banier wijkengids 2

9.2.3 Publiek-private samenwerking: sociaal ondernemerschap

Sociaal ondernemerschap:

  1. Heeft primair een maatschappelijk doel: impact first.
  2. Realiseert dat doel als private onderneming, met of zonder winstoogmerk, die een dienst of product levert.
  3. Is financieel zelfvoorzienend gebaseerd op van waarde uitruil: is dus beperkt of niet afhankelijk van giften of subsidies.
  4. Is sociaal in de wijze waarop de onderneming wordt gevoerd: de bestuursfilosofie is gebaseerd op medezeggenschap van alle betrokkenen, is fair naar medewerkers en leveranciers, en bewust van haar ecologische voetafdruk. (bron: social-enterprise.nl)

Waarom Sociaal Ondernemerschap stimuleren?

Sociaal Ondernemerschap sluit aan bij het groeiende besef dat bedrijven een rol te spelen hebben bij vitaliseren, weerbaarder maken van de samenleving (zie ook maatschappelijk aanbesteden). Sociale Ondernemingen streven naar duurzame verdienmodellen. Ze opereren op eigen kracht en doen (uiteindelijk) geen beroep op overheidssubsidies. Sociale Ondernemingen zijn aantrekkelijk voor investeerders vanwege hun innovatieve, schaalbare aanpak. Sociale Ondernemingen hebben een heldere, eenduidige strategie, omdat eigen winst en bijdrage aan de samenleving hand in hand gaan.


Sociaal ondernemerschap is een breed begrip en er valt dan ook een brede waaier van initiatieven onder te brengen. Sociale ondernemingen kunnen klein zijn, maar ook groot. Soms is er sprake van één ondernemer, maar het kan ook gaan om netwerken met vele betrokkenen. De sociale doelstelling kan de hoofddoelstelling zijn, maar ook een bijproduct. Ook de thema’s waarop sociaal ondernemerschap zich richt zijn heel divers. Daarnaast wordt van verschillende organisatievormen en verschillende financieringsbronnen gebruik gemaakt. Deze enorme variëteit maakt het lastig om tot een scherpe definitie te komen.

Schulz e.a. gebruiken de volgende definitie: “het bewust, gericht en op innovatieve wijze nastreven van een verbetering ten aanzien van een sociaal-maatschappelijke kwestie door middel van het tegen betaling leveren van producten of diensten, gericht op de verbetering van die sociaal-maatschappelijke kwestie.”
Sociaal ondernemerschap is niet hetzelfde als maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Kenmerkend voor MVO is dat de productie op maatschappelijk verantwoorde en duurzame wijze plaatsvindt.

Sociaal ondernemerschap komt wereldwijd voor. De internationale term is “social enterprise”.
In dit stuk worden de begrippen sociaal ondernemerschap, sociale onderneming en sociale ondernemer, hoewel er verschillen tussen kunnen zitten, voor de eenvoud door elkaar gebruikt.

Bij sociaal ondernemerschap gaat het om het op een marktgerichte wijze realiseren van maatschappelijke doelen, die in Nederland als onderdeel van de verzorgingsstaat, vaak tot taak van de overheid zijn geworden. De ontwikkeling naar meer sociaal ondernemerschap en  een terugtredende overheid leidt tot een meer gemengd systeem waarin  publieke waarde tot stand komt.

Bij sociaal ondernemerschap ligt het initiatief bij de ondernemer, niet bij de overheid. Omdat de overheid zich op steeds meer terreinen terugtrekt,komt sociaal ondernemerschap vaak voort uit burgerlijk initiatief. Aan sociaal ondernemerschap ligt dikwijls een persoonlijke drijfveer ten grondslag, die voortkomt uit wat de sociaal ondernemer uit eigen ervaring heeft meegemaakt. De sociaal ondernemer vindt bijvoorbeeld dat de kwaliteit van de geleverde dienst of het geleverde product beter kan, dat een kleinere schaal beter uitpakt en/of er meer aandacht nodig is dan door de overheid wordt geleverd.

Door de introductie van het fenomeen sociaal ondernemerschap, vervaagt de scheiding tussen de domeinen waarin overheden, bedrijven en burgers actief zijn en moeten overheden, maar ook bedrijven, hun rol en positie ten opzichte van sociaal ondernemerschap gaan bepalen.

De rollen van de overheid kunnen uiteenlopen van het hebben van geen rol tot verbinden, adviseren, faciliteren, samenwerken, uitlokken en zelfs overnemen.

