Gevarieerd straatbeeld met verschillende bewoners. Op de achtergrond huizen. Foto: Alex Schröder
Verdieping Wijkaanpak Domeinoverstijgend samenwerken

Ongelijk investeren als basis voor een brede wijkaanpak

28 mei 2026 | Leestijd: 7 minuten
Met ongelijk investeren voor gelijke kansen kunnen gemeenten en hun partners werken aan een wijkaanpak om de ongelijkheid tussen wijken te verkleinen. Door geld en ondersteuning anders te verdelen, werken ze aan gelijke kansen in wijken waar kwetsbaarheden zich opstapelen, zoals armoede en leefbaarheidsproblematiek. Ongelijk investeren kun je in de praktijk brengen in vier stappen: draagvlak creëren, ambitie bepalen, geldstromen in beeld brengen en concrete interventies doen.

Gemeenten kiezen er steeds vaker voor om te investeren in hun meest kwetsbare gebieden. In deze wijken en buurten is méér nodig om alle bewoners gelijke kansen te kunnen geven. Regulier beleid is hier niet voldoende. Een brede, samenhangende en gebiedsgerichte aanpak is vaak nodig om de kansenongelijkheid te verkleinen. Omdat de uitgangsposities van deze buurten en wijken ongelijk zijn, is ongelijk investeren een noodzakelijk middel om het doel van gelijke kansen te bereiken. Om verder te komen dan een ‘projectencarrousel’ moet je hierbij opgaven en oplossingen structureel aan elkaar verknopen. Dat vraagt om een investering in tijd, capaciteit en – meestal – geld.

Voor gelijke kansen

Ongelijk investeren voor gelijke kansen is een manier om met een brede wijkaanpak aan de slag te gaan, zonder afhankelijk te zijn van incidenteel of ‘extra’ geld, zoals subsidies. Daarbij zet je beschikbare middelen, capaciteit en aandacht anders in waar nodig. Dat betekent dat er meer middelen worden besteed in gebieden waar inwoners minder kansen hebben en leefbaarheidscijfers laag zijn, en juist minder middelen aan wijken of buurten die goed scoren. In plaats van een evenredige verdeling over de gemeente, pas je maatwerk toe. Op die manier bied je inwoners in alle delen van de gemeente dezelfde kansen.

In de praktijk wordt ongelijk investeren voor gelijke kansen op verschillende manieren uitgelegd. Wat wordt bedoeld met ongelijkheid?, Kenniscentrum Ongelijkheid 1 In regulier beleid betekent ‘gelijke kansen’ het bieden van dezelfde voorzieningen in alle gebieden en voor alle inwoners. Maar mensen in een kwetsbare sociaaleconomische positie stuiten op meerdere belemmeringen om van reguliere voorzieningen en regelingen te kunnen profiteren. Factsheet De cijfers achter sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV), Pharos 2 Drempels zijn bijvoorbeeld beperkte taal- en digitale vaardigheden, stress, en de complexiteit en het versnipperde aanbod van regelingen. Feiten, oorzaken en gevolgen van het niet gebruik van inkomensvoorzieningen, Kennisbundel 3 Door ongelijk te investeren voor gelijke kansen erken je dat gelijk beleid nog niet automatisch leidt tot gelijke kansen.

Figuur I Visualisatie van ongelijk investeren door ‘toevoegen’ in Amsterdam. In dit voorbeeld geven de staven het huidige niveau weer in het stadsdeel, en de rode blokjes staan voor de extra inzet die nodig is om het gewenste niveau te behalen. Bron: Gemeente Amsterdam Inzicht in ongelijk investeren, openresearch.amsterdam 4

Vier fases van ongelijk investeren

Als je besluit om ongelijk investeren voor gelijke kansen toe te passen om een gebiedsgerichte aanpak mogelijk te maken, dan zijn er vier fases om het in de praktijk te brengen.

Fase 1: Draagvlak

Ten eerste moet er draagvlak gevonden worden binnen de gemeentelijke organisatie, bij de raad en het college, én bij maatschappelijke partners zoals woningcorporaties. Er moet een duidelijk verhaal zijn om de extra inzet in specifieke wijken te onderbouwen. Daarvoor is een heldere analyse nodig van de problemen waarvoor ongelijk investeren een oplossing biedt.

