banier wijkengids 2

2.4.8 Opgaven voor de toekomst


Opgaven voor de toekomst

  • De kansen van de wijk nadrukkelijk betrekken in het plan van aanpak
  • Opnieuw bestendigen van de samenwerking tussen instituties nu er minder middelen zijn bij alle partijen
  • Tijdig signaleren van gebieden die (gaan) afglijden
  • Inbedden van de verworvenheden van de wijkaanpak bij de decentralisaties
  • Daadwerkelijk invulling geven aan ondernemend maatschappelijk initiatief
  • Blijvend gebruik maken van de MKBA’s om meer en andere partijen te laten investeren in de wijkaanpak


  • De interne gemeentelijke organisatie (in)richten naar de leefwereld van de samenleving
  • Investeer in zelfredzaamheid van burgers en combineer dat met wederkerigheid
  • Voorkómen van multiprobeemgezinnen door middel van vroegsignalering, preventie en intensieve op maat gemaakte ondersteuning
  • Voor een gezonde wijkaanpak is een stevige alliantie nodig met (ook) een belangrijke rol voor zorgverzekeraars
  • Uitdagingen woningmarkt: 1) Betere oplossingen voor de particuliere woningvoorraad 2) Combinatie wonen en zorg 3) Heroriëntatie rol corporaties.


Bovenstaande opgaven zijn een aanvulling op de eerder door Pieter Tops geformuleerde opgaven voor de toekomst. Pieter Tops maakte deel uit van de visitatiecommissie wijkenaanpak en was als extern expert verbonden aan het experiment Samenhang en de Wijk. Bij de presentatie van de resultaten van dit experiment formuleerde hij tien lessen over de wijkenaanpak die evenzeer een opgave vormen voor de komende jaren.

De wijkenaanpak is een voortdurende oefening in geloofwaardigheid
Ben je bereid en kun je de discipline opbrengen om dingen voor elkaar te krijgen? De wijkenaanpak krijgt in de meeste steden nog volop tijd en aandacht, zij het soms onder een andere naam. Die blijvende aandacht is nodig omdat de problemen hardnekkig zijn. De overheid moet laten zien de problemen en de aanpak daarvan serieus te nemen. Dat betekent de eenvoudige opgaven snel en efficiënt oplossen en de volharding tonen om ook de grotere opgaven aan te pakken.

We hebben géén goede criteria om vast te stellen of de wijkenaanpak succesvol is
Het streven om alle aandachtswijken op te trekken naar het stedelijk gemiddelde is een slechte norm. Er zijn gebieden nodig waar mensen op een toegankelijk niveau kunnen instappen. Het duurzame succes van de wijkenaanpak kan je (nog) niet in kaart brengen: inhoudelijk zie je successen, maar bestuurlijk kan je ze niet verdedigen.

We weten nog niet goed genoeg wat de werkzame bestanddelen zijn
Wat zijn de hefbomen voor succes? In veel wijken zien we een alledaags activisme, waarin de projecten over elkaar heen buitelen. De aanpak is te complex om het succes van afzonderlijke maatregelen vast te stellen: Wat is het effect van een brede school? Hoe verhouden investeringen in de wijkeconomie zich tot de informele economie? De projectencarrousel staat als gevolg van bezuinigingen onder druk – en eigenlijk is dat niet slecht.

Er is schuring tussen onderbouw en bovenbouw, de praktijk in de frontlijn en de beleidsmatige werkelijkheid
Een groot deel van het probleem zit in hoe we gemeenten en andere instanties hebben georganiseerd. We zien een failliet van het aanbod denken: Bewoners worden overstelpt met een niet op elkaar passend aanbod vanuit allerlei verschillende instanties.

Wat hebben burgers en frontlijnwerkers nodig om de goede dingen te kunnen doen?
Het aanbod denken zou moeten worden omgebouwd naar “ontwikkelingsdenken” vanuit de frontlijn. Denk aan het huisartsenmodel zoals toegepast in Leeuwarden, waarin de bewoner te maken heeft met één contactpersoon – een breed inzetbare professional die beroep kan doen op specialisten binnen het team. De backoffice zou zich moeten transformeren van taakorganisatie naar capaciteitsorganisatie.

“Beroepsversnellers” moeten duurzaam onderdeel vormen van de organisatie
De wijkenaanpak kan niet zonder best persons die ook de ruimte krijgen om hun werk te doen. Het zijn “zwervers door de hiërarchie”; ze kunnen waarnemen en ze kunnen interveniëren. Ze handelen met geleend gezag van de bestuurder. Beroepsversnellers worden vaak gezien als een bypass – en je moet voorkomen dat ze een eigen organisatie gaan vormen. De werkwijze moet echter een duurzaam onderdeel van de organisatie worden: beroepsversnellers moeten druk vormen tegen de bestaande organisatie.

De relatie met veiligheid en criminaliteit is niet uitgewerkt
Verschillende aandachtswijken kennen een zware criminele structuur die het reguliere proces verstoort en aantrekkelijk is voor jongeren die nu in het lichte criminele circuit zitten. Soms dreigen daarmee criminele carrières. De relatie tussen lichte en zware criminaliteit blijkt sterker dan lang gedacht. Criminaliteitsbestrijding maakt geen onderdeel uit van de wijkenaanpak; de samenwerking en ook informatie-uitwisseling tussen gemeente en politie moet hier versterkt worden.

Burger centraal. Wat is dat eigenlijk?
Veel projecten lukken niet als er geen burgers bij betrokken zijn; in een doe-democratie ontstaan vitale coalities. Burgers die zich niet aan de regels houden of die niet meewerken, moeten strenger worden aangepakt. De strengere aanpak komt moeilijk van de grond: het gaat ook om opvoeden, om “streng liefhebben”. Het verzorgen van burgers die hulp nodig hebben werkt averechts. Het stimuleert niet tot eigen initiatief.

De wijkenaanpak in tijden van bezuiniging
De wijkenaanpak vergt, zoals gezegd, een lange adem. Juist daarom is het van belang om bewijslast op te bouwen voor die projecten die het verschil maken.

Noodzaak van blijvende aanwezigheid van de rijksoverheid
De steden hebben het rijk als partner nodig. Dat kan niet altijd met geld – en soms is dat ook beter: extra middelen in de lopende kabinetsperiode vragen er immers om dat ook binnen twee jaar resultaten worden geboekt. Wel kan het rijk helpen door substantiële ondersteuning bij het ontwikkelen van toetsingscriteria en het bewijzen van succes.