banier wijkengids 2

6.5 Vuistregels voor interventies


  • Fundeer je interventie: een interventie is effectiever naarmate deze uitgaat van duidelijk geformuleerde (en als effectief geëvalueerde) theoretische vertrekpunten.
  • Stop met goede bedoelingen: interventies gebaseerd op goede bedoelingen, maar niet gestoeld op ‘theorie’ zijn vaak niet effectief.
  • Specificeer de focus van je interventie: wat valt onder de interventie en wat niet?


  • Geef aan welke doelen je met de interventie wil bereiken en geef de doelmiddelrelatie aan:
    met welke middelen wil je de doelen bereiken?
  • Pak het probleemgedrag aan in de context waar het normaal optreedt: zo garandeert een effectieve behandeling van probleemgedrag in een jeugdinrichting niet dat de jongere thuis en in de wijk geen probleemgedrag meer zal vertonen.
  • Voer een interventie uit zoals bedoeld: zorg bijvoorbeeld voor een deskundige, goed geïnstrueerde uitvoering en controleer de uitvoering.


Het is van belang dat een aantal partners de uitgangspunten van de best practice ondersteunen. Dit kun je voor elkaar krijgen door met elkaar altijd dezelfde uitgangpunten te hanteren. Een aantal belangrijke ‘vuistregels’ die je bij je bij elke interventie als uitgangspunt kunt nemen zijn de bovenstaande.

Veelbelovende projecten hebben altijd een aantal werkzame bestanddelen die overdraagbaar zijn. Probeer deze goed in kaart te brengen (bijvoorbeeld via kennisinstituten of verzamelplaatsen van effectieve interventies) en te kijken of er eerder bewijs voor is geleverd, dan wel wetenschappelijk, dan wel uit andere praktijkvoorbeelden. De databank Wat werkt in de Wijk kan hierbij een belangrijk richtsnoer zijn.