banier wijkengids 2

3.3 Omslagpunten in wijken


Soorten omslagpunten:

  • Early Early Warning: eerste punt waarop negatieve ontwikkelingen echt merkbaar worden voor bewoners
  • Early Warning: markeert een gebied waar veel kansarmen wonen en dat in korte tijd tot probleemgebied kan uitgroeien
  • Revitalisering veiligheid: markeert vooruitgang in de leefbaarheid in gebieden met lage veiligheid
  • Revitalisering woningvoorraad: markeert vooruitgang in de leefbaarheid in gebieden met ondermaatse woningvoorraad


Op zoek naar informatie

Er zijn verschillende signaleringsinstrumenten om informatie te krijgen over een wijk/gebied:

  • De Leefbaarometer
  • De Integrale Veiligheidsmonitor
  • De Sociale Index
  • De Staat van de Stad

Combineer de cijfers met informatie van professionals en bewoners. Deze combinatie van objectieve en subjectieve informatie helpt bij het prioriteren en het bepalen hoe je de doelen wilt bereiken.


In het RIGO-onderzoek Omslagpunten in de ontwikkeling van wijken is gezocht naar de omslagpunten in de ontwikkeling van wijken waardoor deze verder afglijden of juist vooruitgaan. Een fenomeen dat ook bekend is onder de term ‘tipping-points’.
Het onderzoek bevestigt het bestaan van een ‘natuurlijk vervalproces’. Dit vervalproces, waarin verslechtering van leefbaarheid en migratie een versterkend effect op elkaar hebben, houdt in dat zonder positieve externe prikkels de leefbaarheid verder zal verslechteren. Er is dan een blijvende behoefte aan (beleids)inspanningen. Het onderzoek leert wat de kritieke punten zijn waar deze negatieve spiralen in werking treden. Het biedt inzicht in de mogelijkheid om tijdig in te grijpen. Bijvoorbeeld door te investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte, de woningvoorraad en door het bevorderen van sociale contacten.

Het onderzoek identificeert vier omslagpunten in dit natuurlijke ontwikkelingsproces, die met behulp van de Leefbaarometer kunnen worden vastgesteld.
Twee van de vier gevonden omslagpunten zijn zogenaamde early warning punten: ze markeren een punt waarop gebieden met een (op dat moment) nog goede leefbaarheidssituatie, door kleine veranderingen kunnen afglijden tot een probleemgebied. Het onderzoek identificeert daarnaast ook twee “positieve” omslagpunten. Deze ‘revitaliseringspunten’ zijn van toepassing op wijken waar juist sprake is van verbeteringen op het terrein van leefbaarheid. Zo blijkt dat de verbetering van de veiligheidssituatie pas goed merkbaar wordt als een bepaalde drempel (omslagpunt) is gepasseerd. Pas na het passeren van deze drempel werken de verbeteringen op het terrein van veiligheid door in de perceptie en verhuisgeneigdheid van de bewoners en daarmee in het verhuisgedrag. Een soortgelijk positief omslagpunt is ook gevonden op het terrein van de woningvoorraad. In de tabel hieronder worden de 4 gevonden omslagpunten op een rijtje gezet.

Early early warning
Het eerste omslagpunt, “early early warning” genaamd, bevindt zich vrij hoog op de “Leefbaarometerschaal” (zie www.leefbaarometer.nl). Dit punt waarop de negatieve ontwikkelingen voor het eerst echt merkbaar worden voor de bewoners en daarmee tot een versnelling van het proces van selectieve migratie leiden, bevindt zich op de grens tussen “positief” en “zeer positief”. Dit komt ongeveer overeen met de gemiddelde leefbaarheidsscore in Nederland. Dat suggereert dat ook de gemiddelde wijken waar nog niet veel aan de hand is door negatieve ontwikkelingen een drempel kunnen passeren. Wat weer een inleiding kan zijn voor een vervalspiraal.

Early warning
Het tweede punt, “early warning”, heeft betrekking op ontwikkelingen op het terrein van bevolkingssamenstelling. Het omslagpunt markeert gebieden waar vrij veel kansarmen wonen. Ongeveer 20% van alle woongebieden in Nederland scoort echter nog slechter op de Leefbaarometer-dimensie bevolkingssamenstelling. Dat de gebieden rondom het omslagpunt early warning niet tot de grootste probleemgebieden van het land behoren, blijkt ook uit de gemiddelde score op de Leefbaarometerschaal van deze gebieden: matig positief. Hoewel deze gebieden dus niet de gebieden met de grootste leefbaarheidsproblemen zijn, kan een kleine toename van het aantal kansarmen tot een grote versnelling in selectieve migratie leiden, waarmee deze gebieden in korte tijd tot probleemgebieden kunnen uitgroeien.

