banier wijkengids 2

13.9 Verdunnen van de concentratie van problemen


Verdunnen van de concentratie van problemen is een goede route, maar de uitvoering is lastig

Over het verdunnen van de concentratie van problemen, bv. door in randgemeenten meer sociale huurwoningen te (laten) bouwen en minder middeldure en dure woningen bestaat nog steeds consensus. De veronderstelling achter de strategie is dat als de gemeenten samen verantwoordelijkheid nemen, de problemen effectiever worden opgelost. De uitvoering wordt echter belemmerd door tegenstrijdige belangen.

De angst dat de extra investeringen in aandachtswijken het verplaatsen van problemen (waterbedeffect) tot gevolg hebben, blijkt in de praktijk echter ongegrond.



Verdunnen van de concentratie van problemen is een goede route, maar de uitvoering is lastig
Over het verdunnen van de concentratie van problemen, bijvoorbeeld door in randgemeenten meer sociale huurwoningen te (laten) bouwen en minder middeldure en dure woningen, bestaat nog steeds consensus. De veronderstelling achter de strategie is dat als regiogemeenten en gemeenten met aandachtswijken samen verantwoordelijkheid nemen voor het oplossen van de problemen, dit tot grote resultaten zal leiden. De uitvoering hiervan is in de praktijk niet zo eenvoudig vanwege de spanning tussen de belangen van de gemeente met aandachtswijken en de belangen van de regiogemeenten. De angst dat de extra investeringen in aandachtswijken het verplaatsen van problemen (waterbedeffect) tot gevolg hebben, blijkt in de praktijk echter ongegrond. Onderzoek wijst uit dat de strategie op zowel stedelijk als regionaal niveau kan leiden tot een meer gelijkmatige verdeling van sociale huurwoningen. Van buurtverval door instroom van sociaal-economisch zwakkere groepen is geen sprake. Wel is regulering van de herhuisvesting en goede communicatie met bewoners belangrijk om plaatselijke problemen te voorkomen.

Een strategie die aan aantal gemeenten met aandachtswijken volgt is om regiogemeenten te vragen om meer sociale woningen, en minder middeldure woningen te bouwen. Rotterdam en Den Haag hebben regionale prestatieafspraken gemaakt over nieuwbouw en woonruimteverdeling. Doel is het aandeel sociale huurwoningen in de centrale stad te laten afnemen en toenemen in de regiogemeenten. Vanuit de gemeente Rotterdam wordt de noodzaak hiertoe als volgt onderbouwd door wethouder Karakus: “Ik kom op voor de belangen van Rotterdam en die mogen flink verdedigd worden.” De veronderstelling achter de strategie is dat als regiogemeenten en gemeenten met aandachtswijken samen verantwoordelijkheid nemen voor het oplossen van de problemen, dit tot meer resultaten zal leiden. In de eerste plaats kan het de concentratie van mensen lager op de maatschappelijke en sociale ladder in de aandachtswijken. Daarnaast kan worden voorkomen dat mensen in aandachtswijken die het beter hebben of krijgen vertrekken naar middeldure en dure woningen in de regiogemeenten omdat er in de stad te weinig aanbod is. Regiogemeenten echter zijn niet allemaal even happig om uitvoering te geven aan deze strategie. De belangen die de bestuurders van de regiogemeenten verdedigen zijn een goed leefklimaat in de eigen gemeente, een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen die wat meer te besteden hebben en het niet willen lopen en dragen van de financiële risico’s.

Nauw hiermee verbonden is de zorg die in het begin van de wijkenaanpak werd uitgesproken dat er sprake zou zijn van grote waterbedeffecten. De vrees bestaat dat investeringen in de aandachtswijken leiden tot een verplaatsing van de problemen omdat de sloop van woningen zorgt voor een vertrek van meer kansarme bewoners. Als deze elders in dezelfde concentratie terugkomen, kan dat daar voor leefbaarheidsproblemen zorgen. Diverse onderzoeken hebben echter inmiddels uitgewezen dat waterbedeffecten zich in de praktijk nauwelijks voordoen..

