banier wijkengids 2

14. Rotterdam Zuid


De aanpak in Rotterdam-Zuid is bijzonder vanwege de complexe problematiek en de wijze waarop dit wordt aangepakt. Er is sprake van hoge werkloosheid en schooluitval en een zeer slechte kwaliteit van de woningen. Deze problematiek wordt aangepakt door diverse partners, zoals werkgevers, onderwijs, corporaties, de deelgemeente, de gemeente, zorgpartners en het rijk. Doel is dat iedereen op Zuid zorgt voor een zinvolle dagbesteding: mensen gaan naar school, zijn aan het werk of dragen op een andere wijze bij aan de zorg voor gezin, buurt en samenleving.



Ouders hebben de verantwoordelijkheid hun kinderen een zo goed mogelijke uitgangspositie te bieden. Iedereen doet mee naar vermogen

De dagelijkse uitvoering is in handen van een directeur die over vergaand mandaat en doorzettingsmacht beschikt, en tevens de positie en statuur heeft om bestuurders aan te spreken. Het programma beschikt over heldere en concrete doelstellingen, waardoor geen enkele partner zijn verantwoordelijkheid kan ontlopen. De opgave voor de komende jaren is om het uitvoeringsprogramma 2012-2014 goed uit te voeren en zodoende 'Zuid' een stap vooruit te helpen.


Rotterdam Zuid is een bijzondere eend in de bijt binnen de wijkenaanpak vanwege de aard en omvang van de problemen. Er  is een Nationaal Programma opgesteld dat het doel heeft om Rotterdam binnen 20 jaar naar een hoger niveau te tillen. Verschillende partijen, waaronder het Rijk en gemeente Rotterdam verbinden zich aan de ambitie, aan de langdurige inzet en de gerichte en integrale aanpak die hiervoor nodig is zoals gezamenlijk vastgelegd in het Nationaal Programma.

Rotterdam Zuid, een gebied met 200.000 inwoners, kent  een stapeling van achterstanden op het fysieke, sociale en economische vlak. Veel wijken op Zuid hebben een relatief jonge bevolking, met veel kinderen die opgroeien in een omgeving waarin het aan veel schort. De ouders zijn laag opgeleid, hebben weinig te besteden en de leefomgeving is te weinig stimulerend om vooruit te komen. Wat op Zuid voor veel mensen ontbreekt is een klimaat van leren en werken. Dit constateerde de commissie Deetman/Mans na onderzoek in Rotterdam Zuid. Op basis van het onderzoek heeft de commissie een Nationaal Programma aanbevolen. Dit programma behelst een intensieve, integrale, gezamenlijke en vooral langdurige aanpak. Toenmalig minister Donner heeft op 19 september 2011, namens het kabinet, het Nationaal Programma Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid ondertekend met als doel om Rotterdam Zuid binnen 20 jaar naar een hoger niveau te tillen. In dit programma is de afspraak gemaakt dat Rotterdam en de partners primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en behaalde resultaten. Het kabinet ondersteunt door het inbrengen van expertise, de aanpassing van wet- en regelgeving en het herprioriteren van rijksmiddelen.

Het einddoel van het programma is dat Rotterdam Zuid in 2030 minimaal op het gemiddelde van de G4 (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht) scoort op het gebied van school, werk, veiligheid en wonen. De ambities gaan echter verder. Streven achter het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is om Rotterdam Zuid (weer) een nationaal en internationaal concurrerend gebied te maken op gebied van handel en productie.

Deel I - Werkwijze, aansturing en urgentie
Na de ondertekening van het Nationaal Programma is er een programmadirecteur aangesteld die beschikt over doorzettingsmacht en mandaat. De problematiek in Rotterdam-Zuid is zo complex dat het vraagt om een speciale aanpak. Deze directeur heeft de dagelijkse leiding over de uitvoering en wordt hierbij ondersteunt door een programmabureau van ongeveer vijf medewerkers. De opdracht voor de directeur en het bureau is vastgesteld door het bestuur Rotterdam-Zuid, dat bestaat uit een vertegenwoordiging van alle partners die betrokken zijn bij het programma: de gemeente (voorzitter), de deelgemeente, het rijk, de corporaties, het onderwijsveld, het bedrijfsleven en zorgpartijen. Het uitvoeringsplan is op 4 juli 2012 vastgesteld en bevat de volgende uitgangspunten:

