banier wijkengids 2

2.6 Hoe gaat het verder?


Visitatiecommissie: doorzetten en loslaten
“Ophouden is geen optie. Dat zou het stukje voor beetje in de afgelopen jaren opgebouwde vertrouwen van burgers in kwetsbare wijken ernstig schaden. Bovendien zou het ook een vorm van kapitaalvernietiging zijn; er is veel opgestart (…). Dat moet een weg naar resultaat kunnen vinden (…). De volgende stap waar de wijkaanpak om vraagt is het definitief verleggen van het zwaartepunt van beslissingen naar professionals en burgers. Dat vraagt om overheden en instituties die durven los te laten, die dienstbaar zijn aan het oplossend en sturend vermogen dat uit mensen, uit buurten en wijken zelf komt. Niet op papier, maar in de werkelijkheid.”


De manier van werken en denken is aangeslagen
Het Rijk heeft een belangrijk impuls gegeven aan de samenwerking op wijkniveau, met name tussen gemeente, woningcorporaties en bewoners. Ook private partijen nemen een rol. Het belangrijkste is dat deze ontwikkelingen de samenwerking tussen lokale overheden, woningcorporaties, ondernemers en bewoners in veel steden flink hebben verstevigd. Het is echter de vraag of de woningcorporaties hun rol in de wijkaanpak kunnen blijven spelen. De vastgoedcrises en de aangekondigde verhuurdersheffing maken hun rol zeer onzeker. Er is een spannende tijd aangebroken, de vraag is of en in hoeverre corporaties de financiële ruimte hebben om blijvend te investeren.


De wijkenaanpak gaat door. De manier van denken en werken is aangeslagen. Niet alleen in de 40 aandachtswijken, die inmiddels al een aantal jaar aan de slag zijn, maar ook in de 40+ wijken die aan het begin staan van een wijkenaanpak. Ook op andere plekken in het land is de verbijzondering van het wijk- en gebiedsgericht werken in de vorm van een wijkenaanpak in opkomst. Het voor een bepaalde periode maken van algemene en specifieke afspraken, ook van financiële aard, voor een bepaalde wijk door private en publieke organisaties met in de tijd te behalen concrete meetbare resultaten, geeft net dat tandje extra aan het wijkgericht werken waardoor van een wijkenaanpak kan worden gesproken.

Hoe het verder gaat, is in belangrijke mate aan de gemeenten zelf. Op landelijk niveau zijn in het rapport van de visitatiecommissie en de “Leefbaarheidsbrief” van het kabinet de lijnen voor de toekomst uitgezet. De recent aangestelde bewindspersoon, minister Spies, zal op haar beurt met nieuwe impulsen komen.

‘Leefbaarheidsbrief’: De wijkenaanpak gaat verder

In de zogenoemde ‘Leefbaarheidsbrief’ aan de Kamer van 28-1-2011 stelt het kabinet dat het nodig is om de aanpak te verbreden naar alle gebieden waar het verbeteren en herstellen van de leefbaarheid nodig is. Ook gebieden waar afglijden dreigt, moeten worden aangepakt. Met de werkwijzen uit de wijkenaanpak kunnen deze gebieden een stap vooruit kunnen maken.

De wijkenaanpak gaat verder en wordt doorontwikkeld. De basis hiervoor ligt onder meer in de resultaten van de zeven landelijke experimenten, drie jaar ‘Communities of Practice’ in de wijkenaanpak en het eindrapport van de visitatiecommissie Wijkenaanpak. De komende periode staat in het teken van het delen, verspreiden, borgen en verduurzamen van de kennis, inzichten en resultaten. De wijkengids en de bijbehorende werkateliers zijn hier een voorbeeld van. Het ministerie blijft hierin een centrale rol spelen. Het ministerie gaat gemeenten actief ondersteunen bij het verder formuleren van hun vragen (vraagverheldering) en het uitwerken hiervan. Bij de uitwerking staat maatwerk voorop. Per vraag en per gemeente wordt gekeken welke kennis, experts en ondersteuning bij kunnen dragen aan een oplossing of doorbraak. Het ontwikkelen en implementeren van de lessen, ervaringen en rode draden staat hierbij centraal. De charters die per wijk zijn gemaakt, worden op dit moment aangevuld met maatwerkafspraken.

Naast de aandachtswijken krijgen gebieden met een bevolkingsdaling (voorheen bekend als KRIMP-gebieden) in deze kabinetsperiode bijzondere aandacht. In deze gebieden is sprake van vergrijzing, ontgroening en selectieve verhuizing. In sommige gebieden neemt de bevolking mede daardoor, snel af. De gevolgen zijn merkbaar op allerlei terreinen, zoals woningbouw, onderwijs, en werkgelegenheid. De aanpak hiervan is er een primaire bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de samenwerkende provincies en gemeenten. Zij werken samen met het maatschappelijke middenveld, het bedrijfsleven en burgers aan (het verbeteren van) de leefbaarheid. Het recente SER rapport 'Bevolkingskrimp benoemen en benutten' wijst nadrukkelijk op deze regierol. Het rijk heeft een belangrijke agenderende en faciliterende rol.

