banier wijkengids 2

3.1.1 Voorbeeld: de selectie van aandachtswijken


Voorbeeld:
De selectie van aandachtswijken

  • Sociaal-economische achterstanden
  • Fysieke achterstanden
  • Leefbaarheidsproblemen in relatie tot sociaal-economische problematiek
  • Fysieke problemen


De selectie van 40 aandachtswijken door het ministerie van VROM is in een aantal stappen tot stand gekomen. Allereerst heeft het ministerie alle beschikbare 'landelijke en betrouwbare bronnen' onderzocht op hun relevantie voor de wijkenproblematiek. Dit heeft geresulteerd in het vaststellen van achttien indicatoren die iets zeggen over de sociale en fysieke situatie in een wijk. Daarvoor is gebruik gemaakt van de meest recente cijfers. Alleen de inkomenscijfers zijn uit 2002, omdat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) niet over nieuwere gegevens beschikte.

THEMA

Bron

Peiljaar

 

ACHTERSTANDEN

 

 

 

Sociaal-economisch

 

 

 

1. Inkomen

RIO, CBS

2002

gemiddeld besteedbaar particulier huishoudinkomen

2. Werk

RIO, CBS

2002

aandeel werkenden

3. Opleiding

Wegener/Geomarktprofiel

2002

aandeel huishoudens met lage opleiding

Fysiek

 

 

 

Woningvoorraad

CBS/Syswov/CFV

2002, 2006

aandeel woningen klein, oud en goedkoop

4. Kleine woningen

 

 

# klein: eengezinswoningen 4 en minder kamers; meergezinswoningen 3 en minder kamers

5. Oude woningen

 

 

# oud: bouwjaar 1970 en eerder

6. Goedkope woningen

 

 

# goedkoop: sociale huurwoningen

 

 

 

 

PROBLEMEN

 

 

 

Sociaal /leefbaarheid

WBO/WoON

2002, 2006

 

sociale overlast, vandalisme en onveiligheid

 

 

Oordeel bewoner vervelende voorvallen en misdrijven in de buurt

7. Vandalisme

 

 

# bekladding van muren en/of gebouwen, komt dit in uw buurt voor?

8. Vandalisme

 

 

# vernieling van telefooncellen, bus- of tramhokjes, komt dit in uw buurt voor?

9. Sociale overlast

 

 

# ondervindt u overlast door directe buren?

10. Sociale overlast

 

 

# ondervindt u overlast door omwonenden?

11. Onveiligheid

 

 

# bent u bang om in de woonbuurt lastig gevallen of beroofd te worden?

Fysiek

WBO/WoON

2002, 2006

 

12. Tevredenheid woning

 

 

Hoe tevreden bent u met uw huidige woning?

13. Tevredenheid woonomgeving

 

 

Hoe tevreden bent u met uw huidige woonomgeving?

14. Verhuisgeneigdheid

 

 

Aandeel verhuisgeneigde huishoudens en huishoudens die al andere woning gevonden hebben op het totaal

fysieke overlast

 

 

Oordeel bewoner over vervelende voorvallen in de buurt

15. Geluidsoverlast

 

 

# in welke mate ondervindt u in uw buurt vormen van geluidsoverlast?

16. Vervuiling

 

 

# idem overlast door stank, stof, vuil?

17. Verkeer

 

 

# idem overlast door het verkeer?

18. Veiligheid

 

 

# oordeel bewoner m.b.t. de veiligheid qua verkeerssituatie

Op basis van de indicatoren heeft VROM vier maten vastgesteld, waarmee sociaal-economische en fysieke achterstanden in beeld worden gebracht. Elk van de vier maten weegt even zwaar in de beoordeling van de wijk. De geselecteerde veertig wijken (alle in de G31), scoren op deze vier maten aanzienlijk slechter dan andere wijken in Nederland.
Bij het bepalen van de wijken met de grootste cumulatie van achterstanden en problemen is gekeken naar de achterstand van een wijk ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gekeken wordt hoeveel bewoners zeggen problemen te hebben op een bepaald aspect van de leefbaarheid in de wijk. Als dit verschil te groot is (een afwijking van meer dan tweemaal de standaarddeviatie), wordt dit gezien als achterstand of probleem.

De selectie van de 40 aandachtswijken werd niet door alle betrokkenen met een tien beoordeeld. De kritiek bestond er voornamelijk uit dat gebruik was gemaakt van verouderde cijfers. Belangrijke samenwerkingspartners van de gemeenten, zoals de woningcorporaties zouden onvoldoende betrokken zijn geweest bij de selectie en de keuze van de criteria, waardoor hun kennis van wijken minder goed benut is dan had gekund. Het bezwaar is ook geuit dat problemen werden gekoppeld aan factoren die op zichzelf geen probleem hoeven te zijn (bijvoorbeeld aanwezigheid van flats). Sommige gemeenten zouden zelf andere wijken in hun stad hebben willen voordragen, dan die uiteindelijk uit de selectie van het rijk zijn gekomen. Ook vonden sommige professionals en bestuurders dat er te weinig ruimte was voor slechte plekken en straten binnen een wijk. Door de wijk als maat te nemen, vallen slechte plekken minder op. Een overzicht van alle reacties die zijn gegeven door onder andere wetenschappers, de VNG, Aedes en de steden zelf is gebundeld door Kei en na te lezen op lof en kritiek op selectie. In algemene zin kan worden geconcludeerd dat de extra aandacht, financiële ruimte en de agendering in combinatie met een gericht aanvalsplan zelf, als zeer positief zijn beoordeeld. Omdat de wijkenaanpak ook een lerende aanpak is, zijn er leerpunten. Deze leerpunten zijn bij de selectie van de 40+ wijken, daar waar kon, toegepast.