidsjargon gaan.” Volgens Koster vraagt dit om een andere manier van werken: “Minder top-down, minder sectoraal en meer experimenteel. Het proces zal diffuser zijn, minder strak te plannen, maar mogelijk wel rijker en betekenisvoller.”

Andere rollen, ander vertrouwen

Een dergelijke aanpak vraagt ook iets van overheden en beleidsmakers. Niet minder professionaliteit, maar wel een andere inzet van macht en mandaat. “Wie een regionaal verhaal serieus neemt, moet durven accepteren dat niet alles vooraf vastligt en dat anderen daadwerkelijk invloed krijgen op richting en keuzes”, aldus KosterDaarnaast is integrale samenwerking essentieel: “Regionale ontwikkeling raakt aan arbeidsmarkt, economie, ruimte, onderwijs en sociale vraagstukken tegelijk. De bekende beleidskokers maken visievorming lastig, terwijl juist een overkoepelend perspectief nodig is. De totstandkoming van de nieuwe Nota Ruimte, die door meerdere ministeries wordt gedragen, laat zien dat dit mogelijk is – al kost het tijd en doorzettingsvermogen.”

Meer dan technologische innovatie

Tot slot waarschuwt Koster voor een te eenzijdige focus op technologische innovatie. “Rapporten over verdienvermogen benadrukken terecht het belang van innovatie, maar de uitwerking richt zich vaak vooral op techniek. Sociale, organisatorische en creatieve innovatie blijven daarbij onderbelicht. Internationale voorbeelden laten zien dat technologische voorsprong niet automatisch leidt tot brede welvaart. Zonder aandacht voor gedrag, instituties en organisatievormen blijven beloften onbenut. Precies daar ligt de kracht van sociale wetenschappen, geesteswetenschappen en creatieve disciplines.”

Het is, kortom geen kwestie van kiezen tussen data en verhaal. Het gaat om het vinden van een nieuw evenwicht, ziet Koster: “Data blijven onmisbaar voor monitoring en verantwoording. Maar zonder een gedeeld regionaal perspectief verliezen cijfers hun betekenisgevende kader.”

Een regionaal toekomstverhaal kan dat kader bieden – mits het serieus wordt genomen, gezamenlijk tot stand komt en daadwerkelijk richtinggevend is voor keuzes. Dat betekent ook: accepteren dat niet alles te onderbouwen is met cijfers, maar dat sommige keuzes wel nodig zijn om tot vitale regio’s te komen.

Meer over Sierdjan Koster

In zijn leerstoel Economische Geografie en Arbeidsmarktdynamiek verbindt Sierdjan Koster wetenschappelijke analyse met praktische impact: hij wil niet alleen begrijpen hoe regionaal economisch dynamiek werkt, maar ook meewerken aan een sterker Noord-Nederland.

Meer over het thema regionale economie:

 

Contact

Tim Rolandus 06 57 94 23 45

Ontvang nieuws van Platform31

Nieuws, publicaties en bijeenkomsten van Platform31 automatisch in jouw mailbox?

"*" geeft vereiste velden aan