Het imago van woningen uit de fabriek: positiever dan vaak gedacht
Het negatieve beeld van flexwoningen blijkt onterecht: woondeskundigen en leken zijn doorgaans positief over het ontwerp.
Minister Boekholt-O’Sullivan blij met in ontvangst genomen rapport
Zowel ‘leken’ als woondeskundigen blijken een genuanceerd – en vaak positief – beeld te hebben over fabriekswoningen. Op 16 juni boden de onderzoekers het rapport ‘Het imago van woningen uit de fabriek: positiever dan vaak gedacht’ aan minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan.
Woondeskundigen en voorbijgangers op straat kregen dertien setjes foto’s met telkens twee woningen te zien. Eentje uit de fabriek en eentje traditioneel gebouwd. De vraag was simpel: welke is mooier? De uitkomsten laten zien dat het oordeel van deskundigen en van het publiek wordt bepaald door het ontwerp, de materialen en de uitstraling. De bouwwijze speelt geen rol.

Platform31-directeur Marja Appelman overhandigt het rapport aan minister Boekholt-O’Sullivan.
Bovendien konden de meeste respondenten niet zien welke van beide woningen uit de fabriek kwam. Ook dit gold voor zowel de experts als de mensen op straat.
De kwaliteit van industrieel gebouwde woningen is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Een negatief imago is onterecht en zet een rem op de toepassing van deze bouwmethode, terwijl opschaling juist nodig is om het woningtekort aan te pakken.
Download de publicatie
Publiek en deskundigen over industrieel en traditioneel gebouwde woningen