  • Bewoners moeten weer meedoen in de samenleving: iedereen zit op school of is aan het werk;
  • Ieder kind krijgt een zo goed mogelijke opleiding: door het opzetten van de Rotterdam Children Zone en het versterken van het MBO. Minder schooluitval en een hogere leskwaliteit;
  • Minder werkloosheid: werkloze mensen die in Rotterdam-Zuid wonen aan het werk helpen;
  • Baangaranties voor jongeren, voornamelijk in de sectoren techniek en zorg
  • Verbeteren van de fysieke leefomgeving: op korte termijn door striktere handhaving en kleinschalige fysieke ingrepen en op lange termijn grootschalige herstructurering van de kwetsbare woningvoorraad.

Voordat verder wordt ingegaan op, de voornamelijk feitelijke toelichting van, het uitvoeringsprogramma wordt eerst ingegaan op het bijzondere karakter van het programma, de aansturing en de werkwijze.

Aansturing: duidelijkheid aan de voorkant

Ten eerste is het een bijzonder programma omdat diverse partijen (zoals genoemd onderwijs, werkgevers etc.) hun handtekening hebben gezet onder het programma, maar ook samen in de cockpit zitten. Gezamenlijk sturen zij het programma aan. Dit is een verandering ten opzichte van de wijkenaanpak: ook daar hadden veel partners een handtekening gezet onder een wijkactieplan, maar de aansturing en de dagelijkse leiding lag vaak bij de gemeente en corporatie. Hiermee wordt invulling gegeven aan het advies van Deetman/Mans, maar ook aan één van de aanbevelingen die de visitatiecommissie wijkenaanpak heeft gedaan. De aansturing van het programma is ook bijzonder gezien de programmadirecteur die over vergaand mandaat en doorzettingsmacht beschikt, en de positie en statuur heeft om (politiek) bestuurders aan te spreken. Ook hier is een verschil ten opzichte van de wijkenaanpak. Hier was de programmamanager vaak een ambtenaar die voor een dienst werkte of een door gemeente/corporatie aangewezen figuur, maar met veel minder mandaat en doorzettingsmacht.  

Het bijzondere karakter van het programma: 'het is nu of nooit'

Rotterdam-Zuid is een gebied dat al jarenlang kampt met complexe problematiek. Er is al jarenlang sprake van zeer hoge schooluitval, werkeloosheid, criminaliteit en een slechte woningvoorraad. Dit in combinatie met een constante instroom van nieuwe groepen mensen. Met als belangrijke factor dat sociale stijgers zich buiten Rotterdam-Zuid gingen vestigen, en kansarmen in 'Zuid' bleven wonen. Zoals in Deetman/Mans is beschreven: 'Zuid is al jarenlang een plek waar (arbeids)migranten zich huisvesten'. Het begon met de Zeeuwen en Brabanders na de oorlog, en daarop volgden Spaanse, Portugese, Turkse, Marokaanse en tegenwoordig Oost-Europese arbeidsmigranten. Dit zit dus opgesloten in het DNA van Rotterdam-Zuid, wat niet betekent dat de problematiek niet aangepakt mag worden. Meerdere Rotterdamse colleges van BW hebben al specifieke aandacht besteed aan Rotterdam-Zuid, maar dit heeft nooit tot het gewenste resultaat geleid. Het probleem is echter zo groot dat het de sociaal-economische positie van Nederland kan verslechteren, en daarmee een probleem van nationaal belang.

Momenteel is het rijk intensief betrokken bij de aanpak. Als aanjager, wetgever, inspirator en soms ook als financierder. Nergens bemoeit de rijksoverheid zich zo intensief met een lokale aanpak. Het doel is om mensen aan het werk te krijgen of aan een opleiding te helpen, en de kwaliteit van de woningen op een dusdanig niveau te krijgen dat sociale stijgers er blijven wonen. En dat er niet steeds weer opnieuw een constante instroom van kansarme inwoners is. Kortom: het is nu of nooit, dit keer moet het lukken.