McKinsey heeft in 2011 een rapport uitgebracht dat een beeld geeft van sociale ondernemingen in Nederland op dat moment. McKinsey heeft berekend dat er in toen 4000-ca 5000 sociale ondernemingen in Nederland waren. Daarbij omschrijft McKinsey een sociale onderneming als een onderneming met als primair doel om sociale waarde in een financieel duurzame en onafhankelijke manier te leveren.
De gemiddelde omvang van deze ondernemingen is relatief klein. Sociale ondernemers maken gebruiken van verschillende financieringsbronnen, zoals eigen middelen, subsidies, donaties, crowdfunding, filantropie, fondsen en leningen. Bijdragen kunnen echter ook plaats vinden in de vorm van het beschikbaar stellen van uren.
Sociale ondernemingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals succesvol zijn en aantoonbaar over langere tijd positieve bijdragen leveren aan de realisatie van sociale  doelen, kunnen in aanmerking komen voor een officiële erkenning als goed doel met een CBF-keurmerk of ANBI-keurmerk (Algemeen Nut Beogende Instelling). Dit biedt het voordeel dat giften aan deze sociale onderneming dan aftrekbaar worden van de inkomstenbelasting, waardoor het doen van giften aantrekkelijker wordt voor de schenker.

Een gezonde financiële basis blijkt  voor veel sociale ondernemers echter een grote opgave.
Overheden zijn daardoor direct en indirect nog vaak belangrijk voor sociale ondernemingen.

In zijn rapport schenkt McKinsey aandacht aan mogelijke ondersteuningskanalen voor sociaal ondernemers:
• Coaches, ondersteuners and onderwijsfaciliteiten die onderwijsmogelijkheden bieden, zoals: ACE Amsterdam, Oranje Fonds Groeiprogramma, GreenWish,
Kirkman Company, Knowmads;
• Investeerders en makelaars die toegang tot kapitaal , zoals: Triodos
Bank, Toniic, Dutch Greentech Fund, PYMWYMIc, the Noaber Foundation en verschillende familiefondsen.
• Onderzoekers die zich richten op transparantie, zoals: Nyenrode Business University and Erasmus University Rotterdam;
• Lobby-organisaties die zich richten op het verbeteren van wet- en regelgeving voor sociale ondernemingen, zoals: GreenWish, De Groene Zaak, Duurzame
Energie Koepel.
Ook kan gedacht worden aan organisaties als The Hub and Seats2meet, die kantoorruimte aanbieden en daardoor ontmoetingspunten kunnen zijn voor sociaal ondernemers.
Ten slotte kan AgentschapNL worden genoemd, dat op verschillende manieren van nut kan zijn voor sociaal ondernemers.
In de studie van McKinsey komt naar voren dat sociaal ondernemerschap verder versterkt kan worden door::
• Promotie: versterken van het bewustzijn en de zichtbaarheid van de sector;
• Onderwijs: meer talent interesseren voor sociaal ondernemerschap;
• Ondersteuning: bij het opstellen van businessmodellen,coaching en toegang tot relevante netwerken;
• Kapitaal: toegang tot kapitaal om te starten en te groeien en makelaars die hierin kunnen bemiddelen
• Richtlijnen: voor het ontwikkelen van standaarden om financiele en sociale impact te meten.
• Overheidserkenning- en ondersteuning: bijvoorbeeld om door middel van wet- en regelgeving de juiste omstandigheden te creëren voor sociale ondernemingen om te groeien.

Inmiddels zijn tal van sociale ondernemingen opgericht in verschillende vormen en op zeer diverse terreinen. Om een indruk te geven, wordt hieronder een klein aantal voorbeelden genoemd, die op hun beurt weer tot inspiratie kunnen dienen:

• Greenchoice (provider van groene energie)
• Fair Trade Original (keurmerk voor Frair Trade producten)
• Greenwheels (deelauto’s)
• Triodos Bank (financier van sociale ondernemingen en maatschappelijk verantwoorde ondernemingen)
• Biologische boerderijen
• Zorgboerderijen
• Voedselbanken
• Resto’s vanHarte
• Thomashuizen (huisvesting en verzorging van gehandicapten)
• Valid Express (koeriersdienst door gehandicapten)

Meer lezen:

  • Franssen, B. en P. Scholten, Handboek voor  sociaal ondernemen in Nederland (Assen 2007).
  • McKinseyCompany, Opportunities for the Dutch Social Enterprise Sector (Amsterdam 2011). 
  • Raad voor Openbaar Bestuur (ROB), Loslaten in vertrouwen: naar een nieuwe verhouding tussen overheid, markt en samenleving (Den haag 2012).
  • Schulz, Martin, Martijn van der Steen en Mark van Twist, De koopman als dominee. Sociaal ondernemerschap in het politieke domein (Den Haag 2013).

Websites