Revitalisering
De laatste twee punten hebben betrekking op gebieden waar er juist sprake is van een vooruitgang in leefbaarheid, revitalisering. Het omslagpunt “woningvoorraad” heeft daarbij betrekking op gebieden met een kwalitatief ondermaatse woningvoorraad. Het gaat daarbij voornamelijk om gebieden met veel etagewoningen en huurwoningen. Het zijn over het algemeen gebieden met een zwakke leefbaarheidssituatie, gemiddeld scoren ze matig. Hoewel ook de gebieden rondom het omslagpunt “veiligheid” onder gemiddeld scoren, zowel op de veiligheidssituatie als andere aspecten van leefbaarheid, betreft het niet de gebieden met grootste leefbaarheidsproblemen. Gemiddeld scoren deze gebieden positief op de Leefbaarometer. De volgorde van de revitaliseringspunten (in de gebieden met leefbaarheidsproblemen gaat het om woningvoorraad, in de wat beter scorende gebieden veiligheid) duidt erop dat de verbetering van de kwaliteit van de woningvoorraad een eerste vereiste is. Maar wil de wijk er echt bovenop komen dan dienen er ook op andere terreinen zoals veiligheid substantiële verbeteringen geboekt worden.

De vier omslagpunten zijn gevonden met behulp van leefbaarheidsinformatie uit de Leefbaarometer. Daarmee zijn de punten gedefinieerd op de schaal van dit instrument. Hoewel dit de punten op het eerste gezicht lastig interpreteerbaar maakt, zijn de punten door hun nauwkeurige vaststelling zeer bruikbaar. Met behulp van de Leefbaarometer kan bijvoorbeeld per gemeente of regio vastgesteld worden welke gebieden zich in de gevarenzone bevinden (in de buurt van het early warning omslagpunt). Hiermee is het onderzoek niet alleen wetenschappelijk vernieuwend maar ook beleidsmatig uiterst relevant en bruikbaar.
 
Daarnaast kunnen ook op een andere manier omslagpunten in wijken worden gemeten, zoals in Almere:

In de ‘New Town’ Almere draait sinds het voorjaar 2011 een pilot met een early warning-systeem dat vroegtijdig problemen in de wijk signaleert. Deze pilot is gestart in samenwerking met het ministerie van BZK en partners van een stadsmanifest. Het systeem koppelt traditionele indicatoren zoals inkomen, opleiding en werkloosheid, aan gegevens als huurachterstanden, zorgconsumptie en schuldenposities. De pilot werd gestart vanuit het idee dat bestaande indicatoren onvoldoende weergeven hoe het echt gaat met wijken en dat dit beter kan door indicatoren te nemen die aansluiten op het ‘dagelijks leven’.
Met de analyse moeten frontlijnwerkers (zoals buurtregisseurs) gericht en lokaal actie kunnen ondernemen. Woningcorporaties, onderwijsinstellingen en andere maatschappelijke organisaties zien verschillende ontwikkelingen die de kwaliteit van leven in de wijken onder druk zetten. Bijvoorbeeld vereenzaming van ouderen, huurachterstanden of teruglopende schoolresultaten. Ontwikkelingen die nog niet direct in de cijfers terug te zien zijn.

Selectieve migratie in de aandachtswijken

Het functioneren van stadswijken als springplank betekent dat, naast selectieve sociaaleconomische migratie, de bewoners hun sociaaleconomische positie kunnen verbeteren. Het aandeel sociale stijgers (rond de 20%) in de aandachtswijken is ongeveer even groot als in andere buurten. Het SCP vond in het longitudinale onderzoek in de aandachtswijken geen aanwijzingen dat de mogelijkheden tot sociale stijging in de aandachtswijken geringer zijn. Ook werd geen indicatie gevonden dat de mogelijkheden tot sociale stijging de afgelopen tien jaar zijn afgenomen. Wel bleek dat het aandeel bewoners dat langdurig tot de lage inkomstengroep behoort in de aandachtswijken hoger ligt dan in de andere wijken.
Het SCP concludeert dat de sociaaleconomische positie van aandachtswijken nauwelijks is veranderd ten opzichte van de andere stedelijke woonbuurten. De effecten van individuele sociale stijging en daling, evenals van selectieve migratie op de sociaaleconomische positie van wijken zijn beperkt. Onder de vrij stabiele bevolkingssamenstelling in buurten schuilt echter een grote individuele dynamiek. Sociale stijgers en middenklasse huishoudens blijken de aandachtswijken zeker niet massaal te verlaten en degenen die wel de wijk verlaten worden veelal vervangen door in sociaaleconomisch opzicht vergelijkbare bewoners. Toch is het niet vanzelfsprekend dat de middenklasse groepen in de aandachtswijken willen (blijven) wonen. Bewoners willen vroeg of laat hun sociale positie verzilveren door naar een betere woning en/of buurt te verhuizen.