banier wijkengids 2

9.3.3 Versterken van de wijkeconomie: Bedrijvige Wijken in bedrijvige steden


Woonwijken zijn bij uitstek de plaats waar we kleine en middelgrote bedrijven met personeel en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) aantreffen. Elk jaar vindt er een toename van het aantal eenmanszaken en kleine bedrijven plaats. Kleine en middelgrote bedrijven worden geroemd om hun innovatiedrang, als ‘motor’ van de economie en om hun rol als werkgever. Een groot deel van de stedelijke bedrijvigheid is gevestigd in woonwijken en een aanzienlijk deel van deze bedrijvigheid bestaat uit het midden- en kleinbedrijf. Dit komt enerzijds omdat kleine bedrijven zich goed lenen voor vestiging in de directe nabijheid van de woonfunctie.


Anderzijds omdat we al jaren een sterke stijging in het aantal zzp’ers zien. Een belangrijke boodschap van het rapport Bedrijvige Wijken in Bedrijvige Steden (Riselda, Folmer, 2012) is dat wijkeconomie bestaat uit verschillende typen ondernemers met verschillende ondernemingstrajecten, valkuilen, groeimogelijkheden en wensen. Als de organisatie ondernemerschap en bedrijvigheid in de woonwijk wil stimuleren, is het aan te raden om te beginnen met het in kaart brengen van de al aanwezige bedrijvigheid. De actieagenda in het hoofdrapport richt zich op zes typen ondernemers. Voor elk type ondernemer geldt een andere aanpak en toolbox.


Wat is nu eigenlijk de relevantie van die stedelijke woonwijk voor de ondernemers die daar gevestigd zijn? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven dat voor iedere woonwijk in iedere stad geldt. In ieder geval is de wijk als (potentiële) afzetmarkt belangrijker voor de ene ondernemer dan voor de andere. Voor bedrijven in commercieel vastgoed (winkel- of bedrijfspand) geldt dat een groot deel van de klanten uit de buurt komt waarin men gevestigd is, terwijl een groot deel van de klanten van bedrijven aan huis zich buiten de stad bevindt.

Hoe lokaler de markt, hoe groter ook de geneigdheid om een verbintenis te hebben met de buurt en met andere ondernemers in de buurt. Een ondernemer die zich richt op een meer lokale afzetmarkt heeft vaker contact met andere ondernemers uit de buurt, deels omdat men met dezelfde geografische belemmeringen en kansen te maken heeft.

Contact met andere ondernemers via georganiseerde (netwerk)bijeenkomsten wordt heel verschillend er- varen en gewaardeerd. Op het gebied van de bekendheid van activiteiten van lokale winkeliers- en onder- nemersverenigingen kan nog winst geboekt worden. Vaak weet men niet van het bestaan van een lokale winkeliers- of ondernemersvereniging af. Versterking van lokale netwerken (ook zzp-netwerken) kan zich terugbetalen in business-to-business klandizie en kan op die manier de lokale economie stimuleren. De idee van de zzp’er die altijd wil netwerken en samen wil komen met andere ondernemers strookt niet ge- heel met de realiteit.

Over het algemeen vinden ondernemers het vooral belangrijk dat hun bedrijf goed te bereiken is, dat er in de buurt voldoende voorzieningen aanwezig zijn en dat de omgeving een prettige uitstraling heeft.
Behalve de relevantie voor het vestigingsklimaat en het ontstaan van lokale ondernemersnetwerken kan de buurt ook een rol spelen in verhuisbewegingen van bedrijven. Kunnen buurtaspecten bepalend zijn voor het vertrek van bedrijven? De kenmerken van het pand waarin een bedrijf gevestigd is blijkt een grotere invloed hebben op het verhuisgedrag van ondernemers dan de kenmerken van de buurt. Van de buurtkenmerken die verhuisgedrag beïnvloeden zijn onvoldoende parkeergelegenheid en een negatief imago van de buurt de belangrijkste ‘pushfactoren’. Duidelijk is geworden uit dit onderzoek dat, hoewel bedrijfshuisvestingsvraagstukken belangrijk zijn, ook de omgeving een rol van betekenis speelt bij het werken aan ondernemerschap in een wijk.
Een belangrijke boodschap van dit rapport is dat wijkeconomie bestaat uit verschillende typen ondernemers met verschillende ondernemingstrajecten, valkuilen, groeimogelijkheden en wensen. De actieagenda in het hoofdrapport richt zich op zes typen ondernemers. Voor elk type ondernemer geldt een andere aanpak en toolbox. Als een gemeente of wijkgerichte organisatie ondernemer- schap en bedrijvigheid in de woonwijk wil stimuleren, is het aan te raden om te beginnen met het in kaart brengen van de al aanwezige bedrijvigheid. Vanuit die basis kan verder worden gewerkt. Deze aanpak vereist maatwerk.

Meer lezen:

http://kks.verdus.nl/upload/documents/Rapport%20Bedrijvige%20wijken%20in%20bedrijvige%20steden%2Epdf