banier wijkengids 2

2.4.13 Wonen met zorg in de wijk


In de nabije toekomst zullen ouderen, chronisch zieken en gehandicapten steeds meer zelfstandig in de wijk wonen in plaats van in zorginstellingen. Uit onderzoek blijkt dat een samenhangende benadering van zorg en welzijn in de wijk het zelfstandig wonen van (kwetsbare) ouderen bevordert. Dergelijke woonservicegebieden verenigen de inspanningen van gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en vrijwilligersorganisaties en onderhouden het contact met lokale ouderen. Belangrijk is dat wordt gedacht vanuit de mogelijkheden en behoeften van mensen en niet vanuit problemen of bestaande kaders.


Hoe een woonservicegebied er precies uitziet is maatwerk en verschilt naar locatie. Een aantal arrangementen zijn echter cruciaal:

  • Voldoende geschikte of aangepaste woningen voor ouderen met beperkingen
  • Nabijheid van voorzieningen
  • Verkeersveiligheid
  • Sociale veiligheid in en buiten de woning
  • Goede communicatie tussen verschillende professionals, adviseurs en ondersteuners
  • Faciliteren en ondersteunen van mantelzorgers


Door de vergrijzing en stijgende levensverwachting verdubbelt het aantal 65-plussers binnen twintig jaar naar 4 miljoen. Daarbij zal de huisvesting van deze groep fundamenteel veranderen. In plaats van verzorgingstehuizen of gespecialiseerde instellingen zullen toekomstige ouderen in toenemende mate in bestaande woningen en kleinschalige beschutte woonzorgvoorzieningen in buurten en wijken gaan wonen. In de eerste plaats willen ze dit zelf, onderzoek wijst ondubbelzinnig uit dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen. Daarnaast wordt deze zogenaamde scheiding van wonen en zorg ook vanuit het beleid bevorderd. Het kabinet Rutte-II is voornemens al op korte termijn de instroom in verzorgingshuizen van ouderen met een beperkte zorgbehoefte te stoppen. Over een aantal jaar zal hierdoor nog voor slechts vier procent van de 65-plussers een intramurale plek beschikbaar zijn. Daarbij zijn deze plaatsen voorbehouden aan de meest zorgbehoevende doelgroep. De overige ouderen zullen vanuit reguliere woningen zorg en hulp ontvangen. Echter ook hier zijn aanzienlijke bezuinigingen aanstaande. Uitgedrukt als buurtkracht, de civil society of gewoon burenhulp, is het adagium dat het versoberen van diensten en een terugtredende overheid op het gebied van welzijn en zorg, voor een belangrijk deel kan worden opgevangen door het eigen regelvermogen van mensen zelf en waar dat hiaten vertoont door familie, vrienden of buren. Mantelzorg en informele hulp zijn hiermee cruciaal om te voorzien in de (lichtere) zorg-vraag van ouderen. Daarachter staat een wijkgericht systeem van professionele ondersteuning en specialistische zorg.

De trend is kortom dat mensen langer thuis wonen en voor hulp in de eerste plaats aanspraak gaan doen op familie, vrienden en buren. Daarnaast zullen ze gaan terugvallen op ondersteuning en voorzieningen in de nabije omgeving. Dit betekent dat er nieuwe, kwetsbare doelgroepen in wijken komen wonen en er nieuwe eisen aan de lokale infrastructuur worden gesteld.
Om hierin te voorzien is het concept van het woonservicegebied ontwikkeld. Dit is een geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak van wonen, zorg en welzijn op basis van samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en vrijwilligersorganisaties en ouderen in de wijk. Het 'arrangement' van een woonservicegebied is het totale aanbod aan vastgoed, diensten en formele en informele voorzieningen. Het is tegelijk ook de set aan prestatie-eisen waaraan een woonservicegebied moet voldoen om bewoners n staat te stellen langer zelfstandig in hun woning en wijk te wonen.

Een woonservicegebied kenmerkt zich door

  • Voldoende geschikte of aangepaste woningen voor ouderen met beperkingen
  • Nabijheid van voorzieningen
  • Verkeersveiligheid
  • Sociale veiligheid in en buiten de woning
  • Goede communicatie tussen verschillende professionals, adviseurs en ondersteuners
  • Faciliteren en ondersteunen van mantelzorgers

Uit de effecteanalyse van de woonservicegebieden blijkt dat ouderen in deze wijken inderdaad langer zelfstandig wonen dan ouderen in referentiegebieden. Het onderzoek laat ook zien dat de integrale helpt. Kwetsbare ouderen ervaren bij een toename van hun problemen een betere kwaliteit van leven te dan kwetsbare ouderen buiten de gebieden. In een goede, op maat aangepaste woning weten ouderen zich langer alleen te redden en hebben zij minder thuiszorg nodig, zo toont de effectanalyse aan. In de interviews werd duidelijk hoe ouderen dit aanpakken, door bijvoorbeeld elke dag een klein stukje van de woonkamer te stofzuigen of het strijkgoed over de hele week te verdelen. Opvallend is ook dat ouderen prijs stellen op hulp, het ook verwachten in tijden van nood, maar het liefst zichzelf redden. Sommigen voelen zich zelfs bezwaard om professionele hulp in te roepen. Juist de gebieden die er in slagen een goede verbinding te leggen tussen formele zorg en de netwerken van de ouderen, blijken het meest effectief.