De werkwijze: keep it simple

De werkwijze binnen het Nationaal Programma wordt zo simpel mogelijk gehouden. Er zijn voldoende voorbeelden van aanpakken in een wijk of gebied waar de doelstellingen en de plannen mooi zijn, maar de betrokken partijen eenvoudig hun verantwoordelijkheid kunnen ontlopen. Hierbij is de les om uitvoeringsafspraken zo helder en concreet mogelijk te maken. Bij de uitvoering van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid is gekozen voor heldere en concrete doelstellingen, waardoor betrokken partijen hun verantwoordelijkheid niet kunnen ontlopen. Bijvoorbeeld:

  • In Rotterdam-Zuid woont ongeveer 40% van de werkloze Rotterdammers. Als de doelstelling van de sociale dienst is om 300 werkloze Rotterdammers per jaar aan het werk te helpen, moeten er 120 werklozen uit Rotterdam-Zuid bemiddeld worden;
  • Als er in 2020 een tekort is van 400 technici op MBO-niveau in de Rotterdamse haven moeten de lagere scholen, middelbare scholen en ROC's er gezamenlijk voor zorgen dat deze worden opgeleid. Dit betekent dat de lagere scholen in 2013 voorlichting moeten geven aan groepen 8 over opleidingen techniek en de banen, dat de VMBO's 400 jongeren in 2017 moeten bewegen om voor de richting techniek te kiezen en dat de ROC's in 2020 ongeveer 400 jongeren met een technische opleiding af moeten leveren;
  • De werkgevers in de zorgsector moeten, als zij weten dat er 500 jongeren een opleiding doen in de zorg, ervoor zorgen dat zij voldoende banen, stageplekken en leerwerkplekken beschikbaar kunnen stellen, zodat deze jongeren de garantie hebben op een baan;
  • Mensen worden op weg geholpen in hun leven als dit noodzakelijk is. Niet door eerst ingewikkelde casusoverleggen te voeren of intakegesprekken, maar simpel: bij de mensen aan de keukentafel wordt een stappenplan afgesproken om de problemen te verminderen. Maar wel met een belangrijke tegenprestatie: uiteindelijk moet er een baan gevonden worden of een opleiding gevolgd worden.

Dit zijn enkele voorbeelden van de targets in het uitvoeringsprogramma. De directeur van het Nationaal Programma bewaakt de voortgang, en ziet er op toe dat alle partners de afgesproken targets nakomen. Wanneer dit niet gebeurt spreekt de directeur de partners/partners hier op aan of agendeert de kwestie in het bestuur.

Bovenstaand is in het kort de werkwijze, urgentie en aansturing beschreven. Nu is het echter de vraag hoe het uitpakt. In het eerste echte uitvoeringsjaar van het Nationaal Programma zullen belangen gaan schuren, en is het de vraag en uitdaging of dit model gaat werken.

Deel II - toelichting op het uitvoeringsprogramma

School
In afwijking van veel andere grootstedelijke gebieden verjongt Rotterdam Zuid: nu, maar ook de komende jaren nog. Tegelijkertijd neemt als gevolg van de vergrijzing de vraag naar schoolverlaters met de juiste diploma’s toe. Voor jonge mensen van Zuid liggen hier kansen. Onderwijs en werk zijn de belangrijkste motoren van sociale stijging van burgers. Zij zijn de pijlers van een krachtige stad, economisch en sociaal.

Het Nationaal Programma richt zich voor de pijler school op twee hoofddoelen:

  • betere leerprestaties in het basis- en voortgezet onderwijs door het realiseren van een Children’s Zone (naar het Amerikaanse voorbeeld van de Harlem Children’s Zone) in de zeven slechtste (focus)wijken op Zuid
  • opleiden voor het vakmanschap waar de arbeidsmarkt om vraagt: zorg, haven en techniek.

De eerste Children’s Zone is in augustus 2012 gerealiseerd in deelgemeente Feijenoord: de Agnesschool. Scholieren van groep zeven en acht gaan 36 uur in de week naar school in plaats van de gebruikelijke 26 uur.  De Children’s Zone moet ertoe leiden dat de prestaties van scholieren omhoog gaan en dat vroegtijdig schoolverlaten (VSV) wordt voorkomen. Tijdens de extra lesuren krijgen leerlingen onder andere taal, rekenen en Engels maar ook studievaardigheden, filosofie, huiswerkbegeleiding en extra gymles. Ook wordt er aandacht besteed aan beroepsoriëntatie. Het doel is om de komende jaren ook in de overige zes focuswijken een Children’s Zone in te voeren.