Voor Rotterdam-Zuid heeft het rijk aparte afspraken gemaakt. De aanbeveling van de visitatiecommissie om meer met wijkeconomie te doen, wordt uitgewerkt. Gemeenten die meedoen aan een experiment krijgen ondersteuning vanuit het rijk. In navolging van de aanbevelingen van de visitatiecommissie heeft minister Donner een brief toegezegd aan de Tweede Kamer over een nadere uitwerking van het thema burgerkracht.


Visitatiecommissie: Doorzetten en loslaten

De visitatiecommissie gaf haar eindrapport de titel Doorzetten en loslaten. Daarmee benadrukt de commissie dat er geen weg terug meer is. Uit het voorwoord van het eindrapport:
“Ophouden is geen optie. Dat zou het stukje voor beetje in de afgelopen jaren opgebouwde vertrouwen van burgers in kwetsbare wijken ernstig schaden. Bovendien zou het ook een vorm van kapitaalvernietiging zijn; er is veel opgestart, er is geïnvesteerd in mensen, er zijn verwachtingen gewekt en er is energie losgekomen. Dat moet een weg naar resultaat kunnen vinden. Wie alleen zaait en de oogst vervolgens op zijn beloop laat is – zeker als het publieke middelen betreft – onverantwoord bezig.
Doorzetten betekent overigens niet dat er geen veranderingen nodig zijn. De wijkenaanpak blijkt nog al eens te lijden aan een overdaad aan projecten, veel bureaucratische procedures, te grote controlezucht en te weinig vertrouwen in de kracht van burgers. Juist daarom hebben we doorzetten gekoppeld aan een tweede werkwoord: loslaten. Nederland is een land waarin de controlezucht hoogtij viert. Die controledrang vormt de zuurstof van nog al wat bureaucratische omslachtigheden. Ook de wijkenaanpak blijkt daardoor getekend. Heel veel stedelijke traagheid blijkt bij nadere inspectie veroorzaakt te worden, doordat men in het stadhuis en bij de andere partners als het er op aan komt niet doorpakt en niet door de kokers heen durft te breken. Het echt beleggen van macht en mogelijkheden in de wijken, het daadwerkelijk geven van mandaat aan professionals die in de wijk er toe doen, het echt geven van substantiële zeggenschap en kapitaal aan burgers/bewoners, dat wordt in het beste geval als idee nog wel omarmd, maar in de praktijk komt dat maar mondjesmaat van de grond.
Toch is dat de volgende stap waar de wijkenaanpak om vraagt: het definitief verleggen van het zwaartepunt van beslissingen naar professionals en burgers die dag in dag uit in de wijk werken en wonen. Dat vraagt om overheden en instituties die durven los te laten, die dienstbaar zijn aan het oplossend en sturend vermogen dat uit mensen, uit buurten en wijken zelf komt. Niet op papier, maar in de werkelijkheid.”

Nieuwe financiële uitdagingen

De komende periode staat volgens alle betrokkenen in het teken van nieuwe financiële uitdagingen. Bezuinigingen en de effecten van de crises raken het beleid en de bewoners in de aandachtswijken zelf. Gericht de goede dingen doen, meer met minder, onder dat gesternte wordt de wijkenaanpak verder ingevuld.

Minder geld voor de krachtwijken kan een 'zegen' zijn. Dat zegt René Scherpenisse, een van de drie voorzitters van de visitatiecommissie wijkenaanpak. De commissie schrijft dat in de wijkactieplannen van de veertig wijken alleen al voor het sociale domein meer dan duizend plannen zijn benoemd. Sociale, economische en culturele achterstanden van bevolkingsgroepen aan de onderkant van de samenleving moeten daarmee worden teruggedrongen.
Die hoeveelheid plannen kan wel een onsje minder, vindt de commissie. Er schuilt een 'valkuil' in te veel tegelijk willen doen. 'Het grote aantal projecten en activiteiten heeft als keerzijde dat de onderlinge samenhang tussen de projecten uit het zicht raakt.' De commissie stuitte tijdens de werkbezoeken op veel bureaucratie en verkokering. De 'professionele drukte, controlezucht en -drang' helpt de wijken niet vooruit, vindt de commissie. De visitatiecommissie pleit voor 'heldere' keuzes: projecten die wegens gebrek aan geld of effectiviteit niet werken, moeten afgeblazen worden.