Meerdere gebouwen rondom water en brug Foto: Natasja van der Veer
Verdieping Interbestuurlijk samenwerken Verdichting steden

Leiden aan het roer van Europees partnerschap voor compacte steden

27 mei 2026 | Leestijd: 4 minuten
De strijd om de vierkante meter speelt zich niet langer alleen op straatniveau af, maar ook aan de Europese overlegtafel. Hoe bouw je ‘meer stad’ zonder dat de stad haar kwaliteit verliest? Met het nieuwe partnerschap Compact Cities zoeken Europese steden, onder leiding van Leiden, samen naar antwoorden. Het partnerschap markeert een nieuwe fase in de Europese stedelijke samenwerking en biedt Nederlandse steden kansen om invloed uit te oefenen en kennis op te halen. 

Auteur(s)

Feline van Bakel en Paul de Bruijn

Het Compact Cities-partnerschap richt zich op het tegengaan van verstedelijking (urban sprawl) en het bevorderen van compacte, efficiënte en duurzame steden.

Verdichting wordt daarbij niet als een op zichzelf staand ruimtelijk vraagstuk benaderd: het raakt direct aan thema’s als woningbouw en betaalbaarheid, mobiliteit en bereikbaarheid, klimaat en biodiversiteit, en sociale inclusie en leefkwaliteit.

Het gaat erom deze opgaven te combineren binnen dezelfde stedelijke ruimte. In Europese analyses wordt dit samengevat in drie strategieën: uitbreiding beperken, bestaande gebieden beter benutten en onderbenutte plekken herontwikkelen. Deze integrale benadering maakt het thema herkenbaar voor veel Nederlandse steden, waar vergelijkbare afwegingen dagelijks spelen.

Schakel tussen stedelijke praktijk en Europese beleidsontwikkeling

Het Compact Cities-partnerschap onderscheidt zich van eerdere partnerschappen binnen de Europese stedelijke agenda (Urban Agenda for the EU) door de breedte van het thema.

Waar eerdere partnerschappen zich vaak concentreerden op één domein (zoals luchtkwaliteit of stedelijke armoede), brengt dit partnerschap meerdere opgaven samen.  Het koppelt ruimtelijke ordening aan sociale en economische vraagstukken, brengt bestaande kennis en beleidslijnen samen en bouwt voort op eerdere partnerschappen.

Het partnerschap sluit aan bij een bredere ontwikkeling op Europees niveau: met de lancering van de nieuwe Europese agenda voor steden (EU agenda for cities) in 2025 is de rol van steden in Europese beleidsvorming verder versterkt. Het Compact Cities-partnerschap krijgt dan ook een strategische positie als schakel tussen stedelijke praktijk en Europese beleidsontwikkeling.

 Nederland aan zet: Leiden als coördinator

Binnen dit partnerschap neemt Nederland een sterke positie in. Leiden is, samen met een Roemeense regionale ontwikkelingsorganisatie, coördinator van het partnerschap. Daarmee speelt Leiden een centrale rol in het vormgeven van de samenwerking en het uitwerken van een gezamenlijk actieprogramma. Deze positie biedt niet alleen organisatorische invloed, maar ook inhoudelijke kansen. Nederland heeft met haar lange traditie in ruimtelijke ordening en recente instrumenten als de Omgevingswet en het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) een relatief geïntegreerde aanpak ontwikkeld. De combinatie van beleid, regelgeving en digitale ondersteuning die hieruit voortkomt, is in veel andere Europese landen nog minder ver doorontwikkeld.

Via het partnerschap kan deze expertise actief worden verspreid. Daarmee gaat het niet alleen om kennisdeling, maar ook om strategische positionering. In Europese stedelijke regio’s – zoals de economisch sterke ‘blue banana’ van Vlaanderen tot aan het Rijnland – zijn ruimtelijke keuzes en regelgeving nauw met elkaar verbonden. Beslissingen aan de ene kant van de grens werken door aan de andere kant. Voor Nederland is het daarom van belang dat vergelijkbare principes rondom integrale planvorming en regelgeving ook elders worden toegepast.

Partnerschap was logische keuze voor Leiden

De eerste bijeenkomst in Leiden stond in het teken van het bepalen van prioriteiten, het opzetten van werkgroepen en het uitwerken van een gezamenlijke roadmap. Voor Leiden was het een logische stap aan te melden voor het Compact Cities-partnerschap. Leiden ligt ingesloten tussen andere gemeenten, zonder verdere uitbreidingsmogelijkheden. Daarentegen heeft Leiden wél de uitdagingen van een compacte stad. Er is extra (betaalbare) woonruimte nodig, ruimte voor mobiliteit, de energietransitie en klimaatadaptiviteit, terwijl de stad leefbaar moet blijven voor alle inwoners, met genoeg groen en blauw en een bijdrage aan de biodiversiteit. Door het partnerschap hoopt Leiden nieuwe toepasbare oplossingen te vinden, maar ook Leidse ideeën en ontwikkelingen te delen met andere regio’s die hier behoefte aan hebben.

Deelnemers beïnvloeden Europees beleid en leren van elkaar

De Europese stedelijke agenda werkt via partnerschappen aan drie doelen: betere regelgeving, betere toegang tot financiering en betere kennisdeling. Voor steden betekent dit concreet dat zij invloed kunnen uitoefenen op Europese beleidsontwikkeling, beter zicht krijgen op financieringskansen en direct leren van andere steden in Europa. Partners doen gezamenlijk aanbevelingen aan de Europese Commissie, lidstaten en steden. Ook steden die geen formeel partner zijn, kunnen profiteren. Zij kunnen aanhaken via netwerken en consultaties, deelnemen aan bijeenkomsten en kennisuitwisseling, en de inzichten toepassen in hun eigen beleid en projecten.

Juist in beginfase is aanhaken waardevol

De opgaven waar het partnerschap zich op richt, zijn sterk herkenbaar in Nederland. De druk op de beschikbare ruimte is groot, terwijl er tegelijkertijd een forse woningbouwopgave ligt. Daarbovenop komt de urgentie van klimaatadaptatie, die vraagt om ruimte voor water en groen, en de voortdurende zoektocht naar manieren om deze opgaven integraal aan te pakken. Toch is de Europese dimensie voor veel gemeenten nog relatief abstract. Het Compact Cities-partnerschap kan helpen om die kloof te verkleinen, door inzicht te geven in Europese beleidsontwikkelingen, concrete voorbeelden uit andere steden te delen en mogelijkheden te bieden om regelgeving en financiering te beïnvloeden. Juist in deze fase – waarin prioriteiten en werkwijzen nog worden vastgesteld – is het waardevol om aangehaakt te zijn.

Aanhaken: hoe werkt dat?

Nederlandse steden kunnen op verschillende manieren betrokken raken bij het partnerschap: 

  • Volg de ontwikkelingen via de Europese stedelijke agenda en het Nationale Contact Punt;
  • Sluit aan bij bijeenkomsten en kennisuitwisseling;
  • Breng praktijkervaring in via nationale netwerken;
  • Gebruik de opgedane inzichten voor lokale beleidsontwikkeling.

Aanhaken?

Op deze pagina vind je op welke manieren Platform31 je kan helpen bij Europese samenwerking, onder andere voor Urban Agenda for the EU. Ook kun je contact opnemen met Feline van Bakel.

Feline van Bakel 06 57 94 19 33

Ontvang nieuws van Platform31

Nieuws, publicaties en bijeenkomsten van Platform31 automatisch in jouw mailbox?

"*" geeft vereiste velden aan