banier wijkengids 2

2.4.3 Aanpak, coördinatie en uitvoering


Inzichten van de projectleiders 40 wijken:

  1. Consequent werken vanuit de leefwereld van de bewoners
  2. Bouwen op de kracht van bewoners
  3. Wijkgerichte sturing onmisbaar maken
  4. Duurzaam partnerschap met de corporaties
  5. Activeren van maatschappelijk ondernemerschap
  6. Verankeren van de wijkaanpak in bestuur en organisatie
  7. Actiegerichtheid
  8. Nieuwe aanpakken laten groeien
  9. Een scherp oog voor wat er toe doet
  10. Van rapportageplicht naar verantwoording nemen



In de jaren 2009-2011 werden door het ministerie van BZK/WL periodiek ‘Communities of Practice’ georganiseerd, waarin de 40 projectleiders uit de aandachtswijken en het ministerie van BZK/WL hun ervaringen en lessen uitwisselden. Met elkaar hebben zij tien inzichten voor de sturing van de wijkenaanpak samengesteld. Hieronder staan deze opgesomd. Zoals je kunt lezen zijn het inkleuringen van de getrokken lessen uit de voortgangsrapportage 2010. De bevestiging, het statement en de oproep om van ‘buiten naar binnen’ te werken kan niemand ontgaan. Ook het uitgaan van de kracht van bewoners wordt met klem aangeraden. Om überhaupt en blijvend resultaten te boeken mag de aansturing binnen en buiten het ambtelijk apparaat niet buiten schot blijven, zo veel is wel duidelijk na lezing van deze door de praktijk aangereikte inzichten.

  1. Consequent werken vanuit de leefwereld van de bewoners. Leg/laat het stuur in handen van de bewoners. Bouw voort op hun initiatieven en geef hen de ruimte zelf prioriteiten te stellen en deskundigheid in te schakelen. Daarvoor moet je wel uit de logica van de systeemwereld (beleidstaal, coördinatie en afstemming, projectmanagement, papieren plannen, protocollen, procedures) stappen en in de logica van de leefwereld van de bewoners (‘waar liggen zij van wakker?’, wat gebeurt er op straat, achter de voordeur en in de school?).
  2. Bouwen op de kracht van bewoners. Bouw je wijkenaanpak en de beeldvorming daarover niet alleen op problemen maar vooral ook op wat goed gaat en waar bewoners eigenwaarde en plezier aan ontlenen. Herken en gebruik de netwerken die de bewoners al hebben. Dus niet van buitenaf ontmoeting, binding en zelfredzaamheid gaan organiseren alsof er vanaf nul moet worden begonnen.
  3. Wijkgerichte sturing onmisbaar maken. Verlies je niet in principiële discussies over de vraag of het schaalniveau van de wijk wel het goede niveau is om de grote maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Bouw voort op de agenderende en verbindende functie die de wijkenaanpak tot nu toe heeft gehad en leer soepel te schakelen tussen de verschillende schaalniveaus.
  4. Duurzaam partnerschap met de corporaties. Investeer in een gelijkwaardige relatie (in kennis, inbreng en respect) met de corporaties. Vertrouw op complementariteit in belangen en herbevestig bij wijzigende omstandigheden het commitment om de wijkenaanpak samen 10 jaar vol te houden. Verwacht niet dat de corporaties de gemeentelijke ambities wel even financieren, maar wel dat ze zich voor die periode binden.
  5. Activeren van maatschappelijk ondernemerschap. Benut de kracht en de inzet van (maatschappelijke) ondernemers en instellingen om de grote sociale vraagstukken in de wijk (werkloosheid, jeugdproblematiek, kwaliteit van de openbare ruimte) tegemoet te treden. Ondernemers als Albert Heijn, de scholen en de sportclubs willen zich hier ook voor inzetten. Zonder deze netwerken is de basis onder de wijkenaanpak te smal.
  6. Verankeren van de wijkenaanpak in bestuur en organisatie. Bouw aan een stevige verankering van de wijkenaanpak bij de politiek, de gemeentelijke organisatie en de departementen. Zoek daarin een goede mix van organisatorische (gebiedsgericht/integraal werken) en mentale (‘achter je PC vandaan’) interventies en van een stimulerende en confronterende aanpak. Zo verminder je de afhankelijkheid van de wijkenaanpak van specifieke projecten.
  7. Actiegerichtheid. Wees zakelijk en waar nodig confronterend in de relaties met anderen en ga niet zitten sleutelen aan plannen tot iedereen het er mee eens is. Beter iets onafs en gedurfds uitproberen dan wachten op de grote omslag met het breedste draagvlak. En beter achteraf verantwoorden waarom je iets deed dan waarom je niets deed.
  8. Nieuwe aanpakken niet uitrollen maar laten groeien. Leer van (succesvolle) projecten en ‘best practices’ van anderen en verbindt deze met de lokale praktijk zodat er sprake is van maatwerk. Begin daarbij klein en gebruik de kracht van individuen ‘die het verschil maken’ en van olievlekwerking om het verder te verspreiden.
  9. Een scherp oog voor wat er toe doet. Leer beter waarnemen hoe schijnbare details (kleine successen, bijzondere mensen, informele ontmoetingsplekken) het verschil kunnen maken. Vertaal dat in nieuwe maakbaarheidsconcepten waarbij kleine ingrepen groot kunnen uitpakken (‘de kracht van de druppel’, keteneffecten veroorzaken).
  10. Van rapportageplicht naar verantwoording nemen. Maak geen rapportages over de wijkenaanpak die vooral bestaan uit cijfers, los zijn geweekt van de praktijk en waarin alle hobbels behendig worden gladgestreken. Laat voelen wat de wijkenaanpak verandert in het leven in de wijk en wees oprecht in wat lukt, niet lukt en een lange adem vergt. En zoek de dialoog met de politiek hierover.