  • Politiek draagvlak
    De politiek moet achter de keuze staan. Deze stap is onmisbaar, de gemeenteraad beslist immers over de randvoorwaarden zoals de begroting. De ervaring leert dat de beslissing om ongelijk te investeren goede uitleg vraagt over waarom dat nodig is. Er kan anders onvrede ontstaan onder raadsleden en inwoners over het feit dat er in bepaalde gebieden níét of minder wordt geïnvesteerd.
  • Ambtelijk draagvlak
    Wanneer je het uitgangspunt van beleid verandert, wijzig je daarmee ook de werkwijze van een groot aantal mensen en processen. Draagvlak onder die mensen is dus ook noodzakelijk. Uitvoerders van het beleid moeten overtuigd zijn van het hoe en waarom. Het benadrukken van de urgentie kan daarbij helpen, zoals Utrecht doet in een handreiking aan medewerkers. Handreiking Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen, gemeente Utrecht 5 Ook kan je voorbeelden benutten van beleidsvelden waar dit al veel wordt toegepast. Voorbeelden van ongelijk investeren vind je bijvoorbeeld in het onderwijs. Al langere tijd zet men extra middelen in op scholen met een groter aandeel kwetsbare leerlingen., Nationaal Programma Onderwijs, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 6 Voorbeelden kunnen mensen in andere beleidsterreinen helpen verbeelden hoe ongelijk investeren in hun veld zou kunnen werken.
  • Maatschappelijk draagvlak
    Daarnaast maken maatschappelijke partners zoals woningcorporaties, welzijnsorganisaties en bedrijven ook beslissingen over de verdeling van hun schaarse middelen. Het kan ook gaan om een gebiedsgerichte prioritering van hun capaciteit en planning. Draagvlak bij deze partners voor ongelijk investeren bekrachtigt daarmee de inzet die gemeenten al doen.

Fase 2: Ambitieniveau bepalen

Om te bepalen in welke gebieden en in welke mate je ongelijk investeren toepast, is het nodig om het gewenste kwaliteitsniveau te bepalen. Beantwoord daarbij de vraag waar de ondergrens ligt waar elk gebied en elke inwoner boven zouden moeten komen en blijven. Dat niveau laat zien waar, hoe lang en hoeveel middelen naar een gebied toe zouden moeten. Om het draagvlak te behouden, bepaal je samen met de raad en partners het ambitieniveau. Uiteindelijk is deze stap een politieke keuze met grote gevolgen voor de volgende stappen. Hierbij hoort ook de keuze voor specifieke indicatoren om te kunnen evalueren of de investering in een gebied tot positieve resultaten leidt.  In de praktijk gebruikte voorbeelden van indicatoren zijn: de gemiddelde afstand tot bepaalde voorzieningen (zoals bibliotheken), het aantal jeugdverpleegkundigen per 1000 kinderen, of het besteedbare budget voor groenonderhoud. Ook de indicatoren van de Leefbaarometer kunnen daarvoor inspiratie bieden. 7

 

Tip: De factpack en toolbox van Amsterdam

Gemeente Amsterdam maakte een toolbox en een factpack om als beleidsmedewerker met ongelijk investeren voor gelijke kansen aan de slag te gaan. Dit is inclusief stappenplan voor het uitvoeren van een analyse van de opgave en de inzet in een wijk of buurt.

De factpack en toolbox vind je op de website van de gemeente Amsterdam.

Fase 3: Breng geldstromen in beeld

Wanneer je weet in welke wijken je wilt investeren, is de volgende stap om uit te zoeken hoe bestaande geldstromen lopen. Zie voor meer informatie Slagkracht in de wijk: Financiële strategie voor de wijkaanpak, p.4. 8 Breng in kaart, het liefst samen met een dataspecialist, hoeveel overheidsmiddelen nu al naar gebieden gaan. Gebruik voor een algemeen beeld ook databases zoals de gemeentelijke monitor sociaal domein, waarstaatjegemeente of CBS buurtdata. Analyse van deze data geeft een goed beeld van waar problematieken en middelen zich concentreren. Hiermee kun je de opgave en een nieuwe verdeling van de inzet scherper onderbouwen.

Vaak blijkt uit analyses dat bepaalde beleidsgelden al ongelijk verdeeld zijn over wijken. Dat komt bijvoorbeeld doordat er veel ontvangers van regelingen wonen, of omdat het geld vooral stroomt naar buurten waar bewoners de weg beter weten naar potjes zoals een buurtbudget. Ook blijkt de inzet van professionals, zoals coaches werk- en inkomen, vaak ongelijk verdeeld te zijn over buurten of wijken. Wanneer deze informatie in beeld is, blijkt de stap naar gebiedsgericht investeren misschien wel kleiner dan gedacht. Dit overzicht van de geldstromen maakt het mogelijk om budgetten slim te koppelen en, binnen de wettelijke kaders, gebiedsgericht te verdelen en te prioriteren. Betrek je wethouder financiën hierbij.

