banier wijkengids 2

6.3 Effectiviteit en overdraagbaarheid


Handreiking voor dilemma’s bij effectiviteit en overdraagbaarheid

  • Afkijken mag en moet
  • Begin met het zoeken van aansluiting bij wat er al is
  • Gebruik in je aanpak simpele methodieken
  • Gebruik het mechanisme van olievlekwerking
  • Probeer het maakbaarheidsconcept van de druppel uit


  • Gebruik de kracht van mensen die ‘het verschil maken’ en ‘er echt voor gaan’
  • Probeer methodieken evidence based te maken en de resultaten te objectiveren
  • Verbind best practices met een richtinggevende visie
  • Stuur vooral op continuïteit van een initiatief


Een dilemma waar veel professionals mee te maken hebben is: wanneer kun je zeggen dat een interventie effectief is en bovendien overdraagbaar naar een andere context? Uit de Community of Practice kwamen een aantal aanbevelingen voor professionals voor het delen van ‘best practices’.

  • Afkijken mag en moet, omdat het je op nieuwe ideeën brengt en we niet overal het wiel opnieuw willen uitvinden. Pas wel op voor blind kopieergedrag. Maatwerk en oorspronkelijkheid zijn belangrijke normen voor de wijkenaanpak.
  • Begin met het zoeken van aansluiting bij wat er al is. Niets is dodelijker dan een initiatief dat van buiten- of bovenaf wordt gedropt in een wijk waar het al zoveel moeite kost om initiatieven die vanuit de wijk zelf zijn ontwikkeld tot leven te brengen.
  • Gebruik in je aanpak simpele methodieken die bij de betreffende wereld passen en die er ook voor zorgen dat niet alleen professionals ermee uit de voeten kunnen. Gebruik de taal van de betrokken organisaties en mensen.
  • Gebruik het mechanisme van olievlekwerking: probeer stap voor stap anderen op de initiatieven aan te sluiten en kom vooral in actie als ze er zelf om vragen en jij er niet mee hoeft te leuren.
  • Probeer het maakbaarheidsconcept van de druppel uit: door kleine ingrepen zelfversterkende mechanismen in gang zetten die uiteindelijk grote effecten hebben. En schroom niet om een tijdelijk initiatief ook tijdelijk te houden, niet alles hoeft structureel te worden.
  • Gebruik de kracht van mensen die ‘het verschil maken’ en ‘er echt voor gaan’. Vaak blijkt succes afhankelijk van die mensen. Je moet je daarom ook steeds afvragen of het werkt om methodieken over te planten zonder de mensen die dat tot een succes weten te maken.
  • Probeer methodieken evidence based te maken en de resultaten te objectiveren. Vaak worden ‘best practices’ gekopieerd omdat ze een goede pers hebben en sympathiek zijn en niet omdat ze hun effect bewezen hebben.
  • Verbind best practices met een richtinggevende visie die alle betrokken partners onderschrijven en internaliseren. Zo kan een initiatief als vreedzame school floreren als vreedzaamheid en wederzijds respect ook de centrale boodschap is in de wijkenaanpak en in het verenigingsleven.
  • Stuur vooral op continuïteit van een initiatief en een lange adem van de initiatiefnemers en sponsors. Iedereen wordt intussen moe van de eenmalige projecten die te zeer gebaseerd zijn op hypes en tijdelijke financiering.

Punt 7 is van groot belang. Wetenschappelijk onderbouwde interventies zijn meerdere keren door verschillende onderzoekers onderzocht en in alle gevallen effectief gebleken. Dat is een lang traject en bewezen interventies zijn dan ook niet van de ene op de andere dag bepaald. Het is in ieder geval van belang om op de hoogte te zijn van wat er uit onderzoek bekend is over wat zeker werkt. Daarnaast spelen er overal verschillende factoren een rol en is elke context anders. Wetenschappelijk onderbouwde basiskennis is echter een goed uitgangspunt.

Een voorbeeld van een samenvatting van gerichte onderzoeken naar de effecten van interventies is te vinden in de publicatie Kennisfundament over de ‘wat werkt’ principes, een bundeling op het gebied van jeugdcriminaliteit. Dit is een voorbeeld van hoe effectieve interventies onderzocht zijn en daaraan gekoppeld is gekeken wat de wetenschappelijk onderbouwde werkzame principes van deze interventies zijn zodat professionals die als uitgangspunt kunnen nemen bij het opzetten van nieuwe interventies en bij het tegen het licht houden van bestaande interventies.