Het onderzoek Waterbedeffecten van het wijkenbeleid in opdracht van het ministerie van BZK is gestart met een nulmeting over de periode 2006-2008, net voordat de 40 wijken-aanpak van kracht werd. In de eerste studie werd geconstateerd dat er geen sprake is van een algemeen optredend waterbedeffect vanuit de 40 wijken naar andere gebieden. Wel doen zich specifieke situaties voor waarin problemen uit een aandachtswijk naar een ander gebied verplaats zijn. Ook de herhalingsmeting kwam grotendeels tot dezelfde bevindingen. Er zijn geen aanwijzingen voor een algemeen waterbedeffect, maar enkele gebieden buiten de aandachtswijken kennen een negatieve ontwikkeling van de leefbaarheid, mede als gevolg van grootschalige ingrepen in specifieke aandachtswijken. In beide metingen is een vergelijkbaar aantal indicaties gevonden van mogelijke waterbedeffecten. De conclusie is dan ook dat het wijkenbeleid niet heeft geleid tot een verandering van de mate waarin problemen zich tussen wijken verplaatsen.

Belangrijker is dat er ‘per saldo’ sprake is van een positieve ontwikkeling: de verbeteringen in de aandachtswijken zijn gemiddeld genomen aanzienlijk, terwijl de leefbaarheid elders gemiddeld genomen ook verbetert of niet evenredig achteruit gaat. De reden daarvoor is vermoedelijk dat de wijkaanpak uit meer bestaat dan alleen het verplaatsen van personen of het verjagen van criminele jongeren van de ene plek naar de andere. Wijken worden structureel opgeknapt, er is sociaal-economisch beleid, het beheer wordt versterkt en de concentratie van kansarme huishoudens in een buurt neemt af. Al dat soort ingrepen leidt tot verbetering van de leefbaarheid, zonder dat andere buurten eronder hoeven te leiden.

Een onderzoek door de universiteit Utrecht en onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft laat eveneens zien dat de reserves van regiogemeenten voor een strategie van verdunning van concentraties sociale huurwoningen grotendeels onterecht zijn. In de studie, uitgevoerd in de regio Den Haag, Rotterdam en Breda, zijn zowel bewoners die vanwege herstructurering gedwongen waren te verhuizen als bewoners van de zogenaamde ‘ontvangstwijken’ gevolgd. Er zijn echter geen indicaties gevonden dat zowel de sociale huurvoorraad  als bijkomende problematiek zich opnieuw in bepaalde buurten en wijken concentreert. Op zowel stedelijk als regionaal niveau is er sprake van een meer gelijkmatige verdeling van sociale huurwoningen. Herhuisvesters zijn over het algemeen tevreden over hun nieuwe woning en buurt. Hun komst leidt niet tot algeheel buurtverval of afname van de leefbaarheid. Wel doen zich in sommige straten spanningen voor tussen de oude en nieuwe bewoners. Deze micro-waterbedeffecten zijn met name in de regio Rotterdam zichtbaar in buurten waar in korte tijd een relatief groot aantal herhuisvesters is ingestroomd. Goede, persoonlijke begeleiding bij de herhuisvesting, met name van bewoners die met individuele problemen kampen, en communicatie met zittende bewoners, kan dit voorkomen. Het directe effect van zogenaamde ‘brede herhuisvesting’ op de preventie van waterbedeffecten is gering. De meerwaarde van de combinatie met een achter de voordeur aanpak waarin woonconsulenten huisbezoeken uitvoeren, ligt vooral in het in beeld krijgen van verborgen problematiek. Goede overdracht naar de nieuwe woonsituatie is een aandachtspunt.

Studies: - Bijwerkingen van herstructureringsoperaties, Verhuizingen, waterbedeffecten en veranderingen in de woningvoorraad. Hanneke Posthumus, Reinout Kleinhans Gideon Bolt (2012).
Voorkomen is beter dan genezen. De betekenis van brede herhuisvesting bij de preventie van
Waterbedeffecten. Wenda Doff Reinout Kleinhans