Ongelijk investeren voor gelijke kansen: de Amsterdamse aanpak
Meer mensen, meer geld en meer aandacht naar de buurten waar investeren het hardst nodig is: do's en don'ts toegelicht.
Gemeenten kiezen er steeds vaker voor om te investeren in hun meest kwetsbare gebieden. In deze wijken en buurten is méér nodig om alle bewoners gelijke kansen te kunnen geven. Regulier beleid is hier niet voldoende. Een brede, samenhangende en gebiedsgerichte aanpak is vaak nodig om de kansenongelijkheid te verkleinen. Omdat de uitgangsposities van deze buurten en wijken ongelijk zijn, is ongelijk investeren een noodzakelijk middel om het doel van gelijke kansen te bereiken. Om verder te komen dan een ‘projectencarrousel’ moet je hierbij opgaven en oplossingen structureel aan elkaar verknopen. Dat vraagt om een investering in tijd, capaciteit en – meestal – geld.
Ongelijk investeren voor gelijke kansen is een manier om met een brede wijkaanpak aan de slag te gaan, zonder afhankelijk te zijn van incidenteel of ‘extra’ geld, zoals subsidies. Daarbij zet je beschikbare middelen, capaciteit en aandacht anders in waar nodig. Dat betekent dat er meer middelen worden besteed in gebieden waar inwoners minder kansen hebben en leefbaarheidscijfers laag zijn, en juist minder middelen aan wijken of buurten die goed scoren. In plaats van een evenredige verdeling over de gemeente, pas je maatwerk toe. Op die manier bied je inwoners in alle delen van de gemeente dezelfde kansen.
In de praktijk wordt ongelijk investeren voor gelijke kansen op verschillende manieren uitgelegd. Wat wordt bedoeld met ongelijkheid?, Kenniscentrum Ongelijkheid 1 In regulier beleid betekent ‘gelijke kansen’ het bieden van dezelfde voorzieningen in alle gebieden en voor alle inwoners. Maar mensen in een kwetsbare sociaaleconomische positie stuiten op meerdere belemmeringen om van reguliere voorzieningen en regelingen te kunnen profiteren. Factsheet De cijfers achter sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV), Pharos 2 Drempels zijn bijvoorbeeld beperkte taal- en digitale vaardigheden, stress, en de complexiteit en het versnipperde aanbod van regelingen. Feiten, oorzaken en gevolgen van het niet gebruik van inkomensvoorzieningen, Kennisbundel 3 Door ongelijk te investeren voor gelijke kansen erken je dat gelijk beleid nog niet automatisch leidt tot gelijke kansen.
Figuur I Visualisatie van ongelijk investeren door ‘toevoegen’ in Amsterdam. In dit voorbeeld geven de staven het huidige niveau weer in het stadsdeel, en de rode blokjes staan voor de extra inzet die nodig is om het gewenste niveau te behalen. Bron: Gemeente Amsterdam Inzicht in ongelijk investeren, openresearch.amsterdam 4
Als je besluit om ongelijk investeren voor gelijke kansen toe te passen om een gebiedsgerichte aanpak mogelijk te maken, dan zijn er vier fases om het in de praktijk te brengen.
Ten eerste moet er draagvlak gevonden worden binnen de gemeentelijke organisatie, bij de raad en het college, én bij maatschappelijke partners zoals woningcorporaties. Er moet een duidelijk verhaal zijn om de extra inzet in specifieke wijken te onderbouwen. Daarvoor is een heldere analyse nodig van de problemen waarvoor ongelijk investeren een oplossing biedt.
Om te bepalen in welke gebieden en in welke mate je ongelijk investeren toepast, is het nodig om het gewenste kwaliteitsniveau te bepalen. Beantwoord daarbij de vraag waar de ondergrens ligt waar elk gebied en elke inwoner boven zouden moeten komen en blijven. Dat niveau laat zien waar, hoe lang en hoeveel middelen naar een gebied toe zouden moeten. Om het draagvlak te behouden, bepaal je samen met de raad en partners het ambitieniveau. Uiteindelijk is deze stap een politieke keuze met grote gevolgen voor de volgende stappen. Hierbij hoort ook de keuze voor specifieke indicatoren om te kunnen evalueren of de investering in een gebied tot positieve resultaten leidt. In de praktijk gebruikte voorbeelden van indicatoren zijn: de gemiddelde afstand tot bepaalde voorzieningen (zoals bibliotheken), het aantal jeugdverpleegkundigen per 1000 kinderen, of het besteedbare budget voor groenonderhoud. Ook de indicatoren van de Leefbaarometer kunnen daarvoor inspiratie bieden. 7
Gemeente Amsterdam maakte een toolbox en een factpack om als beleidsmedewerker met ongelijk investeren voor gelijke kansen aan de slag te gaan. Dit is inclusief stappenplan voor het uitvoeren van een analyse van de opgave en de inzet in een wijk of buurt.
De factpack en toolbox vind je op de website van de gemeente Amsterdam.
Wanneer je weet in welke wijken je wilt investeren, is de volgende stap om uit te zoeken hoe bestaande geldstromen lopen. Zie voor meer informatie Slagkracht in de wijk: Financiële strategie voor de wijkaanpak, p.4. 8 Breng in kaart, het liefst samen met een dataspecialist, hoeveel overheidsmiddelen nu al naar gebieden gaan. Gebruik voor een algemeen beeld ook databases zoals de gemeentelijke monitor sociaal domein, waarstaatjegemeente of CBS buurtdata. Analyse van deze data geeft een goed beeld van waar problematieken en middelen zich concentreren. Hiermee kun je de opgave en een nieuwe verdeling van de inzet scherper onderbouwen.
Vaak blijkt uit analyses dat bepaalde beleidsgelden al ongelijk verdeeld zijn over wijken. Dat komt bijvoorbeeld doordat er veel ontvangers van regelingen wonen, of omdat het geld vooral stroomt naar buurten waar bewoners de weg beter weten naar potjes zoals een buurtbudget. Ook blijkt de inzet van professionals, zoals coaches werk- en inkomen, vaak ongelijk verdeeld te zijn over buurten of wijken. Wanneer deze informatie in beeld is, blijkt de stap naar gebiedsgericht investeren misschien wel kleiner dan gedacht. Dit overzicht van de geldstromen maakt het mogelijk om budgetten slim te koppelen en, binnen de wettelijke kaders, gebiedsgericht te verdelen en te prioriteren. Betrek je wethouder financiën hierbij.
De laatste fase draait om het identificeren van concrete interventies en het maken van een uitvoeringsplan om ze op te starten. Je kunt vaak al beginnen met een aantal laagdrempelige vormen van ongelijk investeren, zonder dat het principe direct voor alle beleidsdomeinen de leidraad hoeft te zijn. Hieronder volgen een aantal concrete interventievoorstellen:
Als deze vier fases zijn doorlopen, kan een volgende stap zijn om de aanpak uit te breiden en daarmee de impact ervan verder te vergroten. Pas de ongelijk-investeren-aanpak stap voor stap toe op nieuwe, samenhangende beleidsvelden en andere partners. Monitor ook de opbrengsten van de eerste stappen om de politiek, collega’s en partners te enthousiasmeren. Zo kunnen zij in de praktijk zien dat het werkt.
Ongelijk investeren voor gelijke kansen kan zo helpen om een wijkaanpak op te starten die de kansengelijkheid te bevordert. Het biedt een handelingsperspectief om aan de slag te gaan – ook als er nog geen structurele middelen zijn. Zelfs wanneer je het principe eerst bij een beperkt aantal interventies gebruikt, kun je al grote impact maken voor inwoners.