Om jongeren op te leiden  voor het vakmanschap waar de arbeidsmarkt om vraagt probeert het onderwijs hen in een bepaalde richting te sturen bij de keus voor een opleiding. Zij proberen opleidingen gericht op zorg, haven en techniek zoveel mogelijk te promoten. Daarnaast geven bedrijven binnen deze sectoren baangaranties af om leerlingen aan te trekken.

Werk

De opgave voor Zuid op het gebied van werkloosheid is groot. Ongeveer 13.600 mensen hebben een bijstandsuitkering, dit bedraagt 40% van de totale bijstandspopulatie in geheel Rotterdam. Van deze populatie hebben 6.000 mensen korter dan vijf jaar een bijstandsuitkering. Het doel is om deze mensen snel aan één baan te helpen.  Met de zogenoemde verbeterde werkgeversaanpak wordt getracht de werkloze Rotterdammer aan de slag te helpen. De langdurige werklozen moeten meedoen naar vermogen. Als zij beperkt inzetbaar zijn wordt verwacht dat ze een maatschappelijke tegenprestatie leveren voor hun uitkering.  Zo worden er bijvoorbeeld met werkgevers en scholen “deals” gemaakt om de vraag en het aanbod dat van school komt of in een uitkering zit bij elkaar te brengen en te matchen. Er zijn banen voor allerlei mensen en allerlei opleidingsniveaus. De Gemeente maakt afspraken met werkgevers om minstens het propor¬tionele deel van deze plekken voor Zuid beschikbaar te stellen.

Wonen

De woningvoorraad in de regio Rotterdam valt te betitelen als imperfect. De woningen op Zuid kenmerken zich door een lage gemiddelde WOZ-waarde, weinig vraag (verergerd in het afgelopen jaar), eenzijdige goedkope, kleine en kwetsbare voorraad en een overmaat aan particuliere verhuurders en verouderd particulier bezit. Op Zuid staan ongeveer 105.000 woningen, waarvan de komende twintig jaar 35.000 verbeterd of vervangen moeten worden.

Aanpak

De fysieke aanpak kent een korte- en lange termijn aanpak. De korte termijn aanpak heeft betrekking op de jaren 2012-2014. In deze eerste jaren wordt voornamelijk ingezet op handhaving, versterken van het beheer en stimuleren van het onderhoud van de particuliere woningvoorraad, realisatie van nieuwbouwwoningen, meer groen in de wijken, betere openbare ruimte en kleine initiatieven om de bereikbaarheid te verbeteren. De gemeente heeft een aantal pijlers in haar aanpak van de particuliere woningvoorraad. Allereerst is er ondersteuning op maat voor de eigenaren die wel willen maar niet kunnen, o.a. in de vorm van financieringsconstructies of hulp aan de VVE. Daarnaast wordt ingezet op het aantrekken van nieuwe groepen door middel van het aanbieden van kluswoningen of mogelijkheid tot particulier opdrachtgeverschap. Tot slot worden de niet-willers streng aangepakt door middel van handhaving. 

Op de lange termijn moeten in totaal 35.000 kwetsbare woningen worden aangepakt. Hiervan zijn 12.000 woningen corporatiebezit en 23.000 particulier bezit. De Rotterdamse corporaties Havensteder, Woonbron en Woonstad nemen hun verantwoordelijkheid en pakken hun woningen aan. Voor de 23.000 particuliere woningen is nog geen financier gevonden. De komende twee jaar wordt deze lange termijn aanpak nader uitgewerkt in samenwerking met de partners (gemeente, corporaties, bonafide verhuurders, bewoners en ook randgemeenten en andere partijen als ontwikkelaars). Het doel voor 2020 is om het percentage koopwoningen op Zuid gelijk te stellen aan het Rotterdams gemiddelde. Dit betekent dat het percentage van de huidige 27% moet stijgen naar 33% in 2020. Het doel voor 2030 is om het percentage koopwoningen op Zuid gelijk te stellen aan het gemiddelde van de G4, van de huidige 27% naar 40%.