Hoe een woonservicegebied er precies uitziet is maatwerk en verschilt naar locatie. Gemeenten hebben daarin een rol als spin in het netwerk van lokale partijen. Deze taak is belangrijk omdat het extramuraliseren van zorg voor nieuwe opgaven creëert die verbindend beleid vergen. Regie op de arrangementen van het woonservicegebied is cruciaal voor een optimale werking. Aan de basis van het woonservicegebied staan voldoende geschikte of aangepaste woningen voor ouderen, ook met beperkingen. De huidige particuliere woningvoorraad is hier nog nauwelijks op toegesneden, bovendien is er beperkt zicht op de behoefte.

Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten  ouderenhuisvesting te agenderen. Door de SEV en Aedes is een methode ontwikkeld om zowel het lokale aanbod als de vraag naar ouderenwoningen in beeld te brengen. Met Piramidemodel kunnen beleidsmakers realistisch, haalbaar en onderbouwd bepalen hoeveel aangepaste woningen er lokaal nodig zijn.

Het Piramidemodel deelt de inwoners van een gebied in vier mobiliteitsklassen in: mensen zonder mobiliteitsbeperkingen, mensen met een lichte beperking (’stoklopers’), mensen die een rollator gebruiken en mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel. De woningen van het gebied staan aan de rechterkant van de piramide, ingedeeld in klassen die lopen van ’ongeschikt voor mensen met een beperking’ tot en met ’geschikt voor mensen met een rolstoel’. De piramide onderscheidt eengezinswoningen (aangegeven met dakjes) en appartementen (aangegeven met sterren), vanwege de grote fysieke verschillen tussen die soorten woningen.

Uit de piramides van de vijf SEV-proeftuinen blijkt dat er vooral een tekort bestaat aan tweesterren/tweedakjes woningen. Met een maatregelenpakket kunnen woningen met 1 ster of dakje (die geschikt zijn voor mensen met een lichte mobiliteitsbeperking) worden opgeplust tot een woning die geschikt is voor mensen met een rollator.

Burgerinitiatief Stadsdorp Zuid

De verwachting is dat veel ouderen op zoek zullen gaan naar een vorm van zelfstandig, maar toch beschermd wonen met gemeenschappelijke voorzieningen. Particulier initiatief is op dit domein een sterke trend. Aansprekende voorbeeld is op dat gebied Stadsdorp Zuid in Amsterdam. Deze zorgcoöperatie is in het najaar van 2010 van start gegaan. Bewoners van de Apollobuurt en Prinses Irenebuurt spraken toen af gezamenlijk zorg- en dienstverlening, onderlinge hulp en sociale contacten te organiseren. Daarin worden ze ondersteund door externe fondsen en enkele professionals, maar de basis is een coöperatieve vereniging met inmiddels bijna 300 leden. Vrijwilligers vormen de drijvende krachten achter Stadsdorp Zuid. Doel is zelfsturing en langer zelfstandig wonen te bevorderen. Daarnaast draagt Stadsdorp via onderlinge dienstverlening en gezamenlijke bemiddeling bij aan moderne vormen van nabuurschap. 

Uit de eerste evaluatie blijken de leden van Stadsdorp Zuid een unieke combinatie van gemeenschapzin en eigenbelang te vertegenwoordigen. Enerzijds doen ze graag dingen met elkaar, maar ze hechten anderzijds zeer aan hun zelfstandigheid en leven buiten de buurt. Dit bepaalt in hoge mate het succes van het burgerinitiatief tot nu toe. Mensen maken er graag gebruik van, toch ervaren het niet als een verplichting of vorm van sociale controle. Veel leden hebben een pragmatische instelling, Stadsdorp Zuid is voor hen zowel praktisch als gezellig. Om de continuïteit te waarborgen is het belangrijk dat actiebereidheid voorop blijft staan en het geen initiatief wordt van een kleine harde kern. Ook het gezamenlijk inkopen van zorg kan nader verkend worden.
stadsdorpzuid.nl/Voorbij-het-experiment-Samenvatting