Fase 4: Starten met concrete interventies

De laatste fase draait om het identificeren van concrete interventies en het maken van een uitvoeringsplan om ze op te starten. Je kunt vaak al beginnen met een aantal laagdrempelige vormen van ongelijk investeren, zonder dat het principe direct voor alle beleidsdomeinen de leidraad hoeft te zijn. Hieronder volgen een aantal concrete interventievoorstellen:

  • Prioriteren op beleidsveld
    Samen met bewoners kun je prioriteiten stellen; zo blijft de wijkaanpak behapbaar. Er is een aantal beleidsvelden die zich goed leent als startpunt, zoals het beheer van de openbare ruimte. Daarbij is het werken met kwaliteitsniveaus al gemeengoed. Je kunt aan kwetsbare wijken een hoger kwaliteitsniveau toewijzen, en elders het niveau afschalen. Dit past bij de ‘schoon, heel en veilig’-gedachte: het levert zichtbare verbetering van de wijk op en heeft voor bewoners een positief effect op de leefbaarheid. Je kunt er ook voor kiezen om meer middelen voor wijkgericht werken te steken in specifieke wijken. In de Veenendaalse wijk Franse Gat heeft de wijkregisseur bijvoorbeeld veel extra uren beschikbaar gekregen. Wijkteam is vliegwiel voor wijkvernieuwing in Veenendaal, Platform31 9
  • Koppelkansen
    Ten tweede kun je effectiever werken en meer waarde creëren door kansen te koppelen, bijvoorbeeld door in bepaalde wijken anders te prioriteren in de tijd. Door investeringen naar voren te halen of uit te stellen, kun je ze afstemmen op andere investeringen. Vaak levert het koppelen van werkzaamheden een besparing op die weer kan worden benut voor de wijk. Door bijvoorbeeld de rioolvervanging tegelijk te plannen met vernieuwing van de straatinrichting. Hierdoor worden geld, moeite en overlast bespaard.
    De fysieke aanleiding kan daarnaast worden benut om te investeren in ontmoetingsruimten of met buurtbewoners in gesprek te gaan om te leren wat er in de buurt of achter de voordeur speelt. Het biedt ook kansen voor klimaatadaptatie en vergroening. In Utrecht krijgen kwetsbare wijken prioriteit in klimaatinterventies, Kennisportaal Klimaatadaptatie 10 Met woningcorporaties kan worden afgesproken om renovaties of herstructurering slim te plannen en te prioriteren per wijk, bijvoorbeeld via prestatieafspraken.
  • Toegankelijkheid en bereik verbeteren
    Een derde, laagdrempelige vorm van ongelijk investeren is door extra stil te staan bij de toegankelijkheid van beleid en regelingen in het gebied. Denk aan extra ruime openingstijden van een inlooppunt, het extra inzetten van personeel in een gebied, zodat medewerkers meer tijd hebben voor ondersteuning van bewoners. Hieronder valt ook goede communicatie rondom bestaande regelingen. Maak bijvoorbeeld meer gebruik van (fysieke) nieuwsbrieven, verspreid deze op logische vindplekken, zet visuele middelen in en gebruik begrijpelijke taal.
  • Partners meenemen
    Tot slot is het goed om als gemeente het voortouw te nemen, maar partners zijn onmisbaar voor een effectieve investering in de wijk. Zorg dat je hen meekrijgt in de werkwijze. Zij staan vaak in nauw contact met inwoners. Wanneer budgetten van partners, hun capaciteit en planningen op elkaar zijn afgestemd – en dus op dezelfde manier ongelijk investeren – versterken zij elkaar en de gebiedsaanpak. Instrumenten hiervoor zijn bijvoorbeeld subsidieverordeningen, het gunnen van opdrachten op basis van een maatschappelijke bijdrage in de wijk, of het koppelen van een social return on investment (SROI)-verplichting aan de wijk.

Doorontwikkelen voor meer impact

Als deze vier fases zijn doorlopen, kan een volgende stap zijn om de aanpak uit te breiden en daarmee de impact ervan verder te vergroten. Pas de ongelijk-investeren-aanpak stap voor stap toe op nieuwe, samenhangende beleidsvelden en andere partners. Monitor ook de opbrengsten van de eerste stappen om de politiek, collega’s en partners te enthousiasmeren. Zo kunnen zij in de praktijk zien dat het werkt.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen kan zo helpen om een wijkaanpak op te starten die de kansengelijkheid te bevordert. Het biedt een handelingsperspectief om aan de slag te gaan – ook als er nog geen structurele middelen zijn. Zelfs wanneer je het principe eerst bij een beperkt aantal interventies gebruikt, kun je al grote impact maken voor inwoners.

Contact

Arno van der Hoeven 06 13 46 74 08

Ontvang nieuws van Platform31

Nieuws, publicaties en bijeenkomsten van Platform31 automatisch in jouw mailbox?

"*" geeft vereiste velden aan