Europese samenwerking en verbinding tussen onderzoek, praktijk en beleid
Wij verbinden Nederlandse gemeenten en regio’s met Europa via URBACT, EUI en de Urban Agenda.
Veel steden in Europa worstelen met dezelfde uitdagingen: er moeten extra woningen komen in steden, bestaande gebouwen krijgen nieuwe bestemmingen en dat alles moet het liefst circulair. Internationale kennisuitwisseling is daarom heel waardevol. In het DECUB-project, gefinancierd vanuit Driving Urban Transitions (DUT), werken onderzoekers en de steden Zaragoza (Spanje), Verviers (België) en Heerlen samen aan het circulair renoveren van bestaande stedelijke bouwblokken.
Heerlen draagt tot op de dag van vandaag de sporen van haar rijke maar bewogen geschiedenis. De mijnbouw heeft de stad decennialang gevormd, zowel economisch als ruimtelijk, sociaal en cultureel. Toen de mijnen sloten, volgden jaren van economische terugval en bevolkingskrimp. “Die fase laten we gelukkig achter ons. Heerlen is opnieuw in volle ontwikkeling. Maar om dat in goede banen te leiden, moeten we onszelf wel opnieuw uitvinden”, zegt Kenneth Stulens, programmamedewerker Duurzaamheid bij de gemeente Heerlen. De fysieke erfenis van het verleden – grote naoorlogse woningclusters, voormalige mijncomplexen, verouderde kantoren – in combinatie met de grote uitdagingen van vandaag, zoals klimaatverandering en materiaalschaarste, vragen om een nieuwe benadering.
Ook vanuit onderzoeksperspectief is deze context uniek. “Limburg is anders dan andere regio’s,” vertelt Marijn van de Weijer, onderzoeker bij Hogeschool Zuyd. “De demografische druk, de materiële erfenissen, de vele vergelijkbare woningblokken: dat alles maakt dat je hier moet nadenken over regionale oplossingen.” De opgave is nooit alleen technisch, maar altijd sociaal, cultureel en ruimtelijk tegelijk. Heerlen is daarmee een krachtige leeromgeving voor het DECUB-project, waarin circulaire transformatie van stedelijke bouwblokken centraal staat.
DECUB is een project in het Europese Driving Urban Transitions (DUT) Partnership. DUT is een Europees programma dat steden helpt bij het aanpakken van complexe duurzaamheidsuitdagingen door onderzoeksprojecten te financieren. In een samenwerking tussen hogescholen, universiteiten en praktijkpartners uit meerdere landen, worden vraagstukken op het gebied van energie, circulariteit en mobiliteit onderzocht en verder gebracht.
De DUT call 2026 gaat van start op 1 september. Lees meer via DUT Call 2026.
“Het gaat niet alleen om een gebouw, maar om wat het betekent voor de stad”, vertelt Stulens.
Wie Heerlen zegt, zegt mijnbouw. Maar wat kun je doen met het leegstaande hoofdkantoor van DSM, een organisatie die zo verbonden is met dat verleden? “Dit transformatieproject is een van de meest opvallende ruimtelijke opgaven van dit moment voor de gemeente. Behalve dat het een grote historische betekenis heeft voor de stad, ligt het ook op een prominente plek aan de rand van het centrum, grenzend aan een wijk met sociale en fysieke uitdagingen.” Woningcorporatie Wonen Limburg en projectontwikkelaar Laudy realiseren er woningen. Ook worden andere functies toegevoegd. Stulens: “Het doel is om een waardevolle schakel te creëren tussen het centrum, de omliggende wijken en het naastgelegen natuurgebied. Daarmee kan het gebouw meerwaarde leveren voor de omgeving én een symbolische rol spelen in de overgang van Heerlen: van een periode van krimp naar een fase van groei.”
Bij de renovatie is veel aandacht voor circulariteit. De woningcorporatie is eigenaar van het gebouw en daardoor een actieve partner; samen onderzoeken Heerlen en Wonen Limburg hoe zij het project zo duurzaam en toekomstbestendig mogelijk kunnen maken.
“Als je één blok begrijpt, kun je er tien tegelijk aanpakken” zegt Marijn van de Weijer. De inzichten uit het DECUB-project komen hierbij goed van pas. Het stedelijk bouwblok blijkt dé schaal waarop uitdagingen en kansen in Heerlen samenkomen. Van de Weijer benadrukt dat dit niveau ideaal is: “Groot genoeg om techniek, ontwerp, leefbaarheid en materiaalstromen te combineren, maar klein genoeg om daadwerkelijk invloed uit te oefenen.” Binnen DECUB wordt gewerkt met digital twins, LCA-analyses en archetypen om circulaire strategieën te testen en op te schalen.
Zeker in regio’s met veel vergelijkbare woningclusters – zoals in Heerlen – biedt dit een enorme kans om sneller te verduurzamen. Het is bovendien ook landelijk relevant: Nederland kent veel massawoningbouw. Strategisch werken op blokniveau helpt gemeenten om sneller en consistenter keuzes te maken.
Dat het project ook in Zaragoza en Verviers loopt, levert Heerlen directe inzichten op – bijvoorbeeld over hoe andere steden bewonersperspectieven meenemen in gebiedsontwikkeling. Ook hebben onderzoekers in het project veel kennis van digital twins en hoe deze ingezet kunnen worden – kennis die een gemeente niet altijd in huis heeft.
“Je hebt verschillende toekomstbeelden nodig om slimme keuzes te maken”, zegt Van de Weijer. In DECUB wordt intensief gewerkt met scenario’s die variëren in ingrijpendheid, circulariteit en maatschappelijke impact: “Studenten van Zuyd ontwikkelen en visualiseren meerdere ruimtelijke varianten. Dit maakt het mogelijk om ontwerpopties systematisch te vergelijken, of het nu gaat om materiaalhergebruik, energieprestaties of sociale waarde.”
Volgens Stulens zijn deze scenario’s belangrijk voor het gemeentelijke besluitvormingsproces: “Ze maken voor alle betrokkenen inzichtelijk wat de consequenties van verschillende keuzes zijn. Juist bij gevoelige plekken zoals het DSM-gebouw helpt dit om gesprekken met bewoners, ontwerpers en corporaties open en transparant te voeren. In dit geval ligt de ontwikkeling bij Wonen Limburg en Laudy, waarbij de gemeente als partner en in het vergunningstraject betrokken is. Door te werken met verschillende scenario’s wordt het voor alle partijen, inclusief de overheid, duidelijker waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Het biedt daarmee een gedeelde taal om over complexe waarden te spreken, bijvoorbeeld over wat behouden kan worden of wat er juist verandert en waarom.”
In Heerlen spelen verhalen en herinneringen een grote rol. Bewoners verbinden emotionele en sociale waarden aan plekken die in de loop der jaren zijn veranderd of vervallen. Stulens benadrukt hoe belangrijk het is om die perspectieven mee te nemen: “Participatie is geen bijzaak, maar essentieel om de diepere betekenis van een gebied te begrijpen.”
Van de Weijer en zijn collega’s experimenteren met werkvormen zoals World Cafés, spelgebaseerde interactie en co-creatieve sessies. Deze methoden zorgen ervoor dat uiteenlopende perspectieven – van bewoners tot experts – gelijkwaardig worden meegewogen.
Dit kunnen andere steden van Stulent en Van de Weijer leren: