banier wijkengids 2

3. Wat is er aan de hand?


In het hoofdstuk Wat is er aan de hand? worden de lessen, ervaringen en inzichten van het wijkgericht werken stap voor stap benaderd:

  • Vroegtijdige probleemsignalering
  • Omslagpunten in de ontwikkeling van wijken
  • Waar zit welke kennis en hoe kan die kennis worden ontsloten?
  • De wijk op de agenda: gedeelde probleemanalyse
  • Partners en bewoners betrekken


Vroegtijdige probleemsignalering

Het vaststellen dat bepaalde wijken zich in de gevarenzone bevinden begint met signalen uit de wijk zelf. Als je ziet dat zich in één en dezelfde wijk problemen concentreren op verschillende terreinen (sociaal, fysiek, leefbaar), dan kan het zo zijn dat de wijk zich in de gevarenzone bevindt.


Een wijkaanpak als bijzondere vorm van wijk- of gebiedsgericht werken komt niet uit de lucht vallen. Het besef dat een wijk zo afgegleden is dat een wijkaanpak noodzakelijk is komt langzaam, groeit sterker naarmate de signalen steviger worden en meerdere betrokkenen aangeven dat er wat moet gebeuren. En dan nog staat extra of bijzondere aandacht voor een bepaalde buurt, wijk of gebied niet opeens op de agenda. In dit eerste hoofdstuk uit spoor 1 van de beleidscyclus zijn de ervaringen, lessen en inzichten ontsloten over het signaleren van en verkrijgen van inzicht in de problemen en kansen van een wijk.

De eerste paragrafen richten zich op het signaleren: Hoe herken je problemen? Er wordt kennis ontsloten die helpt om te bepalen of het bergafwaarts gaat in de wijk en of de wijk in de gevarenzone is. Meerdere partijen kunnen de alarmbel luiden. Bewoners, gemeentelijke diensten, corporaties, maatschappelijke instellingen, ondernemers. Uiteindelijk gaat het altijd om een bundeling van informatie en het juist interpreteren van deze informatie. De laatste tijd is er onderzoek gedaan naar de zogenoemde ‘tipping points’. ‘Tipping Points’ zijn omslagpunten, welke dat zijn wordt in dit hoofdstuk beschreven. Het onderzoek naar omslagpunten verkeert nog in een beginfase. In de loop van de komende jaren verwachten de onderzoekers die zich hiermee bezig houden nieuwe resultaten.

De paragrafen daarna gaan door op het verwerven van inzicht in aard en omvang van de problemen. Als je helder hebt dat er inderdaad signalen zijn dat de wijk achteruit gaat, is het belangrijk zowel de kennis uit de wijk als die uit de statistieken met elkaar te duiden en na te denken over hoe je het precies wilt aanpakken. Het is een belangrijke les om zowel kansen als problemen samen met en door de ogen van bewoners te bepalen. Een andere les is: Begin niet onbezonnen of op basis van cijfers die toevallig beschikbaar zijn. Wil je echt weten wat er aan de hand is, dan moet je goed kijken naar de ordening van problemen en kansen. Naast bewoners moeten ook alle partners met wie de wijkaanpak (straks) wordt uitgevoerd hetzelfde beeld hebben van de wijk.

Het hoofdstuk Wat is er aan de hand? is verbonden met het hoofdstuk Hoe blijf je op koers? Deze hoofdstukken kunnen het beste in samenhang met elkaar worden gelezen. Nadat vanuit het gedeelde inzicht de wijkactieprogramma’s breekt de fase van evalueren, het meten van de voortgang en het borgen van de aanpak en de resultaten aan. Het meten van de resultaten is een voorwaarde om te kunnen bijsturen, evalueren en borgen. Op het terrein van meten zijn veel ervaringslessen en goede voorbeelden die ontsloten kunnen worden.