De mythe ontkracht: bewoners zijn wél tevreden over flexwoning
Ruim 80% van bewoners van woningen uit een fabriek is (zeer) tevreden over de woning. Dat blijkt uit dit onderzoek.
Publiek en deskundigen over industrieel en traditioneel gebouwde woningen
In de media en het beleidsdebat bestaat nog vaak een negatief beeld van woningen die in de fabriek worden gemaakt. Ze worden geregeld geassocieerd met tijdelijke oplossingen, lage kwaliteit of een beperkte levensduur. Tegelijkertijd groeit het belang van industrieel bouwen snel, juist omdat deze bouwmethode kan bijdragen aan het versnellen van de woningproductie.
Nieuw onderzoek van Platform31 en het Expertisecentrum Flexwonen, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), laat zien dat dit negatieve beeld niet overeenkomt met de praktijk. Zowel woondeskundigen als het brede publiek blijken genuanceerder – en vaak positiever – te oordelen over fabriekswoningen dan vaak wordt verondersteld.
In het onderzoek Het imago van woningen uit de fabriek kregen respondenten telkens twee woningen te zien: één traditioneel gebouwd en één industrieel vervaardigd. De vraag was simpel: welke is mooier? De uitkomsten laten zien dat het oordeel vooral wordt bepaald door het ontwerp, de materialen en de uitstraling. De bouwwijze speelt daarin nauwelijks een rol. Sterker nog: industrieel gebouwde woningen werden iets vaker als mooier beoordeeld dan traditionele woningen. Onder deskundigen gebeurde dat in 54 procent van de gevallen, onder het brede publiek in 60 procent.
Ook het onderscheid tussen beide bouwmethoden blijkt lastig te maken. Slechts een kleine meerderheid van de respondenten wist correct aan te geven welke woning uit de fabriek kwam: 61 procent van de deskundigen en 56 procent van het publiek. In ongeveer twee op de vijf gevallen zat men er dus naast. Dit onderstreept dat moderne fabriekswoningen visueel nauwelijks te onderscheiden zijn van traditionele woningbouw.
De resultaten sluiten aan bij de ontwikkeling in de sector, waar de kwaliteit van industrieel bouwen de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Woningen uit de fabriek zijn duurzaam, goed geïsoleerd en hebben een levensduur die vergelijkbaar is met die van traditioneel gebouwde woningen. Toch blijft het beeld van de ‘containerwoning’ bestaan.
Dat is niet zonder gevolgen. Negatieve beeldvorming kan een rem zetten op de toepassing van deze bouwmethode, terwijl juist opschaling nodig is om het woningtekort aan te pakken. Het onderzoek laat zien dat daar inhoudelijk weinig reden toe is: als de kwaliteit van ontwerp en inpassing op orde is, worden fabriekswoningen breed geaccepteerd.
De belangrijkste les is dan ook dat niet de bouwwijze bepaalt hoe een woning wordt gewaardeerd, maar het ontwerp. Industrieel bouwen biedt daarmee een volwaardig alternatief voor traditionele woningbouw – mits er voldoende aandacht is voor architectuur en ruimtelijke kwaliteit.
"*" geeft vereiste velden aan