Nieuwe rol Platform31 als Europe Direct-contactpunt
Door onder meer inzet van zijn netwerk en korte lijnen naar 'Brussel' verbindt Platform31 lokale gemeenschappen met Europa.
Het Compact Cities-partnerschap richt zich op het tegengaan van verstedelijking (urban sprawl) en het bevorderen van compacte, efficiënte en duurzame steden.
Verdichting wordt daarbij niet als een op zichzelf staand ruimtelijk vraagstuk benaderd: het raakt direct aan thema’s als woningbouw en betaalbaarheid, mobiliteit en bereikbaarheid, klimaat en biodiversiteit, en sociale inclusie en leefkwaliteit.
Het gaat erom deze opgaven te combineren binnen dezelfde stedelijke ruimte. In Europese analyses wordt dit samengevat in drie strategieën: uitbreiding beperken, bestaande gebieden beter benutten en onderbenutte plekken herontwikkelen. Deze integrale benadering maakt het thema herkenbaar voor veel Nederlandse steden, waar vergelijkbare afwegingen dagelijks spelen.
Het Compact Cities-partnerschap onderscheidt zich van eerdere partnerschappen binnen de Europese stedelijke agenda (Urban Agenda for the EU) door de breedte van het thema.
Waar eerdere partnerschappen zich vaak concentreerden op één domein (zoals luchtkwaliteit of stedelijke armoede), brengt dit partnerschap meerdere opgaven samen. Het koppelt ruimtelijke ordening aan sociale en economische vraagstukken, brengt bestaande kennis en beleidslijnen samen en bouwt voort op eerdere partnerschappen.
Het partnerschap sluit aan bij een bredere ontwikkeling op Europees niveau: met de lancering van de nieuwe Europese agenda voor steden (EU agenda for cities) in 2025 is de rol van steden in Europese beleidsvorming verder versterkt. Het Compact Cities-partnerschap krijgt dan ook een strategische positie als schakel tussen stedelijke praktijk en Europese beleidsontwikkeling.
Binnen dit partnerschap neemt Nederland een sterke positie in. Leiden is, samen met een Roemeense regionale ontwikkelingsorganisatie, coördinator van het partnerschap. Daarmee speelt Leiden een centrale rol in het vormgeven van de samenwerking en het uitwerken van een gezamenlijk actieprogramma. Deze positie biedt niet alleen organisatorische invloed, maar ook inhoudelijke kansen. Nederland heeft met haar lange traditie in ruimtelijke ordening en recente instrumenten als de Omgevingswet en het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) een relatief geïntegreerde aanpak ontwikkeld. De combinatie van beleid, regelgeving en digitale ondersteuning die hieruit voortkomt, is in veel andere Europese landen nog minder ver doorontwikkeld.
Via het partnerschap kan deze expertise actief worden verspreid. Daarmee gaat het niet alleen om kennisdeling, maar ook om strategische positionering. In Europese stedelijke regio’s – zoals de economisch sterke ‘blue banana’ van Vlaanderen tot aan het Rijnland – zijn ruimtelijke keuzes en regelgeving nauw met elkaar verbonden. Beslissingen aan de ene kant van de grens werken door aan de andere kant. Voor Nederland is het daarom van belang dat vergelijkbare principes rondom integrale planvorming en regelgeving ook elders worden toegepast.
De eerste bijeenkomst in Leiden stond in het teken van het bepalen van prioriteiten, het opzetten van werkgroepen en het uitwerken van een gezamenlijke roadmap. Voor Leiden was het een logische stap aan te melden voor het Compact Cities-partnerschap. Leiden ligt ingesloten tussen andere gemeenten, zonder verdere uitbreidingsmogelijkheden. Daarentegen heeft Leiden wél de uitdagingen van een compacte stad. Er is extra (betaalbare) woonruimte nodig, ruimte voor mobiliteit, de energietransitie en klimaatadaptiviteit, terwijl de stad leefbaar moet blijven voor alle inwoners, met genoeg groen en blauw en een bijdrage aan de biodiversiteit. Door het partnerschap hoopt Leiden nieuwe toepasbare oplossingen te vinden, maar ook Leidse ideeën en ontwikkelingen te delen met andere regio’s die hier behoefte aan hebben.
De Europese stedelijke agenda werkt via partnerschappen aan drie doelen: betere regelgeving, betere toegang tot financiering en betere kennisdeling. Voor steden betekent dit concreet dat zij invloed kunnen uitoefenen op Europese beleidsontwikkeling, beter zicht krijgen op financieringskansen en direct leren van andere steden in Europa. Partners doen gezamenlijk aanbevelingen aan de Europese Commissie, lidstaten en steden. Ook steden die geen formeel partner zijn, kunnen profiteren. Zij kunnen aanhaken via netwerken en consultaties, deelnemen aan bijeenkomsten en kennisuitwisseling, en de inzichten toepassen in hun eigen beleid en projecten.
De opgaven waar het partnerschap zich op richt, zijn sterk herkenbaar in Nederland. De druk op de beschikbare ruimte is groot, terwijl er tegelijkertijd een forse woningbouwopgave ligt. Daarbovenop komt de urgentie van klimaatadaptatie, die vraagt om ruimte voor water en groen, en de voortdurende zoektocht naar manieren om deze opgaven integraal aan te pakken. Toch is de Europese dimensie voor veel gemeenten nog relatief abstract. Het Compact Cities-partnerschap kan helpen om die kloof te verkleinen, door inzicht te geven in Europese beleidsontwikkelingen, concrete voorbeelden uit andere steden te delen en mogelijkheden te bieden om regelgeving en financiering te beïnvloeden. Juist in deze fase – waarin prioriteiten en werkwijzen nog worden vastgesteld – is het waardevol om aangehaakt te zijn.
Nederlandse steden kunnen op verschillende manieren betrokken raken bij het partnerschap:
Op deze pagina vind je op welke manieren Platform31 je kan helpen bij Europese samenwerking, onder andere voor Urban Agenda for the EU. Ook kun je contact opnemen met Feline van Bakel.